Economie

Het CPB moet met pensioen

Deze week viert het Centraal Planbureau (CPB) zijn 65ste verjaardag. De felicitaties voor Teulings en zijn team zijn niet van de lucht. Zelfs erkende criticasters als FNV-voorvrouw Agnes Jongerius looft de rol die het CPB in het poldermodel speelt. Of zoals Het Financieele Dagblad uit haar mond optekende: ‘Het CPB brengt een zekere orde in het debat, een zakelijke lijn.

In Nederland is er de onuitgesproken afspraak dat wij allemaal het CPB als rekenmeester erkennen.’ Zonder iets te willen afdingen op zijn historische verdiensten denk ik dat het 65-jarig jubileum een goede gelegenheid is om de deuren van het pand aan de Van Stolkweg 14 definitief te sluiten. Het is mooi geweest. Vanaf nu gaan we het anders doen. Anno 2010 doet eenstemmigheid meer kwaad dan goed.
Het mag dan een groot goed zijn dat politici niet ongestraft economische luchtkastelen kunnen bouwen en dat werkgevers en werknemers dezelfde taal spreken, de consensus die het Haagse bedrijf via de band van het CPB simuleert is in toenemende mate schijn geworden. Ooit, in de jaren vijftig en zestig, toen mannen nog levenslang voor dezelfde baas werkten en met dezelfde vrouw in dezelfde sponde lagen, toen werkgevers nog heren waren en werknemers hun plek nog kenden, toen Nederlanders nog met de fiets naar werk en school gingen en een vakantie in de Ardennen het hoogtepunt van het jaar was, toen sloegen de maakbaarheidsambities van het CPB tenminste nog ergens op. Vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht om sturing te geven aan de bedrijf- en productschappen waarin de Nederlandse economie was opgedeeld, deed het CPB in die jaren precies dat: het centraal plannen van de economie.
In 2010 rest daarvan weinig meer. Door individualisering, mondialisering, liberalisering, secularisering, flexibilisering en hoe al die sociologische clichés ook mogen luiden, is de economische werkelijkheid onvergelijkbaar veel ingewikkelder geworden. Daardoor wordt het CPB steeds vaker geconfronteerd met de beperkingen van de eigen modellen, van de eigen data en, belangrijker nog, van de mathematische benadering van de economie die in de loop der decennia het kenmerk van de Nederlandse economiebeoefening is geworden. Dat het CPB de financiële crisis niet zag aankomen kun je Teulings en de zijnen niet verwijten. Wel dat de VINTAF-, MIMIC- en SAFFIER-modellen van het CPB überhaupt geen vergelijkingen bevatten die het groeiende economische belang van financiële markten konden uitdrukken. Niet alleen vangen de modellen van het CPB een steeds kleiner deel van de economische werkelijkheid, de wispelturigheid, samenhang en principiële onzekerheid van markten is zozeer toegenomen dat het beeld dat het CPB halfjaarlijks van de Nederlandse economie schetst steeds meer een Haags spiegelpaleis is geworden dat met de werkelijke stand van zaken van de Nederlandse economie niets te maken heeft.
Nu geldt voor voorspellen in het algemeen dat de beste voorspelling voor morgen het weer van vandaag is. Dat geldt echter alleen ceteris paribus: bij gelijke omstandigheden. Als die omstandigheden niet gelijk blijven - en wie door zijn oogharen naar de recente geschiedenis kijkt, moet constateren dat zich nogal wat onverwachts heeft voorgedaan - heb je aan dit soort voorspellingen niets. Dat geldt ook voor het CPB: het is goed in voorspellen wanneer de dag van morgen lijkt op die van vandaag en slecht in voorspellen wanneer het er werkelijk toe doet. Dat bleek. Aan de vooravond van de val van Lehman Brothers voorspelde het CPB een groei van drie procent, een bescheiden begrotingsoverschot en een werkloosheid van even boven de vier procent. Zes maanden later voorspelde het CPB een ongekende krimp van vier procent, een werkloosheid van boven de acht procent en een begrotingstekort van historische proporties. Te optimistisch in september, te pessimistisch in maart.
De les van de crisis is dat de economie te ingewikkeld is om aan technocraten over te laten. De ‘telgen van Tinbergen’ weten het stomweg ook niet. En beter dan net doen alsof dat wel zo is om 'orde in het debat’ te houden, ook al is het een onzinnige orde, is het om de markt voor economisch advies radicaal open te breken en het sociaal-economisch beleid te onderwerpen aan felle kritiek op basis van politieke uitgangspunten. En dat geldt ook voor het voorportaal van het CPB, de academische economiebeoefening. Want ondanks crisis, ondanks schuld door nalatigheid van de kant van economen, ondanks de schijnzekerheid van mathematische modellen is het ook daar armoe troef: tot hun leedwezen leren studenten nog altijd niets over de sociale, culturele en politieke inbedding van de economie en worden zij nog altijd opgeleid tot gemankeerde wiskundigen. Alsof er nooit een crisis is geweest.