Het wordt de eeuw van Azië

Het daagt in het Oosten

Als China en India gaan samenwerken, wordt de 21ste eeuw de eeuw van Azië, zei de Chinese premier. Maar Azië bestaat (nog) niet.

Als macht afhangt van mensenmassa’s, dan is afgelopen week het grootste machtsblok geboren dat de wereld ooit gekend heeft. Het kersverse «strategische bondgenootschap» tussen de rivaliserende kernmachten China en India omvat ruim 2,3 miljard personen en veertig procent van de werkende bevolking van de wereld. Strategisch of niet, het bondgenootschap is te opportunistisch om angst te wettigen voor militaire samenwerking. Het goede nieuws over deze toenadering wordt echter overschaduwd door de gelijktijdige uitbarsting van de vijandschap tussen China en Japan. In de anti-Japanse furie in China gaat het in wezen om een strijd om de suprematie in Oost-Azië.

Nu het wereldevenwicht zich zichtbaar aan het verplaatsen is naar Azië zijn de machtsverhoudingen tussen China, India en Japan van wereldbelang geworden. De relaties binnen deze driehoek leken vele jaren onbeweeglijk. China-India: groot wantrouwen en weinig handel. China-Japan: intensieve handel maar tegelijk historische vijandschap. Japan-India: Japanse afkeer van India’s kernbewapening, maar wederzijdse aantrekkingskracht om samen sterker te staan tegen China.

Vergeet het oude schema. China en India hebben ontdekt dat samenwerking beter is dan tegenwerking. Niet dat het oude conflict, dat in 1962 in een grensoorlog tot uitbarsting kwam, is opgelost, maar sinds het vorige week geëindigde bezoek aan India van de Chinese premier Wen Jiabao zijn de scherpe kanten eraf. Er is nu een road map over de afbakening van de 3500 kilometer lange grens. En China steunt India’s aanspraken op een permanente zetel in de Veiligheidsraad van de VN.

Vanouds was India bevriend met Rusland, en zijn vijand Pakistan met China. Nu er schot lijkt te zitten in de kwestie-Kashmir, die India en Pakistan diverse malen op de rand van een kernoorlog heeft gebracht, is China’s bondgenootschap met Pakistan geen beletsel meer voor toenadering tot India. Bovendien staan India en China samen sterker om de Amerikaanse aanspraken op de wereldhegemonie te weerstaan.

De economie van India groeit met zes procent per jaar, die van China zelfs met negen procent. Voor hun grondstoffen, vooral olie, struinen ze dezelfde landen af. Die rivaliteit wordt krachtig uitgebuit door landen als Soedan en Nigeria. Ook voor de verkoop van hun producten, voornamelijk elektronica en textiel, richten India en China zich op dezelfde markten. Het ligt dus voor de hand de wereld onder elkaar te verdelen: de arme landen voor de leverantie van olie en aardgas, de rijke landen voor de afzet van industriële producten.

Met zijn kolossale middenklasse, veel groter dan die van China, vormt India een ideale afzetmarkt voor Chinese producten, vooral nu de VS en Europa steeds banger worden dat ze zullen stikken in de textiel en andere goedkope Chinese export. De Chinees-Indiase handel, die tien jaar geleden slechts één miljard dollar en nu 13,6 miljard dollar beloopt, moet in vijf jaar stijgen tot dertig miljard. Chinese multinationals vestigen zich in India. Vooral op IT-gebied is bundeling geboden: India is een kei in software, China munt uit in hardware. Premier Wen heeft het duidelijk gezegd: als China en India samenwerken, dan wordt de 21ste eeuw de eeuw van Azië.

Maar «Azië» bestaat niet, of nog niet. In zijn stormachtige ontwikkeling vindt China Japan op zijn weg. Economisch zijn hun relaties florissant: in de bilaterale handel gaat jaarlijks 178 miljard dollar om, China is sinds vorig jaar Japans grootste handelspartner, Japan heeft een kleine vijftig miljard dollar in China geïnvesteerd. Maar voor de rest gaat het tussen de twee van kwaad naar erger.

Het afgelopen weekeinde hebben tienduizenden Chinezen, vaak onder regie van de politie, voor de derde achtereenvolgende keer hun nationalistische woede mogen botvieren op Japanse doelen: ambassade, consulaten, winkels, auto’s, vlaggen, soms zelfs mensen. De aanleiding: woede over de toestemming van Tokio voor het gebruik van geschiedenisboeken waarin de onzegbare Japanse oorlogsmisdaden in China worden gebagatelliseerd of overgeslagen. Het was voor de betogers geen punt van overweging dat demonstreren in China tegen de manipulatie van de eigen geschiedenis onmogelijk is.

Deze botsing tussen het Chinese en het Japanse nationalisme is maar één aspect van de strijd tussen de komende en de gaande grote mogendheid in Oost-Azië. Japan vreest China’s militaire expansie – zo bracht een Chinese atoomonderzeeër een paar maanden terug een ongevraagd bezoek aan de Japanse territoriale wateren – en aast op dezelfde energiebronnen als China: olie via een pijplijn uit Rusland, olie en gas in een omstreden gebied in de Oost-Chinese Zee waarvoor Japan vorige week, tot grote woede van China, boorlicenties heeft uitgegeven. De Chinese grieven tegen Japan betreffen niet alleen het gebrek aan spijt over de oorlogsmisdaden, maar ook de hermilitarisering van Japan en de steeds inniger wordende militaire banden met de VS. Niet vreemd dat Peking deze Amerikaanse semi-vazal niet wil toelaten tot de selecte club van permanente leden van de Veiligheidsraad.

China weigert pertinent de door Japan geëiste excuses aan te bieden. Als kleine geste is de Chinese regering nu wel bereid de schade aan de Japanse ambassade te vergoeden. Maar tegelijk heeft ze voor een gedenkplaats in Noord-Oost-China waar de ruïnes staan van een Japans centrum voor bacteriologische oorlogvoering bij de Unesco de status van werelderfgoed aangevraagd. Voorlopig kan het Chinees-Japanse machtsconflict alleen nog maar grimmiger worden.