Het damegambiet (een opening)

De serie The Queen’s Gambit heeft een opening gegeven, en nu staat de deur op een kier: we hopen dat hij wordt platgewalst door hordes woest aanvallende schaakmeisjes.

In de serie The Queen’s Gambit is het schaaktalent van protagonist Elizabeth Harmon absoluut indrukwekkend, maar nog indrukwekkender vond ik dat haar talent zo alom wordt erkend. Welke man ze ook treft aan de andere kant van het bord, wie ze ook verslaat, allemaal vallen ze welhaast op hun knieën in bewondering. Geen enkele man voelt zich op zijn pik getrapt, niemand noemt haar een arrogante bitch, niemand zegt dat ze wel wat vaker mag glimlachen. Ze is een genie zoals genieën meestal worden afgebeeld: als een soort nobele wilde met een goddelijke gave, en daarbij maakt het niet uit of ze mannelijk of vrouwelijk zijn, zo is de culturele aanname die in deze serie weerklinkt: hun talent komt vanzelf bovendrijven, waarna iedereen die het aanschouwt in katzwijm valt.

Volgens mijn vader, de schaker Hein Donner, grootmeester en bij zeldzame vlagen behorend tot de wereldtop, konden vrouwen überhaupt niet schaken. Het was een stelling die hij vaak herhaalde – ‘Hoe pijnlijk het ook is, wij mogen niet schromen de waarheid onder ogen te zien’ – en waar ik lang na zijn dood nog steeds af en toe op aangesproken word. Het is ook waar: in een sport waar het om zitten en denken draait, en de kansen tussen de seksen dus gelijk zouden moeten zijn, brengen vrouwen het er bedroevend vanaf.

In de hele geschiedenis is er maar één vrouw geweest die zich kon meten met mannen: de Hongaarse Judit Polgár. Op haar vijftiende behaalde ze als jongste persoon ooit de titel van grootmeester, waarmee ze het record van Bobby Fischer verbrak. Op haar hoogtepunt stond ze achtste op de wereldranglijst. Haar stijl werd geroemd als woest aanvallend. In 2002 versloeg ze Garri Kasparov, destijds de nummer één van de wereld. Dezelfde Kasparov die adviseerde bij The Queen’s Gambit én die ooit zei dat vrouwen niet geschikt zijn voor schaken omdat ze altijd zullen worden afgeleid door babygehuil.

Ook de vader van Judit Polgár wist: genieën worden gemaakt, niet geboren

Dan bevalt mijn vaders verklaring voor het vrouwelijk onvermogen me toch beter. ‘Zoals bekend is de vrouw in ieder opzicht aan ons mannen superieur’, schreef hij in zijn artikel Vrouwen en schaken. De vrouw is volgens hem sterker, doelmatiger en heeft een groter uithoudingsvermogen. ‘Zij kan logisch denken, wat bij mannen zelden voorkomt.’ Waar het vrouwen echter aan ontbreekt, is intuïtie. Ze zijn te rationeel, letten op de grote lijnen, en missen daardoor ‘het geritsel in het struikgewas’.

Hij kreeg er destijds woedende reacties op en onlangs vroeg een vriendin nog of ik het niet vervelend vond dat mijn vader zo’n seksist was. Ik moest denken aan een interview dat ooit met hem in Panorama stond, drie weken na mijn geboorte, nadat hij in Leeuwarden het toernooi om het Nederlands kampioenschap had gespeeld. Hij was de gedoodverfde winnaar geweest, maar bleek al snel remises te accepteren voor partijen waarin hij duidelijk op winst stond: ‘Bang als hij was zijn laatste trein naar Amsterdam te missen, waardoor hij verstoken zou blijven van de aanblik van zijn kleine Marian’, aldus het stuk. Het was geen babygehuil maar mijn ‘ontwapenend gekraai’ dat hem de titel had gekost. ‘Ik geloof wel dat je kunt zeggen dat ik naar mijn dochter verlangde’, zei hij er zelf over. Kom daar tegenwoordig maar eens om! Een man die openlijk de kans op succes, status en geld laat varen voor huiselijk geluk.

Maar dat neemt niet weg dat mijn vader natuurlijk ongelijk had. In verstandelijke vermogens bestaat geen verschil tussen de seksen, zoals ook Judit Polgárs vader wist. Volgens hem werden genieën niet geboren, maar gemaakt, en met zijn jongste dochter leverde hij daarvoor het bewijs. Het is het speelveld waar het om gaat. Ondersteuning van de achterban, zelfvertrouwen dat je het kunt en vooral: een kans. Er zijn legio meisjes als Judit Polgár, natuurlijk zijn die er. Ze hebben alleen geen flauw idee wat ze kunnen. Omdat ze nooit met een schaakbord in aanraking komen, omdat ze denken dat schaken iets voor jongens is, omdat hun talent niet wordt gevoed, of omdat dat talent wordt gebroken. Zoals bij mijn hartsvriendinnetje van vroeger, ze was zes toen ze op het schoolplein Rubik’s kubussen oploste ter entertainment van de samengedromde ouders, en schaakte toen al zo goed dat ze op de schaakclub tegen jongens moest spelen die minstens vier jaar ouder waren dan zij. Die vielen alleen niet op hun knieën in bewondering, maar pestten en kleineerden haar. Als ze al tegen haar wilden spelen. Na een jaar stopte ze weer.

Uiteindelijk is het gewoon een kwestie van statistiek. Hoe meer vrouwen schaken, hoe meer talent er gevonden zal worden, hoe vrijer ze zich voelen, hoe beter ze het zullen doen op het wereldtoneel. En het lijkt erop dat The Queen’s Gambit daar een bijdrage aan gaat leveren. Sinds de serie een succes is, melden in ieder geval aanzienlijk meer meisjes en vrouwen zich aan voor allerlei schaakcursussen en -clubs, zo berichtte The Guardian. Zie daar de kracht van beeldcultuur! In dezelfde krant werd de serie eerder nog afgeschreven als ‘een fantasie’ en ‘een sprookje’, maar soms is dat precies wat mensen nodig hebben om ergens in te geloven. The Queen’s Gambit heeft een opening gegeven, de deur staat op een kier: ik hoop dat hij platgewalst wordt door hordes woest aanvallende meisjes.