Het democratisch tekort

In een artikel in de Volkskrant (16 augustus) roept Dries van Agt het CDA op niet verder met de PVV te onderhandelen. Op zo'n manier wordt deze partij salonfähig gemaakt. Maar vergis je niet: ‘Wilders is er op uit grondrechten te ontnemen aan minderheden in onze samenleving, of deze althans zoveel mogelijk in te perken. Hij en de zijnen polariseren met verve en blazen tegenstellingen in onze samenleving aan.’ Wie gelooft dat die partij door deel te nemen aan het democratisch proces 'geleidelijk milder’ zou worden, maakt een principiële fout. Het CDA mag zich daarom tot geen prijs encanailleren. 'Alarm! Het CDA moet op zijn schreden terugkeren.’ Dat is de strekking van dit zorgvuldig beredeneerde, typisch agtiaanse artikel. Heeft de schrijver gelijk? Ik vind het wel, maar dat is hier langzamerhand van minder belang. De belangrijkste politieke vraag is of het zal helpen. Dat denk ik niet.
Ik wil eerst verzekeren dat ik Wilders in geen enkel opzicht met Hitler of Mussert vergelijk en dat ik de PVV niet als een partij met fascistische trekken zie. Er is geen strakke discipline, geen jeugdbeweging, geen agressief gezang, er zijn geen hysterische congressen. Er is zelfs geen partij in de traditionele zin. De PVV bestaat uitsluitend dankzij haar leider die steeds beter de grieven van zijn kiezers onder woorden brengt. Dat doet hij niet met ingewikkelde programma’s die op congressen worden bediscussieerd, maar vooral door plannen die in één zin kunnen worden samengevat. Daarin herkennen zijn kiezers zichzelf. Of de deportatie van miljoenen moslims uitvoerbaar is, hoe een kopvoddentaks in de praktijk moet worden opgelegd, is van later zorg. Wilders'programma bestaat uit onmiddellijk verstaanbare hartenkreten, die door zijn kiezers als hun diepste politieke wensen worden herkend. Eindelijk een politicus die heeft begrepen hoe diep ze zich door het politieke bestel, 'Den Haag’, voelen verwaarloosd.
Met andere woorden, het succes van Wilders wordt niet alleen veroorzaakt door zijn programma en de manier waarop hij zijn kiezers toespreekt. Evenveel heeft hij te danken aan de tekorten van zijn tegenstanders. In dit opzicht doet hij denken aan de historische protestbewegingen van het fascisme. In zijn Anmerkungen zu Hitler (1981) beschrijft Sebastian Haffner hoe de leider na de machtsovername in 1933 iedereen verraste met zijn prestaties. Na de vernedering van Versailles, de catastrofale economische crisis en de demoraliserende verwarring van de Republiek van Weimar slaagde de NSDAP erin de nationale eer te herstellen, de werkgelegenheid op peil te brengen, de Duitsers weer in een land te laten wonen waar ze trots op konden zijn. Het begin van Hitlers carrière is niet verklaarbaar zonder zijn aanvankelijke successen waarvan de grondslag was gelegd door de mislukkingen van zijn voorgangers. Een verwante redenering wordt gevolgd door Jacques de Kadt in zijn Het fascisme en de nieuwe vrijheid. (1939). Het gaat er niet alleen om vast te stellen 'wat er rot is aan het fascisme. Dat hebben de critici van democratische en socialistische kant al onophoudelijk aangetoond. We moeten ontdekken wat er sterk, gezond en waar aan het fascisme is.’ (cursivering De Kadt) En ook: wat er ziek tot machteloos was in de maatschappij waartegen het fascisme zich verzette. Nog steeds het lezen waard.
De intrinsieke zwakte van de Nederlandse democratie is dat ze dwingt tot coalitiekabinetten die weer het resultaat zijn van lange onderhandelingen waarin zich een ondoorzichtig proces van geven en nemen voltrekt. De politicoloog Arend Lijphart heeft in zijn Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek (1968) het verkeer tussen de zuilen vergeleken met een vorm van buitenlandse politiek. Maar de zuilen zijn verzwakt. Daarvoor in de plaats verschijnt de mondige burger die na de digitale revolutie zich desnoods wereldwijd via internet kan laten horen. Niet zelden doet hij dat met een stevige scheldpartij die hem misschien een ogenblik van euforische almacht zal geven, maar verder zonder effect blijft.
Intussen blijft er zichtbaar steeds meer aan de geordende samenleving mankeren. Brandweermannen, ziekenbroeders worden afgerost, passanten in achterstandswijken krijgen messteken, iemand die er in de tram bezwaar tegen maakt dat een jongen op de vloer spuugt, wordt mishandeld, de algemene integratie van moslims stuit weer op problemen en die worden dan opgelost in een partijtje theedrinken met de autoriteiten. Intussen wil het met de oorlog in Afghanistan en de democratisering van Irak niet vlotten, blijft Ahmadinejad aan zijn kernbom werken en wordt er een moskee op Ground Zero gebouwd. Dit is een kleine selectie uit het dagelijks nieuws. In Den Haag wordt intussen radiostilte in acht genomen. Misschien is het een wonder dat de PVV nog geen absolute meerderheid heeft. Wilders zal aan al die ellende niets kunnen doen, maar hij wekt in ieder geval overtuigend de schijn.