Het dalende leesniveau is een symptoom van de onderwijscrisis

Arie Slob leest zijn kleinkinderen graag voor. Dat zouden ouders en grootouders meer moeten doen, zei de onderwijsminister vorige week in reactie op het nieuwste Pisa-rapport. Uit de internationale onderwijsvergelijking blijkt dat een kwart van de Nederlandse scholieren afkoerst op laaggeletterdheid. Voor het eerst scoren we onder het EU-gemiddelde op leesvaardigheid. Bovendien blijkt het aantal zwak lezende scholieren de afgelopen zes jaar bijna verdubbeld te zijn, een statistiek die zelfs de felste critici van ranglijsten toch zorgen moet baren. ‘Ministers roepen op tot leesoffensief’, kopte het ministerie van ocw in een reactie. Het offensief van Slob en collega Ingrid van Engelshoven bestaat uit een nogal onduidelijk pakket maatregelen: leesplezier als ‘onderdeel van het curriculum’, een ongedefinieerde krachtiger leesaanpak, een grotere rol voor bibliotheken en een breder aanbod van jeugdboeken.

De olifant in de kamer blijft onbenoemd. Op dit moment staan er 389 advertenties voor leerkracht in het basisonderwijs open op vacaturesite Meesterbaan.nl, en nog eens 133 voor leraar Nederlands in het voortgezet onderwijs. De onvervulbare vacatures en het hoge ziekteverzuim – de griepgolf komt alweer in zicht – zijn nog maar het topje van de ijsberg waarop ons onderwijs vastloopt. Want onder het zichtbare, getalsmatige lerarentekort sluimert een minstens even zorgwekkend kwalitatief tekort. Pabo-studenten, onderwijsassistenten en zij-instromers promoveren vanwege de hoge nood vaak binnen enkele weken tot zelfstandig leerkracht. Het ministerie prees onlangs zelfs een project aan waarin middelbare scholieren een paar uur per week lesgeven aan basisschoolleerlingen, zodat de tieners enthousiast worden over onderwijs en ‘de leraar tijdens deze uren tijd (heeft) voor andere onderwijstaken’.

Kinderen leren lezen is vakwerk, dat vraagt om continuïteit en expertise

Maar het lerarentekort is niet de enige verklaring voor het tanende leesniveau. ‘Er zijn basisscholen die aangeven andere prioriteiten te hebben dan taal en rekenen’, stelde de onderwijsinspectie vorig jaar droogjes vast. Sommige scholen hebben het er zo druk mee zich te profileren als vreedzaam, gezond, creatief, sociaal vormend of democratisch dat de kern van het onderwijs uit zicht raakt. Ook werken nog steeds niet alle basisscholen met bewezen effectieve didactische leesmethoden. De inspectie kan zulke zaken constateren en betreuren, maar blijkbaar niet veranderen.

Wie niet goed leert lezen zal nooit leesplezier ervaren, hoeveel nieuwe bibliotheken we ook bouwen en hoeveel eigentijdse kinderboeken er ook in de kast staan. Kinderen leren lezen is vakwerk, dat vraagt om continuïteit en expertise. Het eerste ontbreekt momenteel door het kwantitatieve lerarentekort, het tweede door het kwalitatieve. De groep die op laaggeletterdheid afstevent, heeft vaak laagopgeleide ouders die niet in staat zijn om te helpen. Zij moeten het dus bij uitstek hebben van de leraar op school, maar tegelijkertijd treft het tekort juist de scholen met veel achterstandsleerlingen het hardst.

De daling van het leesniveau zou niet alleen de zorg van leraren, ouders en leerlingen moeten zijn. Als het onderwijs zijn emanciperende taak verliest, raakt dat de hele maatschappij; niet voor niets is de helft van de cliënten in de schuldsanering laaggeletterd. We bevinden ons in een onderwijscrisis, waarvan de gebrekkige leesvaardigheid en het lage leesplezier ernstige symptomen zijn. Uit de lauwe reactie van minister Slob blijkt dat hij de aard van het probleem nog steeds niet erkent. Want zijn kleinkinderen zullen ongetwijfeld goed leren lezen, met of zonder voorlees-opa. Een andere groep leerlingen heeft hem veel harder nodig.


Lees ook: Nederlandse klassen behoren tot de meest luidruchtige ter wereld

Help ons groene.nl te vernieuwen.

Doe mee aan onze enquête

Het invullen neemt zo’n 5 minuten in beslag. U kunt niets winnen, maar wij zijn u zeer erkentelijk als u meedoet aan de enquête.