Het contra-evolutionaire gevaar

Het nieuws dat de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW) de regering dringend verzoekt de evolutietheorie van Darwin weer in het centraal schriftelijk eindexamen op te nemen, vestigt de aandacht vooral op het feit dat het verdwijnen van die theorie uit het examen lang onopgemerkt is gebleven. Biologieleraren hebben zich er niet openlijk over beklaagd en eindexamenkandidaten al evenmin. De eersten hadden het vermoedelijk te druk en de laatsten waren waarschijnlijk al lang blij dat ze de schooltas aan de vlaggestok konden hangen.

Het dumpen van Darwin blijkt terug te voeren op een advies dat de Onderwijsraad in 1989 uitbracht aan de toenmalige staatssecretaris van Onderwijs, Ginjaar- Maas. De Raad stelde voor de evolutietheorie op havo en vwo nog slechts via het schoolonderzoek te examineren. In 1992 werd een examenregeling van kracht die in overeenstemming was met dat advies. Eind vorig jaar verklaarde het huidige kabinet de maatregel ook nog eens van toepassing op de schooltypen mavo en vbo.
Totdat de KNAW aan de bel trok, was er geen haan die ernaar kraaide. Een artikel in NRC Handelsblad van 6 april waarin akademielid prof. P. Borst het wegmoffelen van de evolutietheorie aan de kaak stelde, doorbrak die stilte. Vervolgens werd half juni namens de gehele Akademie een brief op poten aan staatssecretaris Netelenbos gestuurd. De D66-kamerleden Ursie Lambrechts en Aad Bakker, die van niets wisten, vroegen de regering ten slotte om opheldering. Al doende greep D66 een onverwachte gelegenheid aan om de a- confessionele trekken van het paarse gezicht te tonen. Waarvoor de partij inmiddels bijval oogstte van PvdA-zijde, die begin deze week bij monde van fractielid Van Liemburg het D66-standpunt onderschreef.
(De belangrijkste passage uit het advies van de Onderwijsraad - waarmee het allemaal begonnen is - luidt: ‘Het valt de Afdeling (van de Onderwijsraad - pr) op dat een aantal onderwerpen vanuit bepaalde ethische visies is geformuleerd (in het voorgestelde examenprogramma - pr). Zij doelt hierbij onder meer op zaken als de evolutie en de daarbij behorende evolutietheorie, abortus en meer in het algemeen vragen rondom dood en kwaliteit van het leven. Gelet op het “identiteitsgevoelige” karakter van deze onderwerpen dient naar haar oordeel ertegen gewaakt te worden dat de daarmee samenhangende problematiek te zeer vanuit een invalshoek wordt benaderd. Ten aanzien van met name de evolutieleer neigt het programma haars inziens tot een benadering vanuit een bepaalde theorie, terwijl zoals bekend hierover een verscheidenheid aan denkbeelden bestaat.’
Hoe langer je naar die tekst kijkt, hoe meer je de indruk krijgt dat de gesuggereerde en de werkelijke bedoeling elkaars tegengestelde zijn. De verwijzing naar eveneens 'identiteitsgevoelige’ onderwerpen als abortus en vragen rond leven en dood doet vermoeden dat de groeperingen die zich via de Onderwijsraad hebben gemanifesteerd, juist vinden dat een aantal onderwerpen te weinig vanuit 'bepaalde ethische visies’ is geformuleerd. Bovendien klinkt in het advies een pleidooi door om de evolutieleer niet minder maar juist meer vanuit een theorie te benaderen, namelijk die van het ontstaan van de mens volgens Genesis. Er vindt op die manier een merkwaardige omkering plaats: iemand die van de evolutietheorie kennis wil nemen, wordt als een gelovige gekenschetst en een verkondiger van het scheppingsverhaal als een zuivere wetenschapper.
Zo'n interpretatie sluit tamelijk nauw aan bij een suggestie die wordt gedaan door professor J. Joosse, lid van de KNAW en emeritus hoogleraar biologie aan de Vrije Universiteit. Joosse vreest dat het wijzigen van de examenreglementen in verband staat met de opkomst van het zogeheten creationisme, een met name in Amerika sterk vertegenwoordigde stroming van veelal hoog geschoolde christenen die het scheppingsverhaal een wetenschappelijke status willen geven. Hun strijdtactiek is een verandering van de wetenschap van binnenuit. Op grond van fundamentalistische motieven wordt gebruik gemaakt van algemeen aanvaarde wetenschappelijke uitgangspunten als scepsis en falsifieerbaarheid. Zodra een wetenschapper iets te berde brengt wat afbreuk zou kunnen doen aan een theorie die volgens de creationisten concurreert met het scheppingsverhaal, doen zij onmiddellijk een poging hem te annexeren. Een terffende illustratie levert de Franse geleerde die enige twijfel wist te zaaien rond de bruikbaarheid van zogeheten 'gidsfossielen’ voor het bepalen van de evolutionaire ouderdom van een aardlaag: de man werd onmiddellijk uitgenodigd om te komen spreken op het Zesde Europese Creationistische Congres, dat van 16 tot 19 augustus - toevallig of niet - in Nederland wordt gehouden.
Het is zorgwekkend dat de Onderwijsraad de oren op de verkeerde plaats te luisteren heeft gelegd. Erger is het dat de regering het advies ook nog heeft opgevolgd en dat een nota bene volledig geseculariseerde coalitie het karwei afmaakt door ook mavo en vbo nog even te de-darwiniseren. Alsof men de toekomstige 'identiteitsgevoelige’ hbo'er of academicus ervoor wil behoeden dat hij door een lager opgeleide met The Origin of Species om de oren geslagen zal worden.
Kamervraag zeven van Ursie Lambrechts en Aad Bakker loog er dan ook niet om: 'Is het kabinet voornemens ook alles wat betrekking heeft op de ideeen van Galilei, het periodiek systeem, de continental-drifttheorie of de relativiteitstheorie uit het centraal schriftelijk te weren? Zo ja, wilt u ons dan van dit voornemen op de hoogte stellen?’
Met maar heel weinig parlementaire omlijsting wordt hier de vraag gesteld: Bent u wellicht gek geworden?