Het definitieve verleden van de voorlichters

Woensdagochtend lees ik in de krant dat staatssecretaris Kohnstamm van Binnenlandse Zaken de Tweede Kamer de nota Terug naar de toekomst heeft toegezonden. De nota handelt, aldus het krantebericht, over de betekenis van informatie- en communicatietechnologie voor de dienstverlening van de overheid en participatie van burgers in de besluitvorming. Het is de bedoeling dat oude overheidsdoelstellingen (‘Terug’) in een nieuwe context (‘naar de toekomst’) beter tot hun recht kunnen komen.

Daar wil ik het mijne van weten, dus bel ik het ministerie. In de stem van de voorlichter klinken grote vraagtekens. Nota? Terug naar de toekomst? U bedoelt de brief die de staatssecretaris naar de Tweede Kamer heeft gestuurd?
Ja zeg, ben ik nu voorlichter of is zij het? Ik meld haar dat ik niet weet of het een brief is, maar dat het gaat over beleidsvoornemens van de staatssecretaris over grotere toegankelijkheid van overheidsinformatie met behulp van informatietechnologie, zoals dat diezelfde ochtend in de krant te lezen stond. De voorlichter belooft ze op te sturen. De volgende dag liggen er vier kantjes A4 in mijn brievenbus: een brief van de staatssecretaris van een maand geleden waarin hij vragen beantwoordt van Tweede-Kamerleden. In elk antwoord verwijst hij naar de binnenkort te verschijnen nota Terug naar de toekomst. Ik bel opnieuw met de afdeling voorlichting van het ministerie. ‘O, u moet de nota hebben? Wij zullen u hem toesturen.’ De volgende dag tref ik niets in mijn brievenbus aan. Ik ken het nummer inmiddels uit mijn hoofd - 070-3026030 - en krijg opnieuw een voorlichter aan de lijn. 'Ja, de nota was op, hij moest bijgemaakt worden. Maar we hebben hem nu toegezonden.’ Enigszins wanhopig vraag ik of de nota soms ook op Internet staat. 'Internet?’, antwoordt de voorlichter weer met die stem vol vraagtekens, 'dat moet ik even navragen.’ Het blijft een minuut stil aan de andere kant van de lijn. Dan spreekt de voorlichter het verlossende woord: 'Nee, de nota staat niet op Internet.’
Ik vergeet de juffrouw gedag te zeggen als ik de hoorn op de haak leg. Drie dagen later en 123 uur na mijn eerste telefoontje ligt eindelijk de nota Terug naar de toekomst in de bus. De nota staat vol sympathieke intenties om de toegankelijkheid en bruikbaarheid van informatie voor burgers via de elektronische snelweg te verbeteren. Zo komen er 'servicecentra van de overheid’ waar de elektronische burger gebruiksvriendelijk zijn informatie kan ophalen. Dat ik dat nog mag meemaken. De nota ademt de geest van een snel naderende revolutie, zij het dan dat het een revolutie is die wel op de nodige sympathie maar niet op veel subsidie van de overheid kan rekenen. Voorts meent staatssecretaris Kohnstamm dat met behulp van nieuwe technologieen 'de dienstverlening van de overheid aanmerkelijk beter kan, ook al vergt dat aanzienlijke aanpassingen in de overheidsorganisatie’. Dat is me uit het hart gegrepen, want in mijn geheugen rinkelen talloze telefoongesprekken met voorlichters die in vraagtekens spreken.
Ach, hoe mooi zou het zijn als die door terug te gaan naar de toekomst definitief tot het verleden zouden gaan behoren.