70 jaar Holland Festival: Een hommage van De Groene Amsterdammer (3)

Het derde boeket: Internationale theaterverrassingen

Medium hf 3 1

Van Beckett tot Peter Sellars, van Pina Bausch tot Bob Wilson, misschien is voor een weekblad als De Groene Amsterdammer het aller-leukste aan het Holland Festival dat redacteuren en medewerkers steeds weer voor grote verrassingen komen te staan.

Dat kan ook gelden voor de oude Grieken, bijvoorbeeld als Erik Vos ze in een spectaculaire vormgeving van Wim Vesseur opvoert in de piste van Carré. Loek Zonneveld herinnert zich Prometheus en De Perzen van Aischylos als schokkende ervaringen in een tijd dat Griekse tragedies maar heel weinig werden opgevoerd, ook niet in het Holland Festival.

Toch waren in de eerste jaren van het festival vooral klassieke stukken in gedegen uitvoeringen te zien: L’Avare van Molière bijvoorbeeld door het Théâtre National Populaire van Jean Vilar, of Maria Stuart van Schiller door het Württembergische Staatstheater uit Stuttgart. Maar in 1958 al vraagt Groene-medewerkster Jeanne van Schaik-Willing zich met schrik af wat ze zou kunnen verwachten van een nieuw stuk van Samuel Beckett, waar zij de vreselijkste dingen over heeft gehoord. Eigenlijk is zij een voorstandster van teksttoneel en zeker is zij bij voorbaat geen voorstander van het modernisme, al had zij Becketts Wachten op Godot wel bewonderd. Maar zij gaat toch op een open manier kijken naar de voorstelling die het Théâtre d’aujourd’hui van Fin de Partie geeft, gespeeld en geregisseerd door Roger Blin, aan wie het stuk ook is opgedragen, en zij laat zich volledig overtuigen door een ultieme wanhoopsboodschap over de mens die door God is verlaten (of heeft hij zelf God verlaten?). Zij speculeert er zelfs over of deze boodschap over duizend jaar nog – hopelijk met diep medelijden – door de mensen die dan leven zal worden bekeken.

Van wanhoop is er geen sprake als dertien jaar later, in 1971, Ruud Engelander, nog maar net toneelmedewerker van De Groene, kennismaakt met het werk van de Amerikaanse beeldend kunstenaar en toneelmaker Bob Wilson. Het is een tijd van grootse verwachtingen over de mogelijkheden van het toneel om de mensen bewust te maken en de maatschappij te veranderen. Maar dat doet Wilson helemaal niet! Hij schept uiterst langzaam veranderende, prachtig mooie beelden, die zo te zien niets met de maatschappelijke actualiteit te maken hebben. De Groene kan er nauwelijks woorden voor vinden om deze zwijgende visoenen te beschrijven, maar hoopt wel dat het Holland Festival alsnog ruimte zal maken om ze te presenteren, hetgeen ook gebeurt. Voor één keer liep De Groene vooruit op het festival, waar op 5 en 6 juli Deafman Glance te zien is, nog steeds tot grote verbijstering van alle toeschouwers.

Robert Wilson is voortaan een belangrijke factor in de Europese – zij het nauwelijks in de Amerikaanse – theaterwereld.

In 1982 verbaast dansmedewerker Ger van Leeuwen zich over de plotselinge populariteit van de in zijn ogen gedateerde ‘Ausdruckstanz’ in Nederland, het land van de pure choreograaf Hans van Manen. Het heeft misschien te maken met al de stoelen in de tv-uitzending van het indrukwekkende ballet Café Müller van Pina Bausch, in 1981. Ger van Leeuwen erkent dat ook als Pina Bausch op een eenzame hoogte staat het interessant is dat het Holland Festival laat zien dat zij geen geïsoleerd fenomeen is.

Als een verrassende komeet schiet eind jaren tachtig de Amerikaanse regisseur Peter Sellars het festival in, eerst in 1987 met het toneelstuk Ajax naar Sophokles, bewerkt door Robert Auletta en geplaatst midden in Washington, bij het Pentagon. Een jaar later brengt hij een gloednieuwe opera, Nixon in China, van dichteres Alice Goodman en de Amerikaanse minimal-componist John Adams. Jolande van der Klis en ikzelf interviewen Sellars en we zijn verbaasd over het authentieke politieke engagement waarmee hij oude opera’s en toneelstukken als eigentijdse maatschappijkritiek opvoert en nieuwe werken introduceert die onze banale werkelijkheid tot klassieke kunst transformeren. Peter Sellars zal nog vele malen naar het festival komen, hetzij met operaregies bij De Nederlandse (nu: Nationale) Opera, hetzij met andere producties, zoals dit jaar jonge streetdancers uit New York in Flexn.