Nevenfuncties burgemeesters & wethouders

Het college klust bij

Gemeenten moeten volledige openheid geven over de nevenfuncties van burgemeester en wethouders én wat ze daarmee verdienen. Uit de cijfers blijkt: één burgemeester heeft 61 bijbanen, één wethouder 71. Hebben de bestuurders nog tijd om te besturen?

Medium groene bijbanen groot

‘Even over hebben’, mailt burgemeester Peter den Oudsten van Groningen vanaf zijn iPad naar zijn persvoorlichter. Het is vrijdag 28 september 2016. De pvda-politicus reageert op onze vraag over zijn nevenfuncties. Den Oudsten is sinds begin 2015 burgemeester. Hij wordt gevraagd volledige openheid te geven over alle nevenfuncties die hij dat jaar vervulde én wat hij daarmee verdiend heeft.

De 389 andere Nederlandse gemeenten ontvangen allemaal hetzelfde verzoek. We vragen wat de nevenfuncties van burgemeesters en wethouders waren in 2015 en welke inkomsten zij daarvoor ontvingen. Het is niet te veel gevraagd, want gemeenten moeten deze informatie al sinds 2010 openbaar maken. Maar de bijbanen en inkomsten zijn tot nu toe nog nooit op een rij gezet. Over de naleving van de wet is bovendien nagenoeg niets bekend. We vragen naar de situatie zoals die was in 2015, omdat inkomsten uit dat jaar uiterlijk in april 2016 openbaar moesten zijn. Het zijn dus de recentste cijfers.

Officieel horen de nevenfuncties en -inkomsten op het gemeentehuis te liggen. Wie ze wil zien, kan langskomen. ‘Terinzagelegging’, heet dat in juridisch jargon. Maar veel gemeenten lijken daarvan niet op de hoogte. ‘O, moet dat openbaar zijn dan?’ zegt een medewerker van de gemeente Renkum. ‘Onze jurist zegt van niet.’ Een ambtenaar uit Reimerswaal: ‘U wilt informatie over nevenfuncties? Zal ik u anders even doorverbinden met de salarisadministratie?’

In het gemeentehuis van Diemen ligt wel een dikke map met parkeerverordeningen en bestemmingsplannen op de balie. Maar van de nevenfuncties heeft een medewerker nog niet gehoord, blijkt als we onaangekondigd langskomen. In het streekarchief in Hilversum zouden de nevenfuncties van de Noord-Hollandse gemeente moeten liggen, ‘maar de map is opeens weg’, zegt de archiefmedewerker. Op het gemeentehuis van Blaricum, Eemnes en Laren, die ambtelijk samenwerken, is de informatie op afspraak wel in te zien. Een kopietje maken mag dan weer niet, vindt de aanwezige ambtenaar. ‘Formeel is de regel: terinzagelegging.’

De belangenorganisatie Vereniging Nederlandse Gemeenten (vng) vindt dat alle informatie over bijbanen ook op de gemeentewebsite hoort te staan. Dat is immers het online gemeentehuis. Maar als we in de herfst van 2016 via die sites een inventarisatie maken van de nevenfuncties blijkt dat slechts acht procent van de gemeenten dat volledig doet volgens de vng-richtlijn, die is opgesteld in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties (bzk).

De Groningse woordvoerder wijst ook op de gemeentewebsite. De uitkomst van het gesprek tussen burgemeester Den Oudsten en zijn ambtenaren is de mededeling dat de informatie ‘gewoon’ online staat. ‘Helemaal up to date.’ Maar wat de burgemeester in 2015 verdiende met zijn nevenfuncties is vier maanden na de mail nog niet duidelijk.

Onder gemeenten blijkt grote verwarring te bestaan over de plicht tot openbaarmaking van nevenfuncties en -inkomsten. ‘Het is helemaal niet relevant dat bekend te maken’, laat een verontwaardigde kabinetschef van de Brabantse gemeente Heusden telefonisch weten. ‘Als de burgemeester een krantenwijk heeft is dat alleen belangrijk wanneer het zijn functioneren als burgemeester beïnvloedt. Die informatie hebben we openbaar op de website staan. Maar het is niet belangrijk of hij daar nou driehonderd of drieduizend euro per maand mee verdient.’

Na vier maanden van herhaaldelijke verzoeken, telefonisch en per mail, is van 81 procent van de gemeenten alle informatie bekend. Burgemeesters en wethouders hebben volop bijbanen, zo blijkt uit het onderzoek. In totaal hadden de lokale bestuurders in 2015 ruim twaalfduizend nevenfuncties. Burgemeesters hadden gemiddeld 8,6 bestuurlijke bijbanen, dat zijn bijbanen die ambtshalve uit hun functie voortvloeien. Het gaat dan bijvoorbeeld om het voorzitterschap van een veiligheidsregio of het beschermheerschap van de lokale sportclub. Daarnaast hebben burgemeesters gemiddeld 3,6 bijbanen in privé-tijd. De doorsnee wethouder heeft 5,1 ambtshalve nevenfuncties en 1,3 bijbanen op persoonlijke titel. Eén op de tien voltijdwethouders heeft een of meer betaalde bijbanen, tegenover bijna vier op de tien burgemeesters. Laatstgenoemden verdienden daarmee een totaalbedrag van ruim één miljoen euro, de wethouders met een voltijd dienstverband verdienden voor 3,5 ton bij.

cda-burgemeester Ton Rombouts van Den Bosch is niet alleen de langst zittende burgemeester van het land, maar ook de grootverdiener onder zijn beroepsgroep. Hij ontving 84.870 euro aan salaris en vergoedingen, onder meer als voorzitter van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden en Gezondheid (12.321 euro) en voorzitter van stichting E-laad (29.000 euro), dat is een door netbeheerders gefinancierde club die zorgt voor oplaadpunten voor elektrische auto’s. Burgemeester Toon van Asseldonk van Overbetuwe had de lucratiefste bijbaan onder de burgemeesters. Als penningmeester van de Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen in Willemstad ontving hij 30.000 euro.

De meeste burgemeesters hebben betaalde bijbanen bij organisaties in de semi-publieke sector (69 procent), gevolgd door het maatschappelijk middenveld (13 procent) en de private sector (18 procent). Vaak gaat het om toezichthoudende functies, vooral de zorgsector is populair. Een kwart van de betaalde bijbanen vervullen burgemeesters bijvoorbeeld als toezichthouder van een ziekenhuis of verslavingszorginstelling.

Ondanks veel aandringen leverden 74 gemeenten onvolledige informatie of zelfs helemaal geen gegevens aan. Een kwalijke zaak, meent Leo Huberts, hoogleraar bestuurskunde aan de Vrije Universiteit en een van de samenstellers van de jaarlijkse integriteitsindex van politici. ‘Het eerste wat we nodig hebben voor een goed bestuur zijn integere politici.’ De hoogleraar is verbaasd over de afhoudende reactie van veel gemeenten: ‘Als gemeenten na vier maanden dringende verzoeken nog steeds geen volledige openheid willen of kunnen geven over de bijbanen van burgemeesters en wethouders is het in ieder geval geen teken dat integriteit een belangrijk thema is in het lokale bestuur.’

Mogen we even afrekenen?

Burgemeesters en wethouders moeten sinds 2010 jaarlijks hun neveninkomsten doorgeven aan het ministerie van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties (BZK). Ambtenaren op het ministerie controleren of ze niet meer dan veertien procent van hun bestuurderssalaris bijverdienen. Heeft een bestuurder nevenfuncties die meer opleveren? Dan wordt de helft van dit bedrag ingehouden op het salaris dat de gemeente uitbetaalt. Dat is nooit meer van 35 procent van het loon, maar het kan de gemeente al gauw duizenden euro’s schelen.

Het ministerie ontvangt de gegevens over neveninkomsten via een speciale applicatie en daarna wordt automatisch bepaald of de bestuurder geld uit bijbanen moet verrekenen met het salaris. Het college beslist daarna of de bestuurders geld moeten inleveren of niet.

Bijbanen en nevenfuncties hebben vaak een negatieve connotatie. Het beeld doemt op van bijklussende overheidsdienaren die het algemeen belang al snel uit het oog verliezen. Toch is de sceptische houding ten opzichte van nevenfuncties niet altijd terecht, zegt bestuurskundige Marcel Boogers van de Universiteit Twente: ‘Nevenfuncties geven toegang tot nieuwe netwerken en bieden ontwikkelmogelijkheden. Dat kan de wethouderstaken ook juist ten goede komen. Bovendien verkleint het de kans dat ontslagen bestuurders lang gebruik moeten maken van wachtgeldregelingen omdat ze geen nieuwe baan vinden.’

De huidige regelgeving, zoals vastgelegd in de Gemeentewet, komt voort uit een serie adviezen van een commissie onder leiding van wijlen vvd-coryfee Hans Dijkstal. Deze Adviescommissie Rechtspositie Politieke Ambtsdragers kreeg na de val van het kabinet-Kok in 2002 van de nieuwe cda-premier Jan-Peter Balkenende de taak ‘het kabinet te adviseren over uiteenlopende beloningsvraagstukken die spelen rondom de beloning van topfunctionarissen in de publieke sector’.

‘Het is niet belangrijk of de burgemeester driehonderd of drieduizend euro per maand met een krantenwijk verdient’

De commissie bracht tussen 2004 en 2008 zeven rapporten uit en adviseerde onder meer dat het ministerssalaris het hoogste salaris in de publieke sector zou moeten zijn. Daarna volgde de invoering van de Balkenendenorm, die stelde dat bestuurders van (semi–)overheidsorganisaties niet meer dan 130 procent van een ministerssalaris behoren te verdienen.

Dijkstal had ook een mening over neveninkomsten van burgemeesters en wethouders. Voor Tweede-Kamerleden golden al jaren strenge regels over openbaarmaking en verrekening van neveninkomsten. En volgens de commissie viel ‘niet in te zien’ dat die regels niet zouden gelden voor ‘overige fulltime politieke ambtsdragers’. Want ook de nevenfuncties van burgemeesters en wethouders ‘kunnen rekenen op grote maatschappelijke belangstelling’. ‘Dit ligt voor de hand aangezien van een politiek ambtsdrager mag worden verwacht dat hij bij zijn belangenafwegingen niet wordt geleid door eigenbelang’, aldus de commissie in een adviesrapport in 2005.

Na ons onderzoek kunnen we stellen dat slechts een kleine minderheid van de gemeenten deed wat de wet van hen vroeg: actieve openbaarmaking van nevenfuncties én neveninkomsten. Pas na aandringen en vaak flink zoeken werd openheid verschaft. Integriteitshoogleraar Huberts vindt dat een slechte zaak: ‘Jezelf controleerbaar maken geeft mij als burger het vertrouwen dat de bestuurders optreden in het publiek belang’, meent hij. ‘Dat is een kernwaarde voor goed bestuur.’

Kwalijk is ook dat de gemeenteraden door de geslotenheid hun controlerende taak niet kunnen waarmaken. Politici moeten juist ‘met opgeheven hoofd die nevenfuncties en inkomsten openbaar maken’, vindt Huberts. ‘Als zij zichzelf vertrouwen in hun integer handelen, moeten zij ook vertrouwen dat in een publieke discussie dezelfde conclusie wordt getrokken.’

‘Ik heb geen enkele wet overtreden.’ Toon Antonis (60) zit aan de eettafel in de woonkamer van zijn huis in het Noord-Brabantse dorpje Hulsel, niet ver van de Belgische grens. Er staan koffie en koekjes op tafel. Antonis legde een paar maanden eerder zijn functie als wethouder van de lokale partij Samenwerking in de gemeente Reusel-De Mierden neer. Niet geheel vrijwillig.

Small groene bijbanen klein 2

Antonis werd onder meer gebrek aan transparantie verweten over de tijd die hij besteedde aan zijn werk als directeur van zes peuterspeelzalen. Zestien uur per week kostte het. Dat is veel naast een voltijd wethouderschap, maar ja, Antonis liep ’s ochtends ook altijd om zeven uur als een van de eersten het gemeentehuis binnen. Ook de weekenden waren al snel gevuld met verplichtingen die hoorden bij het wethouderschap. Dat vond hij niet erg. Want Antonis mag dan zestig zijn, hij heeft naar eigen zeggen ‘de drive van een 35-jarige’.

De voormalig wethouder verdiende als directeur van de peuterspeelzalen dertigduizend euro. Daarmee is hij de grootverdiener onder de wethouders. Volgens een wetswijziging die in 2010 werd ingevoerd zou dat betekenen dat hij voor 2014 en 2015 18.618,52 euro moest aftrekken van zijn salaris. Want burgemeesters en voltijdwethouders die meer dan veertien procent bijverdienen moeten een deel van hun loon inleveren. De lokale politicus was niet op de hoogte van die wetswijzigingen. ‘Je mag toch verwachten dat een organisatie je daar pro-actief over informeert’, zegt Antonis.

Dat gebeurde niet. Maar er bleek een uitweg: een parttime wethouderschap. Want voor deeltijdwethouders gelden andere regels. In tegenstelling tot burgemeesters en voltijdwethouders hoeven zij neveninkomsten niet openbaar te maken. En de zogeheten ‘verrekenplicht’ gaat niet op voor deeltijders. Zij mogen alle neveninkomsten houden.

De Reuselse coalitie diende daarom een voorstel in om het dienstverband van Antonis met vijf procent te verminderen. Dat zorgde voor problemen. Oppositiepartij pvda reageerde fel en diende een motie van wantrouwen in. Die overleefde Antonis. Maar de ophef rond de bijbaan verdween niet. Een juridisch ambtenaar van de provincie liet aan de advocaat van de gemeente weten het voorstel ‘immoreel’ en ‘faliekant in strijd met de bedoeling van de wet’ te vinden.

Antonis begon inmiddels zelf ook te twijfelen. ‘Op een gegeven moment dacht ik: ik betaal wel gewoon en dan is het klaar. Dan kan ik weer gewoon wethouder zijn.’ Een verkeerde inschatting. De vertrouwensbreuk werd niet meer hersteld. Antonis diende zijn ontslag in.

Een dienstverband van 95 procent is niet uniek. Als we naast de nevenfuncties ook bij alle gemeenten de dienstverbanden opvragen, blijken in ieder geval dertien wethouders in de gemeenten Texel, Brunssum, Westvoorne, Epe, Raalte, Grave en Boxmeer te werken volgens deze semi-fulltime tijdsbestedingsnorm. In plaats van 36 uur per week werken zij 34 uur en twintig minuten. Op papier althans. Daarnaast werkt het gehele college van gemeente Waddinxveen 95 procent.

Onder hen wethouder Kees de Jong van de lokale Protestantse Combinatie Waddinxveen. Behalve een enthousiast politicus ook een ondernemer in hart en nieren. Achter het woonhuis aan de rand van het dorp stonden vier schuren waar zestigduizend kippen rondscharrelden. Totdat een verwoestende brand in oktober alles platlegde. Maar nog heeft hij de bijnaam Kees Kip, vertelt De Jong in zijn kantoor. Op zijn bureau liggen een annotatiebijbel én plannen voor een herbouw van het familiebedrijf.

Zijn wethouderschap moest niet in de weg komen te zitten van zijn kippenbedrijf. Dat had de geboren en getogen Waddinxveener duidelijk gemaakt bij zijn aantreden. ‘Als het om mijn kippen gaat, ben ik weg.’ Het was geen probleem. Ook in financieel opzicht is de gemeente ondergeschikt. Het zou De Jong een aardige duit kosten, als hij jaarlijks het wettelijk minimum directeur-aandeelhoudersloon van 44.000 euro moest verrekenen met zijn wethouderssalaris. ‘Ik hoef niet aan mijn wethouderschap te verdienen, maar ik ga het geld ook niet wegdragen.’ De pluimveehouderij, waar in een goed jaar ‘zo’n anderhalf miljoen’ in omgaat, is en blijft De Jongs ‘core business’.

De gemeenten geven uiteenlopende redenen voor de aanstelling van 95 procent, maar behalve Kees de Jong zegt geen enkele wethouder dat de keuze te maken heeft met het ontwijken van de verrekenplicht. De Boxmeerse CDA-wethouder Peter Stevens doet het bijvoorbeeld omdat er zo ‘voldoende uren beschikbaar blijven’ voor ‘het benodigde aantal uren aansturing’ van zijn agrarisch bedrijf. Toch wil geen enkele wethouder met het semi-fulltime dienstverband openheid geven over de neveninkomsten. Zij hoeven immers niet meer te verrekenen.

‘Een wethouder met zijn eigen kippenbedrijf kan het uitleggen. Het grote publiek zou het best snappen’

Behalve voor deeltijdwethouders gaat de verrekenplicht ook niet altijd op voor fulltime bestuurders. Waarnemend burgemeesters of bestuurders die al voor de wetswijziging in 2010 op hun plek zaten mogen inkomsten uit nevenfuncties houden. Zo hoeft de Bossche burgemeester Rombouts geen cent van zijn ruim tachtigduizend euro aan bijverdiensten aan de gemeente af te dragen, omdat hij als sinds 1996 burgemeester is. Van de top-tien grootverdieners onder de burgemeesters vallen er acht in deze uitzonderingscategorieën.

En dan biedt de wet bestuurders nog een mogelijkheid om inkomsten tegen de borst te houden. De openbaarmakingsplicht geldt alleen voor inkomsten uit loondienst. Verdiensten uit het eigen bedrijf of als commissaris zijn vrijgesteld. Dus de 12.270 euro die cda-burgemeester Cornelis Visser uit Heerde verdiende als mede-eigenaar van zijn landbouwbedrijf hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de 39.702,32 euro die Han Noten (pvda) naast zijn burgemeesterschap in Dalfsen via zijn eigen onderneming verdiende als toezichthouder bij onder meer ggz-instelling Espria.

Aan het begin van zijn ambtsperiode in 2014 waren het er nog maar een paar. Ze pasten in ieder geval nog op een A4’tje. Inmiddels heeft wethouder Jan Loonen van de gemeente Venray 71 nevenfuncties en hij is daarmee de kampioen van de bijbanen. Hij schrok er zelf ook een beetje van toen hij de lijst zag, met functies als voorzitter van de stuurgroep Venray Bloeit, het lidmaatschap van de Tuinbouwbusinessclub Noord-Limburg en het voorzitterschap van de Wild Beheer Eenheid Venray. ‘Op een uitzondering na zijn het allemaal bestuursfuncties en geen privé-functies.’ Maar ze kloppen wel. ‘De interne functies zitten er nog niet eens bij.’ Waar hij de tijd vandaan moet halen weet hij soms zelf ook niet, maar het is tot op heden altijd gelukt. ‘Anders had ik dat wel gehoord, denk ik.’

Het verschil in het aantal nevenfuncties tussen lokale bestuurders is groot. Zo houdt de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan het overzichtelijk. Hij heeft negen nevenfuncties. Zijn Rotterdamse collega Ahmed Aboutaleb heeft er 61.

Het is niet geheel toevallig dat wethouder Loonen cda’er is. Van de 253 voltijds christen-democratische bestuurders hebben er 64 één of meer betaalde bijbanen. Dat is 25 procent. Ook pvda’ers laten zich relatief vaak betalen naast het ambt. Van de 148 sociaal-democratische bestuurders hebben er 39 een bijbaan, 28 procent. Ter vergelijking: van de 107 d66-ambtsdragers hebben er 17 een bezoldigde nevenfunctie, dat is 16 procent. De 23 mensen die fulltime in een gemeentebestuur zitten namens de SP hebben geen enkele betaalde bijbaan.

Veel ambtshalve nevenfuncties zitten in het overlegcircus dat is ontstaan tussen regionale overheden. Het aantal regionale samenwerkingsverbanden is de afgelopen vijftien jaar flink toegenomen doordat allerlei taken gedecentraliseerd zijn. ‘Verantwoordelijkheden zoals jeugdzorg en de participatiewet zorgen voor een enorme verzwaring van het takenpakket van gemeenten’, zegt Boogers. ‘Het zijn taken waar ontzettend veel geld mee is gemoeid, veel risico bij komt kijken.’

Vaak vinden de uitvoeringen van taken plaats in samenwerking met andere gemeenten, en ook met bijvoorbeeld woningcorporaties en zorginstellingen. De transparantie laat dan soms te wensen over. Het komt dan voor dat een wethouder in het bestuur van een zorginstelling zit terwijl de gemeente ook beslissingen moet nemen over bij wie de zorg wordt ingekocht. Dat lijkt met het oog op mogelijke belangenverstrengeling een onwenselijke situatie. ‘Het is iets waar veel gemeenten momenteel mee worstelen’, weet Boogers. Ed Mathijssen, wethouder in de gemeente Sint-Michielsgestel, bevestigt de ‘dubbele-petten-problematiek’: ‘Al is het vooral een probleem op papier. In de praktijk lukt het meestal wel om de verschillende belangen bij de verschillende functies te onderscheiden.’ De wethouder noemt het voorbeeld van de sociale dienst, een organisatie die mensen ondersteunt die binnen de Participatiewet vallen. De gemeente is zowel eigenaar als klant van het bedrijf. ‘Die combinatie is in dit geval goed te maken omdat de wsd kiest voor de insteek “verlengd lokaal bestuur”, het is geen commercieel bedrijf. Kies je voor een commerciële aanpak, dan gaan er andere belangen spelen.’

Toch ligt de kans op schijnbare belangenverstrengeling altijd op de loer. Hoe kunnen gemeenten dit voorkomen? ‘Bijvoorbeeld door niet de wethouder met de portefeuille zorg naar het gemeenschappelijk overleg bij een zorginstelling te sturen, maar de wethouder financiën’, oppert Boogers. Het zorgt misschien voor wat gepuzzel met agenda’s en portefeuilles, maar afspraken hierover kunnen een hoop ellende besparen. Een voorwaarde is dan natuurlijk wel dat de bijbanen openbaar zijn en dat gemeenteraden hun controlerende taak serieus nemen.

Small groene bijbanen klein 1

De inkomsten uit de ambtshalve bijbanen van een collegelid gaan overigens bijna altijd naar de gemeentekas. Behalve in de gemeente Nederweert. Daar mogen bestuurders die inkomsten zelf houden, omdat blijkt dat de gemeente nog een verouderde versie uit 2005 van de Gemeentewet volgt.

‘Hier investeert Rockwool in een nieuw logistiek centrum’, staat vol trots op het bord dat de financieel directeur van steenwolfabrikant Rockwool in maart 2015 onthult op het bedrijventerrein Roerstreek in Roermond. Het is echter niet alleen Rockwool dat miljoenen investeert in het project. De grond wordt gekocht van Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg (oml) en de Limburgse Herstructureringsmaatschappij BV (lhb). De organisaties kopen in ruil daarvoor voor 6,8 miljoen de grond waarop het oude distributiecentrum van Rockwool staat. Door de aankoop, het beheer en de herstructurering van bouwgrond en bedrijventerreinen proberen de organisaties de economie in de regio te stimuleren.

Aandeelhouders van de ontwikkelingsmaatschappij zijn de gemeenten Roermond, Roerdalen, Leudal, Maasgouw en Echt-Susteren. Een aangewezen collegelid vertegenwoordigt de gemeente in vergaderingen. De overeenkomst met Rockwool wordt door oml-directeur Tilman Schreurs in De Limburger beschreven als een ‘werelddeal’. Rockwool is een grote werkgever in Limburg. In de productiehal werken in 2015 1130 mensen.

De aandeelhouders van oml gingen akkoord met het verkoopvoorstel van de grond. Voor burgemeester Jos Hessels, afgevaardigde namens Echt-Susteren, is het een mooi resultaat. De cda-politicus en voormalig Kamerlid klust in zijn vrije tijd namelijk bij voor de steenwolfabrikant. Als adviseur public affairs ontvangt hij 10.700 euro in 2015, zo laat de gemeente weten bij de opvraag van de nevenfuncties. Toen hij nog lid was van de Tweede Kamer was Hessels ook lid van het Supervisory Committee van het bedrijf. Hij heeft dus een dubbelrol: aan de ene kant vertegenwoordigt hij de gemeente, aan de andere kant adviseert hij het bedrijf waarmee de gemeente zaken doet. Dat lijkt met het oog op de informatie waartoe Hessels toegang had een opmerkelijke constructie. Bovendien was niet iedereen die betrokken was bij de deal op de hoogte van zijn nevenfunctie bij Rockwool. Niet bekend is of er binnen de gemeente afspraken zijn gemaakt over zijn adviseurschap. Wel legde Hessels in december 2015 zijn functie bij Rockwool neer. De burgemeester zegt in een reactie dat er ‘absoluut geen sprake’ is van belangenverstrengeling. De invloed van de gemeente op de grondaankoop was ‘nihil dan wel van ondergeschikt belang’. Hij was binnen oml na de wethouder Economische Zaken slechts tweede portefeuillehouder. ‘Ik zat niet in een dubbelrol.’

Hessels is niet de enige lokale bestuurder met een opmerkelijke combinatie van nevenfuncties en bestuurderstaken. Zo zien we een deeltijdwethouder met de portefeuille verkeer die ook bijverdient als verkeersconsulent. In een Limburgse stad heeft een wethouder met de portefeuille onderwijs en studentenzaken een baan als beleidsmedewerker bij de hogeschool in diezelfde stad. En in de provincies Flevoland, Noord-Holland en Noord-Brabant zijn gemeentebestuurders werkzaam met de portefeuille ruimtelijke ordening die ook een eigen makelaarskantoor hebben.

In geen van de gemeenten waar deze constructies voorkomen kan worden vastgesteld of dat leidt tot een informatievoorsprong of, nog erger, belangenverstrengeling. Dat is überhaupt onmogelijk te controleren als gemeenten halsstarrig blijven doen over openbaarmaking van bijbanen en inkomsten daaruit.

Door gebrekkige openbaarmaking van gemeenten en de wettelijke uitzonderingen voor bijvoorbeeld deeltijdwethouders of zelfstandig ondernemers staan de controlerende gemeenteraden vaak met lege handen. Het inzicht in de bijverdiensten van lokale bestuurders is daarmee minder doorzichtig en controleerbaar dan de commissie-Dijkstal voor ogen had. Volgens bestuurskundige Boogers kan het anders. Ten eerste zouden ook deeltijdwethouders hun neveninkomsten openbaar moeten maken. ‘Als ik het kan uitleggen, kan een wethouder met zijn eigen kippenbedrijf dat ook. Het grote publiek zou dat volgens mij best snappen.’

Maar het kan ook op een andere manier beter. ‘Belangrijk is om te vragen: heeft zo’n college het er wel eens over?’ zegt integriteitshoogleraar Huberts. ‘Wanneer onthoud je je van besluitvorming? Wat kan wel, wat kan niet? Het gaat om het besef van de inhoud waar je mee bezig bent, in plaats van het afvinken van een lijst. Bewustzijn is daarin een beginsel. Het is teleurstellend en opvallend dat dat besef lang niet overal gedeeld wordt.’

Aantal bijbanen burgemeesters

Eindhoven, Rob van Gijzel* (PvdA) 61
Rotterdam, Ahmed Aboutaleb (PvdA) 61
Maastricht, Onno Hoes* (VVD) 47
Kerkrade, Jos Som (CDA) 45
Utrecht, Jan van Zanen (VVD) 43
*Inmiddels afgetreden

Aantal bijbanen wethouders

Venray, Jan Loonen (CDA) 71
Lingewaal, Griedo Bel (PvdA) 33
Deventer, Liesbeth Grijsen (Gemeentebelang) 30
Echt-Susteren, Geert Frische (CDA) 29
Sittard-Geleen, Pieter Meekels (GOB) 29

Totstandkoming onderzoek

Voor dit onderzoek zijn alle 390 Nederlandse gemeenten tussen eind september en begin oktober benaderd met het verzoek nevenfuncties en -inkomsten van de burgemeesters en wethouders die werkzaam waren in 2015 openbaar te maken en door te sturen. Daarover is in het najaar met nagenoeg elke gemeente nog één of meer malen contact geweest, omdat er nauwelijks gemeenten waren die de gegevens meteen konden aanleveren. Halverwege december 2016 ontvingen gemeenten die nog geen of incomplete gegevens verstrekten een laatste verzoek tot openbaarmaking. Daarna zijn de gegevens verwerkt in een databestand, dat gemeenten in januari 2017 konden controleren op fouten en feitelijke onjuistheden. Dit databestand is te raadplegen op rtlnieuws.nl.