Hoofdcommentaar

Het corpsballenfiasco

Medium hoofdcommentaar abn

Terwijl in Nederland het wanbeleid van de top van ABN Amro wordt betreurd en de stemmingmakerij tegen ‘activistische aandeelhouders’ nieuwe hoogten bereikt, wordt er, ver weg in Afrika, gejuicht door kinderen. Inderdaad, door arme kinderen in Afrika, want niet alleen de aandeelhouders van ABN Amro, maar ook zij zijn gebaat bij de uitspraak van de Ondernemingskamer in Amsterdam van vorige week donderdag.

Het hedgefonds TCI, oftewel het ‘Children’s Investment Fund Management’, schreef op 20 februari een brief aan ABN Amro waarmee het bestuursvoorzitter Rijkman Groenink de stuipen op het lijf joeg. De topman stond direct met knikkende knieën op de stoep bij controleur Nout Wellink van De Nederlandsche Bank. In de brief uitte TCI kritiek op de strategie, de ondermaatse prestaties van de bank en de navenant lage waardering van het aandeel. Het kinderfonds bewees terloops dat de beleggers inderdaad weinig vertrouwen hadden in het huidige management. Binnen een dag na het bekend worden van de brief steeg ABN Amro met tien procent.

Daarmee hielp hedgefundmanager Chris Hohn van TCI niet alleen de aandeelhouders en zelfs de topmannen van ABN Amro – die op de valreep hun opties toch nog lucratief konden verzilveren en dat ook deden, op één bestuurder na – maar ook kinderen in Afrika. Dankzij het ‘activisme’ van Hohn doneert TCI jaarlijks namelijk minimaal een half procent van het belegde vermogen aan Afrika. Dat percentage loopt op naarmate het rendement stijgt.

Natuurlijk moet de charitas van TCI niet worden overdreven. De Nederlandse overheid geeft 0,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp) uit aan ontwikkelingshulp, meer dan de 0,5 van TCI. Maar toch. Zoals het weekblad Intermediair meldde: de goede gang van zaken voor TCI leidde alleen al in het afgelopen jaar tot een gift van maar liefst 75 miljoen euro. Kom daar maar eens om bij Groenink cum suis. Volgens een eenvoudige rekensom heeft de recente waardestijging van het aandeel ABN Amro – vrijwel volledig op het conto van ‘roofridder’ TCI – de kinderen in Afrika inmiddels enkele miljoenen opgeleverd.

Maar dat willen we in Nederland liever niet weten. Sinds Apax uitgeverij PCM tot striptease dwong, schrijven de belangrijkste dagbladen nog louter vlammende opiniestukken tegen alle hedgefunds en private equity. Boeven zijn het. Zelfs commissariatenkoning Cees van Lede gooide vorige week, in een interviewtje met de Volkskrant, ‘het culturele leven van Amsterdam’ in de strijd. Dat zou enorme schade ondervinden van een eventuele overname of opsplitsing van ABN Amro.

Als Nederlands old boys network het lot van Stedelijk Museum en Concertgebouw erbij sleept, dan zou ook wel eens iemand mogen wijzen op de hulp die TCI biedt aan de strijd tegen malaria in Afrika.

Sterker, als het toch om cultuur gaat, valt er meer op. Neem de hoofdrolspelers. De veertigjarige ‘plunderkapitalist’ Christopher Hohn van TCI is in bijna ieder opzicht de tegenpool van Rijkman Groenink. Hij draagt das noch dichtgeknoopt double-breasted pak, praat zacht en snel en komt af en toe zelfs moeizaam uit zijn woorden. Maar hij heeft wel succes en zag, bij een ontmoeting met de directie van ABN Amro, ook direct dat de gelikte Groenink vooral vol praatjes zit. ‘Wij hebben altijd geloofd dat ABN Amro een mooi bedrijf is, dat helaas lijdt onder compleet mismanagement’, zei hij later tegen Het Financieele Dagblad.

Inmiddels is niet alleen bij Hohn, maar ook bij de aandeelhouders het besef doorgebroken dat de teksten van Groenink over globalisering, flexibilisering en andere kernbegrippen van het kapitalisme alleen iets waard zijn als hij zich prettig aan de winnende hand waant. Want uit het vonnis van de Ondernemingskamer blijkt dat de top van ABN Amro wel een grote mond heeft over eerlijke concurrentie en vrij verkeer van kapitaal, maar uiteindelijk helemaal niet houdt van een ‘eerlijk speelveld’ met ‘gelijke kansen’. Het consortium dat ABN Amro op afstand probeert te houden, kon fluiten naar die gelijke kansen. Rijkman Groenink deed het voorstel van het consortium voor de rechter af als ‘te vaag’. De Ondernemingskamer liet daar geen spaan van heel: ‘Het gaat niet aan de plannen van een dergelijke potentiële, serieus te achten gegadigde zonder meer als “te vaag” te bestempelen.’

Inmiddels is er meer duidelijkheid gekomen over dit raadselachtige gedrag. Het blijkt ballerig en brallerig amateurisme. In de studentenkringen waar Groenink zijn vrienden heeft leren kennen, gaat het woord ‘vaag’ door voor ‘obscuur’, voor inferieur. Alles of iedereen dat of die er niet toe doet, is ‘vaag’. Het consortium – bestaande uit The Royal Bank of Scotland (een complete nieuwkomer), Fortis (Belgen!) en Banco Santander – is in de kringen van Rijkman Groenink niet chic en dus ‘vaag’. Want jaarrekeningen en winstcijfers vallen in het niet als je zaken kunt doen met ‘vrinden’, keurige typen zoals ze bij het eerbiedwaardige Barclays werken, met nog meer bedrijfshistorie en dezelfde smaak voor manchetknopen en maatpakken.

Het is nauwelijks voorstelbaar dat dergelijke sentimenten een rol spelen als het gaat om miljarden euro’s, duizenden werknemers en machtige ontevreden aandeelhouders. In het old boys network van Nederland is geld verdienen zeker ook belangrijk, maar status blijft doorslaggevend. Eén illustratie: hoewel spectaculair onsuccesvol, is Groenink onlangs voorgedragen voor het meest eerbiedwaardige commissariaat in Nederland: dat van Koninklijke Olie/Shell.

beeld Milo