Robert Heinlein

Het debat houdt nooit op

Honderd jaar Robert Heinlein

Idee: iemand ondergaat een sekseverandering, reist terug in de tijd, bezwangert zichzelf en schenkt het leven aan… Ja, aan wie of wat eigenlijk? Zo luidt de plot van een klassiek sciencefictionverhaal van Robert Heinlein, de populairste en meest controversiële schrijver die het speculatieve genre ooit voortbracht. Was hij een fascist, een libertair, of een vrijdenkende wegbereider voor de tegencultuur van de jaren zestig? Of was hij het wellicht allemaal, en méér? Honderd jaar na zijn geboorte, en bijna twintig na zijn overlijden, voeren sciencefictionkenners er nog altijd een verhit debat over.

In 1987 was ik twaalf jaar oud, een niet-lezer die, uitgerust met zijn eerste bibliotheekpas, op goed geluk een boek uit een kast trok. Het boek was Heinleins The Moon Is a Harsh Mistress, toen al twee decennia oud. Het uitgangspunt: de Maan is door de VN jarenlang als strafkolonie gebruikt. Vrij geboren Maanbewoners blijken nu evengoed gevangen – want door gewenning aan de lage zwaartekracht niet opgewassen tegen een Aards bestaan – en moeten zuchten onder het juk van het Gevangenisbestuur. In wat volgde kwam Heinlein op de proppen met een zelfbewuste computer, een virtuele voorman van een revolutionaire beweging, het polygame gezin als hoeksteen van de samenleving, een extreme vorm van burgerrechtspraak, een gewiekst systeem van ‘terroristische’ cellen, en een nieuwe, goedkope manier van oorlog voeren. Hij nam – zoals vaker – stelling tegen racisme, overheidsbemoeienis en slavernij. Daarnaast was het ook nog eens een rondborstig avontuur.

Zelden zo’n shock to the system meegemaakt. De muffe kamers van mijn hoofd werden gelucht en een hele wereld van ideeën barstte open. De sterren waren niet langer abstracte lichtjes die gaatjes prikten in een tweedimensionale nacht, maar de belofte van eindeloze mogelijkheden. De gezapige Aardse werkelijkheid suggereerde een breed spectrum opwindende toekomstscenario’s. Het was wakker worden uit een wakende slaap.

Robert Heinlein kwam op 7 juli 1907 ter wereld in Butler, Missouri. Hij bezocht de U.S. Naval Academy, diende bij de marine, maar werd wegens zijn zwakke gezondheid eervol ontslagen (hoewel voortdurend brakend over de railing hangen niet echt eervol is). Hij lag geruime tijd in het ziekenhuis met tuberculose, bedacht aldaar het waterbed, maar vergat het te patenteren. Eenmaal op de been studeerde hij wiskunde en natuurkunde in Los Angeles, totdat de politiek zo aan hem trok dat hij daar zijn energie in ging steken. Toen was Heinlein nog een socialist, een radicaal, beïnvloed door zijn tweede vrouw Leslyn, met wie hij een moderne ‘open’ relatie had. Hij werkte een tijdje als makelaar, voor hij in 1938 vergeefs een gooi deed naar een officieel ambt. Armlastig en zonder toekomst viel zijn oog op een advertentie voor een schrijfwedstrijd. Het sciencefictionverhaal dat hij schreef, Life-line (1939), achtte hij te goed voor een prijsvraag. Uiteindelijk verkocht hij het aan het maatgevende pulpblad Astounding. Dat blad zou veel van zijn vroege verhalen – die samenvielen onder de paraplu van één ‘Future History’ – afdrukken.

Na de oorlog hertrouwde Heinlein met Ginny, waarschijnlijk nog een betere techneut dan hijzelf. Hij slaagde er, als eerste sf-schrijver, in de beter betalende mainstream-tijdschriften te bedienen en boekte succes met een reeks jeugdboeken. Maar zijn hart zat in de voldragen sf-romans die hij begon te publiceren. Met Double Star (1956), het verhaal van een acteur die een overleden politicus moet vervangen, won hij de prestigieuze Hugo Award. Diezelfde prijs kreeg hij in 1959 voor Starship Troopers, dat decennia later door Paul Verhoeven zou worden verfilmd. Het was het boek dat hem het label ‘fascist’ en ‘militarist’ opleverde – Heinlein propageerde bij monde van betweterige personages het koppelen van stemrecht aan militaire dienst. De buitenaardse, insectachtige wezens die rücksichtslos uitroeien en uitgeroeid worden, zouden gemodelleerd zijn naar communisten.

Met Stranger in a Strange Land zette Heinlein, die vermeende rechtse fanaticus, iedereen op het verkeerde been. Michael Valentine Smith is opgegroeid tussen Martianen. Die hebben hem bovennatuurlijke krachten bijgebracht, waaronder een techniek voor pijnloos sterven, ‘het grokken’. Terug op Aarde ontwikkelt Smith zich tot een Messias, die de vrije liefde uitdraagt, een individualistische levenshouding en het te zijner tijd ‘grokken’ van de mensen van wie je houdt. Ook dat boek werd bekroond en geldt nog altijd als een hoogtepunt in het genre.

In 1961 was sciencefiction in veel opzichten conservatief. Zo vooruitstrevend als schrijvers omgingen met techniek, zo bekrompen was hun beeld van seks en vrouwen. Heinlein, een heimelijke nudist, was uit ander hout gesneden. Het maakte Stranger in de loop van de jaren zestig tot een hit in Hippieland. Dat Charles Manson zich door het ‘grokken’ liet inspireren tot gruwelijke moorden was de wrange keerzijde.

De jaren erop zou Heinlein sukkelen met zijn gezondheid. Na een laatste Hugo voor The Moon Is a Harsh Mistress begonnen zijn boeken steeds meer te lijken op lange speeches: politiek, maatschappelijk en sociaal van aard. Zijn plotgedreven spierballenproza maakte plaats voor meanderende, soms vormloze pillen naar eigen idiosyncrasie vormgegeven. Hij zou het, veelvuldig onderbroken door het ziekbed, tot zijn dood in 1988 volhouden.

Heinlein plaatsen op de klassieke links-rechts-schaal was vrijwel onmogelijk. Was hij een vrijdenker of een fascist, een individualist of een ordinaire oude viespeuk? Heinlein propageerde wapenbezit, zelfbeschikkingsrecht, een kleine overheid en militaire dienstverlening als voorwaarde voor stemrecht. Hij was fel seculier en waarschuwde voor de invloed van religie op politiek. Racisme werd door hem consequent aan de kaak gesteld. De vrije liefde (waaronder biseksualiteit en homoseksualiteit) en het radicale individualisme waarover hij sprak, sloten aan bij de belevingswereld van de tegencultuur, hoewel zelfs daar gefronst werd bij de extreemste uitwas van die liefde: incest. Daar moesten we maar niet te moeilijk over doen, aldus de schrijver. Het belangrijkste thema in zijn werk was al net zo controversieel: de polygame familie, patriarchaal van opzet maar gedragen door sterke vrouwen.

Misschien valt zijn visie niet te verdedigen, maar hij was zeker niet de monsterachtige karikatuur die tegenstanders van hem maakten. Heinlein was in de eerste plaats iemand die vond dat mensen de ruimte verdienen om hun leven te leiden zoals ze goeddunkt. Zonder betutteling en bemoeienis, behalve daar waar de vrijheid van de één nodeloos inbreuk maakt op die van een ander. Heinlein was gevormd door de Depressie, een tijd waarin, ondanks of juist dankzij het economische tij, mensen voor elkaar klaarstonden. In zijn romans en essays heeft hij geijverd voor een herwaardering van die waarden. Maatschappelijk gebonden zijn, in vrijheid en democratie, niet zoals in de holle retoriek van George W. Bush of Jan Peter Balkenende wordt bedoeld, maar zoals Heinlein het zelf ervaren heeft. Doing the right thing. Niet omdat het moet, maar omdat het mensen in de vezels zit. Waar zijn werk uiteindelijk over ging, was de noodzaak om op een morele en verantwoordelijke wijze je eigen manier van leven te bevechten. De uitwassen daarvan stonden me niet altijd aan. Maar voor het principe, en de vasthoudendheid waarmee het Heinleins oeuvre kleurde, kan ik enkel bewondering hebben.