Het diana-effect

Is de monarchie bestand tegen het informatietijdperk? In Engeland wankelt het koningshuis onder het publicitaire geweld rond Charles en Diana. Maar hoe zit dat in Nederland, waar de Oranjes een diepgrondige afkeer hebben van de media?

‘DADDY MADE ME DO IT. I didn’t love her in the first place, not even when we married.’
In de ultieme veldslag der seksen van deze eeuw, die tussen Charles en Diana, murmelt de Grote Verliezer momenteel zijn laatste woorden. In de door Charles geautoriseerde biografie The Prince of Wales, van de hand van zijn journalistieke vertrouweling Jonathan Dimbleby, regent het verwijten aan alles en iedereen. De kroonprins beticht zijn moeder van kilte en afstandelijkheid, vader Philip komt naar voren als een onvervalste 'bully’ en een aanbidder van spijkerharde tucht, die zelfs concertbezoek vermijdt op grond van het motto 'I don’t want to be too moved.’ Met opmerkingen als 'Met zulke oren zul je nooit koning worden’, praatte hij zijn oudste zoon vanaf de kinderjaren een melancholische depresssie aan.
Het leven van de prins liep uit op een langgerekt psychosociaal drama. Het begon al in zijn jongensjaren op school, zo blijkt uit de tienduizend brieven tellende correspondentie die de prins aan zijn biograaf afstond. 'De jongens in mijn slaapzaal zijn gemeen’, klaagde de jonge Charles reeds. “s Nachts gooien ze slippers naar me of slaan ze me met kussens of rennen de kamer in en slaan me zo hard als ze kunnen.’ Opgestookt door zijn persoonlijke mentor, de later door de IRA weggebombardeerde Lord Mountbatten, begon hij aan een al even diep ongelukkig liefdesleven. Mountbatten meende dat een man voor het huwelijk niet promiscu genoeg kon zijn, en zo veranderde de teergevoelige prins in een Don Juan tegen wil en dank. Tegen de tijd dat hij zich op commando van zijn vader verloofde met de prille Lady Diana Spencer was Charles al een emotioneel wrak. 'Ik ben doodsbang een besluit te nemen waar ik mijn hele leven spijt van zal hebben’, schreef hij toen al aan een vriend.
In 1986, vijf jaar na zijn trouwerij, mondde het prinselijke ongeluk uit in een heroplevende romance met zijn ex-minnares Camilla Parker Bowles. Het huwelijk met Diana, die meer uit was op het toekomstige koninginneschap dan op Charles zelf, was toen al total loss: 'Regelmatig voel ik me opgesloten in een kooi waarin ik loop te ijsberen, dromend van ontsnapping’, aldus de prins in Dimblebys boek, waarvan afgelopen zondag de eerste voorpublikatie stond afgedrukt in de Sunday Times. 'Hoe verschrikkelijk is het om niet bij elkaar te passen. Het heeft alle ingredienten van een Grieks drama. Hoe heb ik het allemaal zo verkeerd kunnen aanpakken?’
HET IS DE LAATSTE jammerklacht van een man wiens wereld is ingestort. Met de biografie probeert Charles zijn innig gehate echtgenote te bestrijden met haar eigen middelen: die van de totale openbaarheid. Maar reeds nu staat vast dat dat tegenoffensief hem alleen maar verder de nesten in zal werken. Het was Diana die tegen de tijd dat ze haar huwelijk onafwendbaar richting klippen zag koersen, alle tot dan toe geldende gedragsregels met betrekking tot de pers liet schieten en begon aan een lange en meedogenloze publicitaire vendetta. In het boek Diana, haar ware verhaal, geschreven door Andrew Morton, kwam ze met zwaar geschut: vier mislukte zelfmoordpogingen en emotionele eetstoornissen vormden de beloning voor haar huwelijkstrouw.
Voorzitter Lord McGregor van de Klachtencommissie voor de Pers sprak er schande van, had het over een 'walgelijke vertoning van journalisten die hun vingers deppen in de zielen van andere mensen’, maar al snel maakte Diana duidelijk dat ze vierkant achter Mortons boek stond. Pal na de veschijning van de schandaalkroniek liet ze zich uitgebreid fotograferen terwijl ze een kus uitdeelde aan een hartsvriendin die in Mortons boek als een der voornaamste bronnen werd opgevoerd. Een publicitaire zenuwoorlog was begonnen, waarbij Diana als de Madonna van de moderne monarchie zich steeds onbeschaamder bediende van de media. Telkens als Charles sussende woorden sprak over de huwelijkscrisis, liet zijn echtgenote zich met theatrale tranenvloed vereeuwigen door de Britse society pers, die inmiddels collectief verliefd op haar was geworden.
Vorige maand deelde het Diana-kamp de genadeklap uit. Terwijl Charles thuis gezellig in zijn Winnie the Pooh- boeken zat te lezen, gekleed in zijn Schotse kilt, beleefde de prinses een zinderende romance in de armen van een energiek lid van de cavalerie, die zijn amoureuze belevenis onmiddellijk te boek stelde. De minnaar in kwestie verdween sindsdien uit de openbaarheid. Het laatst is hij gesignaleerd in een boerenhoeve in midden- Frankrijk, waar hij een doodsbange, volkomen desolate indruk maakte op de omwonenden, al even geslachtofferd als zijn koninklijke voorganger. Diana heeft inmiddels negenennegentig procent van de Britse bevolking om haar vinger gewikkeld. Ze zal ergens in een kasteel in Schotland moeten worden onthoofd wil het huis van Windsor-Coburg werkelijk van haar afkomen.
Charles’ keuze voor de openbaarheid heeft hem ondertussen alleen maar geruineerd. In de Britse politiek wordt zijn publicitaire coming out meedogenloos afgebrand. Het conservatieve Lagerhuislid Edwina Currie noemde Dimblebys biografie 'het langste document tot abdicatie ooit geschreven’. Haar partijgenoot James Hill noemde het 'een boek te ver’: 'Prins Charles heeft het met de beste bedoelingen gedaan - hij hoopt dat hij door alles openbaar te maken de harten van de mensen kan winnen. Maar zo werkt dat niet in de politiek, en dus voor hem waarschijnlijk ook niet.’ Labour-woordvoerder Barry Sheerman was al even weinig vergevingsgezind: volgens hem moet de monarchie 'afstandelijk, mysterieus en kleurloos’ zijn. 'De prins van Wales denkt dat de situatie zal verbeteren door meer publiciteit te geven aan de koninklijke familie. Het tegendeel is waar.’ In The Times toonde William Rees-Mogg, de verpersoonlijking van het Britse establishment zich not amused: 'Het boek zal schade toebrengen aan prins Charles en de monarchie. Het schaadt de prins door al zijn daden bloot te stellen aan kritiek, door hem te portretteren als een depressieve man die medelijden heeft met zichzelf en op middelbare leeftijd nog steeds worstelt met de trauma’s van zijn jeugd. Hij heeft de publieke belangstelling voor het falen van zijn huwelijk en voor zijn overspeligheid alleen maar geintensiveerd.’
HOE VALT DIT koningsdrama uit Albion nu te rijmen met de boodschap van het verleden week officieel gepresenteerde traktaat Majesteit en media (ondertitel: Overleeft de Nederlandse monarchie het televisietijdperk?), geschreven door ex-politiek verslaggever van het NOS-Journaal Charles Huijskens? Huijskens, die zich duidelijk in de kuif gepikt toont door het ijzeren anti-mediabeleid van het Nederlandse vorstenhuis, stelt dat Oranje zichzelf ten grave draagt als gevolg van een feodale opvatting over de rol van de pers. De allergie tegen alles wat naar media ruikt (het 'schorriemorrie’, zoals Juliana de verslaggevers en fotografen placht te noemen), leidt naar de mening van Huijskens bijna automatisch tot het afsterven van het constitutionele koningschap. Op de spaarzame momenten dat de vorstin nog een vertegenwoordiger van de media in haar nabijheid duldt, gaat het onveranderlijk om een onverbeterlijke palladijn als Ed van Westerloo, die verleden jaar nog mocht schitteren als interviewer in een vraaggesprek op de televisie met de kroonprins. Hoewel Van Westerloo alom verkondigde dat de uitzending geheel spontaan tot stand was gekomen en dat er geen minuut was uitgeknipt, signaleert Huijskens dat het hier ging om een totaal geredigeerde produktie. Huijskens: 'Wie tot tien kan tellen, hoort en ziet in de laatste film van Van Westerloo de ’'knippen” en “plakshots” dan ook voorbij komen. De ontkenning van Van Westerloo wordt pas echt absurd als tijdens het gesprek in kasteel Drakesteijn op de achtergrond een klok slaat: duidelijk zeven keer. Drie vragen later horen we opnieuw de klok slaan: tenminste tien keer!’
Het dedain voor de media zit er diep in bij Oranje. Vertegenwoordigers van de geschreven pers en de radio hebben al helemaal geen kans op een royaal onderhoud (VPRO’s radiokoning Peter Flik stelt dat 'radio na aids de meest gevreesde ziekte in hofkringen is’), en ook bij die incidentele ontmoetingen met de tv gaat het nog vaak mis. Van een vertrouwensband tussen majesteit en media kan al helemaal geen sprake zijn. NOS-hofregisseur Rudolf Spoor probeerde eens het ijs te breken door Beatrix te zeggen dat ze hem best mocht tutoyeren. 'Maar u blijft me toch wel gewoon majesteit noemen?’ luidde het antwoord ijzig.
OOK IN DE lagere echelons van de koninklijke familie verloopt het mediacontact stroefjes. Huijskens memoreert de opnamen van een legendarisch portret van prinses Margriet en Pieter van Vollenhoven, in opdracht van de NOS vervaardigd door Maartje van Weegen. Daarbij werden de zoons van het paar ook apart voor de camera genomen, waarop de interviewster zich aan de vraag waagde of de prinsjes op school niet werden gepest met de grote oren van hun vader. Huijskens in zijn boek: 'De voorzitter van de Raad voor Verkeersveiligheid raakte buiten zichzelf van woede. Nog diezelfde avond werd Ed van Westerloo gebeld - die op zijn beurt het tragische nieuws aan Maartje van Weegen meedeelde. De banden moesten gewist worden en van medewerking aan de rest van het programma kon geen sprake meer zijn - tenzij Maartje van Weegen werd vervangen. Zij was door haar vraagstelling voor het echtpaar Van Vollenhoven onaanvaardbaar geworden, en daarmee uit. Van een compromis kon geen sprake zijn. Maar de uitzending was al gepland en de koninklijke agenda’s zaten bomvol. Paniek bij de NOS-top! Terwijl Maartje van Weegen zich dagenlang met moeite op de been hield, onderhandelden de allerhoogsten die de NOS naar voren kon schuiven met Het Loo. Het werd uiteindelijk toch Maartje van Weegen, volgens insiders nadat zelfs de majesteit zich met de keuze had bemoeid. Stijf van de zenuwen werkte zij het vraaggesprek af. Uit wraak had Maartje zich in een koninklijk gewaad gestoken, en een buitenlander die je de videoband zou voorschotelen, zou haar met gemak voor de echte prinses in het gezelschap hebben aangezien. Of en hoe de jongelui met hun vader gepest werden, dat zal geen tv-kijker ooit te weten komen. De gewraakte passage was zorgvuldig uit de montage geknipt.’
Met een dergelijk anti-mediabeleid prijst Oranje zich uit de markt, zo is Huijskens’ overtuiging. 'Het sprookje is bijna voorbij’, is zijn dreigende boodschap, het Nederlandse koningshuis is hard op weg wereldvreemd te worden. Met instemming citeert Huijskens de politieke commentator van zijn ex-werkgever De Telegraaf, Kees Lunshof, die zich in toenemende mate ergerde aan het totaal gesloten wereldbeeld dat de vorstin in december 1991 met haar traditionele kerstrede bood. Terwijl heel de wereld in de winter van 1991 naar de Sovjetunie keek, waar Gorbatsjov net was afgetreden, had de vorstin het in haar rede over de culturele zegeningen van 'onze individuele en collectieve zelfcorrectie’. Lunshof beschuldigde Beatrix ervan met dit soort koninklijke ijskonijnerij een wig te drijven tussen koningshuis en volk. Huijskens onderschrijft die conclusie volkomen.
Maar hoe Huijskens en Lunshof ook mogen aandringen op meer openheid bij Oranje, het is maar zeer de vraag of hun smeekbede ook daadwerkelijk zal worden verhoord. Alleen Bernhard wil nog wel eens uit het publicitaire vaatje tappen: zo bracht hij zelf de huwelijkscrisis rondom Greet Hofmans naar buiten via Der Spiegel, zoals hij ook eigenhandig een hoofdstuk over die affaire schreef in het boek van zijn biograaf Alden Hatch (een hoofdstuk dat op last van Juliana vervolgens weer werd teruggebracht tot drie regels). Er zal een Diana voor nodig zijn om het Nederlandse koningshuis werkelijk open te breken voor het informatietijdperk. En ter voorkoming van al het persoonlijke leed dat daaruit volgt, ware het wellicht verstandig om een recent advies in NRC Handelsblad op te volgen: dat de paarse regering een referendum uitschrijft over het herinvoeren van de republiek.