Black Queer Love : Adwoa Rose Sarpong & Comfort Esther Kondehson in de zaal ‘Black & LGBTQIA+: A Timeless Tribute To Us’, gecureerd door activiste Naomie Pieter © Leonel Piccardo

Een jonge vrouw zit opgekruld in een fauteuil. Haar ogen zijn gesloten en ze draagt een oranje, doorschijnend kleed. Flaming June heet de illustratie van Sandy van Helden. Een andere illustratie met de titel Nowruz van de Afghaans-Nederlandse illustrator Zarlasht Zia toont een vrouw op een wit, galopperend paard, omgeven door bloemen. Op nog een ander kleurrijk beeld, Disconnected van de Chinees-Nederlandse Sioejeng Tsao, zien we een hele groep vrouwen in rood, paarsblauw en oranje die door elkaar lopen maar elkaar niet zien. Het zijn slechts enkele opvallende beelden in de collectie The Female Gaze Goes Viral, gecureerd door fotografe en feministe Willemieke Kars.

Het is een ‘ode aan alle vrouwen in de stad’, met verhalen van vijftig vrouwelijke (amateur)kunstenaars over kwetsbaarheid en veerkracht, over sekswerk, borstkanker, eenzaamheid en masturbatie. Het is geen voor de hand liggende combinatie, maar het zijn wel realistische verhalen van, voor en door vrouwen in Amsterdam. De collectie is onderdeel van de digitale tentoonstelling Corona in de stad, een initiatief van het Amsterdam Museum.

Als gevolg van de wereldwijde coronacrisis ging in maart 2020 de publieke ruimte grotendeels op slot. Ook de musea hielden noodgedwongen hun deuren dicht. Op het moment van schrijven is het zes maanden geleden dat we voor het laatst een kunstwerk konden bewonderen of nieuwsgierig door de expositieruimtes van een museum konden wandelen. Als reactie stelden verschillende musea en kunstinstellingen hun collecties en exposities online tentoon. Het resultaat is een brede waaier aan digitale projecten, van virtuele tours door musea tot het online streamen van publieksprogramma’s rond kunst.

Het Amsterdam Museum ging nog een stapje verder. Met de digitale tentoonstelling Corona in de stad wil het stadsmuseum de coronacrisis in real time documenteren. Daarbij doet het een beroep op de Amsterdammers zelf, die massaal gehoor gaven aan de oproep om te delen hoe zij de coronacrisis beleven. Een jaar na de opening staat de teller op een kleine drieduizend inzendingen. En dat is veel.

De inhoud op de website is overweldigend. Navigeren is ondanks de optie om te filteren op thema of medium niet gemakkelijk. Maar zo kom je wel onverwacht pareltjes tegen, zoals The Female Gaze Goes Viral. Het voelt een beetje alsof ik verdwaald in de stad rondloop en nieuwe plekken ontdek.

De verschillende ‘zalen’ worden gecureerd door mediapartners, zoals De Groene Amsterdammer en AT5, en de gemeente Amsterdam. Maar ook door kunstenaars en verschillende middenveldorganisaties die actief zijn in buurten buiten het centrum – waardoor de bubbel waarin veel Amsterdamse musea opereren wordt doorgeprikt. De curatoren fungeren als tussenpersonen die de massa inzendingen enigszins structuur moeten geven.

Van selectie lijkt vooralsnog geen sprake te zijn. Iedereen die mee wil doen, kan meedoen. Dankzij de internetbelofte van oneindigheid is dat ook mogelijk. Maar hoe wordt straks de selectie gemaakt voor een fysieke expositie, de permanente collectie of het archief? Kun je nu al bepalen wat in de toekomst relevant zal zijn? Het is een vraag waar het Amsterdam Museum zich op een bepaald moment toe zal moeten verhouden.

Corona in de stad is onderdeel van het project Collecting the City, waarbij het Amsterdam Museum in aanloop naar het 750-jarig bestaan van de stad in 2025 de komende jaren verhalen verzamelt. Het is ongetwijfeld ook een poging van het stadsmuseum om toegankelijker te worden, én interessanter, voor de Amsterdammers zelf. Tot de pandemie toesloeg bestond het grootste deel van de bezoekers van het Amsterdam Museum uit buitenlandse toeristen. Die zijn nu uit het straatbeeld verdwenen.

Stilte, leegte en eenzaamheid zijn dan ook het onderwerp in meerdere zalen van de tentoonstelling. Beelden van uitgestorven straten, of fotoreeksen van verlaten nachtclubs, zoals in Sounds of Silence van fotograaf Joram Blomkwist, geven een beeld bij het gevoel van de lockdown. De inzendingen zijn qua vorm, genre en medium bijzonder uiteenlopend: fotoreeksen, audiofragmenten, gedichten, vlogs, brieven, essays, korte verhalen, illustraties. De uitdrukkingsvormen zijn zo divers als de stad zelf. Ook verhalen van veerkracht, alternatieve vormen van sociaal contact en hoop lopen als een rode draad door de digitale expositie. Wie belichaamt die hoop beter dan de jongsten onder ons?

Hoe we het monster versloegen is een verzameling van verhalen, geschreven door kinderen, die ook in boekvorm door ROSE Stories werd gepubliceerd. Stichting Kennis en Sociale Cohesie organiseerde schrijfworkshops voor kinderen, en onder de redactie van kinder- en jeugdboekenschrijfster Anna van Praag konden ze hun verbeelding uitwerken en vormgeven. Marc Suvaal verzorgde de illustraties. In deze ‘tijdcapsule’ van korte verhalen over het virus en de lockdown staat soms een enkele zin, zoals ‘Sneeuw ruikt naar toekomst’ van Yasser Abarkach, of een kort verhaaltje over draakjes die geen handgeld op hun klauwen willen van Dina Elamoumi.

Het is, nogal clichématig, vertederend onschuldig hoe de coronacrisis door de ogen van jonge kinderen wordt beleefd. Zoals in het korte verhaal Het vliegniesvirus van Sophia Simic, waarin het virus een magische bijwerking krijgt.
‘Mama, ik heb iets raars. Als ik nies, ga ik vliegen.’
‘Nee, dat kan niet’
‘Echt waar.’
‘Het was vast een droom.’
‘Hatsjoe!’ Ik vlieg weer omhoog. ‘Zie je, mama?’
‘Wat is dat nou? Wat een raar virus. Morgen gaan we naar de dokter. Kom nu maar weer naar beneden, het is bedtijd.’

Sylvia Hommes in de zaal ‘Coronagetuigenissen’, gecureerd door Margreet van der Vlies © Vincent van Kleef

Het documenteren van hedendaagse ervaringen en objecten is op zich niet uniek. Bij instellingen die zich bewust zijn van hun rol om ons te helpen de geschiedenis te begrijpen, bestaat de praktijk al veel langer. Door de hedendaagse digitale technologie is het echter makkelijker en laagdrempeliger dan ooit om onderdeel te worden van het documentatieproces. Op dat vlak is Corona in de stad ook een sociaal-artistiek experiment. Wat gebeurt er met een tentoonstelling als je die laat cureren door mensen en organisaties die niet noodzakelijk onderdeel zijn van de kunstwereld? Kan dit de meest inclusieve tentoonstelling ooit worden bij het Amsterdam Museum?

De zaal met de naam ‘Coronagetuigenissen uit Amsterdam-West’, waar ik zelf ook aan meewerkte, is een multimediaal portret van vijf buurtbewoners. Zij werden geïnterviewd en gefotografeerd. Hun tekstportretten werden vervolgens in een camera voorgelezen door andere buurtbewoners. Je kijkt en luistert dus naar een verhaal via meerdere lagen. Een van de portretten is het aangrijpende verhaal van Silvia, een van de allereerste coronaslachtoffers in Amsterdam. Zij en haar man werden maart vorig jaar ernstig ziek. Haar man haalde het niet. Ze praatte met mij in haar woonkamer openhartig over het verlies, de pijn, het verdriet en haar moeizame herstel.

Corona in de stad gaat om menselijke verhalen. Een schril contrast met de droge coronacijfers en -statistieken en het wetenschappelijke jargon van experts in het politieke debat. Hier krijgen de cijfers een naam, een gezicht. Ik zie Silvia nog zitten: met een kopje koffie in haar hand, licht trillend, de kat die tegen haar benen aan krult en de leegte die haar man in de woning achterliet.

2020 was niet alleen het jaar waarin de publieke ruimte op slot ging, het was ook het jaar waarin de publieke ruimte volop werd opgeëist voor protest: van de monumentale Black Lives Matter-manifestatie op de Dam in juni tot de wekelijkse demonstraties tegen de coronamaatregelen op het Museumplein. Naast de vele beelden van een lege stad, zijn er ook verschillende zalen – zoals ‘Sociale onrust’ van Tom van der Molen of ‘Black Lives Matter’ van Imara Limon, allebei curatoren van het Amsterdam Museum zelf – met beelden van volle straten met demonstranten en protestborden.

Vooral de fotoreeks Black & LGBTQIA+: A Timeless Tribute To Us, gecureerd door activiste Naomie Pieter, springt in het oog. Vorige zomer co-organiseerde ze de eerste Black Pride in Amsterdam. Je ziet niet alleen foto’s van de Pride, maar ook intieme beelden van zwarte mensen die elkaar omhelzen en liefhebben in een huiselijke setting. In haar woorden: ‘De fotoserie is een tegenreactie op de constante online oorlogsbeelden waarin zwarte mensen vermoord worden en pijn zijn. Het is ook tegelijkertijd een antwoord op een hunkering naar liefdevolle representatie van Zwarte LHBTIQA+-gemeenschappen online en in de wereld.’

Zouden deze beelden en verhalen ook zonder de coronacrisis hun weg hebben gevonden naar het Amsterdam Museum? Het is een vraag die me niet loslaat terwijl ik door de zaal scroll. Corona in de stad opent zeker de weg naar een inclusiever museum: door externe curatoren verhalen te laten verzamelen, selecteren en delen bereikt het museum Amsterdammers die het voorheen over het hoofd zag of niet wist te vinden. Terwijl zij evenzeer deel uitmaken van het collectieve geheugen van de stad, en dus recht hebben op een plek in hun eigen stadsmuseum. Ik kan alleen maar hopen dat het Amsterdam Museum dat zelf ook inziet.


Corona in de stad van het Amsterdam Museum, in samenwerking met vele partners, waaronder De Groene Amsterdammer, is te bezoeken op coronaindestad.nl