Menno Hurenkamp

Het dasloze nummer

Menno Hurenkamp

Het dragen van een stropdas geldt in Iran als een subversieve daad. We krijgen hier Iraanse toestanden. Op een gemiddelde tv-avond gewijd aan de gemeenteraadsverkiezingen komen alle gezaghebbende commentatoren en politici voorbij zonder dat één nog een das draagt. Barend en Van Dorp doen er niet aan, Jeroen Pauw heeft zijn nieuwste hawaiibloes tot de navel open, Paul Witteman draagt doodleuk een T-shirt onder zijn overhemd, net zoals de Rotterdamse cda-wethouder Leonard Geluk. vvd-staatssecretaris Mark Rutte verschijnt steevast in een geruit hemd en pvda-jongens lopen sowieso in het Felix Rottenbergkostuum: pak zonder das. Allemaal los van de bureaucratische voorschriften, vrijgevochten naar de dasloze norm. Het is een teken van informalisering, maar zeker voor de politici geldt dat deze vooral uiterlijk is. Ze lijken allemaal heel losjes, maar je hoort ze steeds meer eisen aan mensen en aan instituten stellen.

Deze oppervlakkige informalisering is pech voor GroenLinks. Ze droegen al geen das toen dat nog niet eens een daad van protest was maar gewoonweg belachelijk. Vrijheid van denken en spreken gaat bij het kosmopolitische GroenLinks boven alles, bijvoorbeeld de inkomenspolitiek. Maar ondanks de hoge rapportcijfers die de GroenLinkse raadsleden en wethouders recent kregen van de Nederlandse burgemeesters en ondanks degelijke oppositie tegen de rechtse regering weet de partij nauwelijks verkiezingswinst te boeken. Het zou best eens kunnen dat GroenLinks in steden als Amsterdam en Rotterdam al blij moet zijn als het aantal zetels gelijk blijft na de komende gemeenteraadsverkiezingen. Terwijl er door de stijgende opkomst, het verzet tegen conservatief Den Haag en het falen van veel leefbaar-partijen flink wat stemmen te halen vallen.

Maar die winst incasseren de Partij van de Arbeid en de Socialistische Partij. Deze partijen mogen ook geen das meer dragen, ze zijn ondanks hun informele uniform de afgelopen jaren een stuk paternalistischer geworden, baziger, minder verdraagzaam. Electoraal gezien slim. Veiligheid of leefbaarheid van de directe woonomgeving is voor veel kiezers een belangrijk lokaal thema. Ze willen dat de gemeentepolitiek zorgt voor geen poep en geen junks. Alleen: netjes, daar is GroenLinks niet van. De partij is van het multiculturalisme, van het verstandig samenleven. En dat, integratie van nieuwe culturen, vinden mensen nu weer een zaak van de staat, niet van de stad (volgens onderzoek van bureau sgbo). Maar ook in de landelijke peilingen is de club niet zo populair: elf zetels was ook onder liberale regeringen vaste prik bij tussentijdse metingen. Oppositie tegen Paars of tegen Balkenende maakt voor de omvang van de aanhang van GroenLinks blijkbaar nauwelijks uit. Andermaal gaan pvda en sp er met de buit vandoor.

De kwaliteit van de politici ligt hoog. Het tij is politiek gunstig. Toch weet de partij niet te cashen. Ongedwongen van buiten, hard van binnen doet het onder linkse kiezers beter dan oprecht informeel. De club kan er dus voor kiezen een kleine partij te blijven die, d66_-style,_ hoopt op die ene, heel toevallige, verkiezingsuitslag waarbij meebesturen of zelfs regeren mogelijk is. Het alternatief: je opnieuw onderscheiden, duidelijk maken dat jij écht non-conformistisch bent. Aan de das dus.