Politiek sonnet

Het debat Melkert-Dijkstal

De treurigheid droop van de muren

Een slaapvlieg maakte overuren.

Hoewel heel kort blééf het maar duren.

Ze stonden daar als twee sculpturen.

Je hoorde iedereen eens gapen.

’t Was prettig om nog wat te slapen.

De sprekers spraken over schrapen.

De meesten onzer telden schapen.

Bijzonder vlak schijnt thans ons land

We hebben zee en ook een strand.

Echt! En die zee, die ruist constant.

De rest leek ons irrelevant.

’t Was dus allemaal interessant.

Buiten blies de herfstwind briljant.