De dierenvoedselbank

Het dier als laatste strohalm

Meer dan de helft van de mensen die onder de armoedegrens leven heeft een of meer huisdieren. In steeds meer plaatsen kunnen zij terecht bij een dierenvoedselbank. ‘Zonder mijn honden had ik het nooit gered.’

John met Django

Woensdagochtend tien uur. Als vrijwilliger Peter de dierenvoedselbank opent, staan er voor het hek al zo’n vijftien klanten te wachten. Allemaal vrouwen, de meesten van middelbare leeftijd. Op een drafje lopen ze over de binnenplaats naar de ingang van het verbouwde schoolgebouw aan de Amsterdamsestraatweg, waar de dierenvoedselbank is gevestigd.

‘Kom binnen, Marga!’ begroet Bianca Leijgraaff haar eerste klant. Ze zit aan een bureau in een klein kamertje, omringd door plastic tassen met katten- en hondenvoer. Marga, een mollige vrouw in een grijze gewatteerde jas, heeft haar tas al gevonden. ‘Hé, er zitten ook weer wat snackies bij. Wat zullen m’n schatten daar blij mee zijn.’ Ze heeft een hond en twee katten. Haar beestjes zorgen voor de ‘kleine geluksmomentjes’, vertelt ze. ‘De enige vaak, sinds ik twee jaar geleden in de financiële ellende terechtkwam.’ Voordat ze bij de dierenvoedselbank kwam, at ze geregeld een paar dagen droog brood. Zodat haar huisdieren brokken en blikvoer konden eten.

‘Je mag ook wat uitzoeken voor jezelf’, zegt Bianca tegen alle klanten. Ze kunnen kiezen uit macaroni Stroganoff, Knorr lasagne of cashewnoten, allemaal als extraatje gedoneerd door de eigenaresse van een dierenwinkel – een van de inzamelpunten voor de dierenvoedselbank. Binnen een mum van een tijd zijn alle pakjes en zakjes verdwenen.

Postbezorger Bianca Leijgraaff (45) is de drijvende kracht achter de Utrechtse dierenvoedselbank. Ze heeft een man en een dochter op wie ze dol is. Maar haar labrador Otis (9) en haar katten Sulluy (1) en Nijntje (7) staan toch ‘net een klein trapje hoger’, vertrouwt ze me toe.

In 2014 begon Bianca de dierenvoedselbank in Utrecht, omdat ze ‘een groot hart heeft voor beesten’. Ze woont in de volksbuurt Zuilen, vlak achter de Amsterdamsestraatweg. Bij het uitlaten van haar hond kwam ze steeds vaker baasjes tegen die – meestal schoorvoetend – bekenden dat ze te weinig geld hadden om hun hond fatsoenlijk te eten te geven of naar de dierenarts te gaan. Omdat ze bijvoorbeeld plotseling hun baan kwijt waren geraakt. Of omdat ze in de schuldsanering terecht waren gekomen. Sommigen sliepen slecht uit angst hun huisdier weg te moeten doen. Een verschrikkelijk vooruitzicht, zegt Bianca. ‘De financiële situatie mag nooit de enige reden zijn dat mensen gedwongen afscheid moeten nemen van hun dier.’

Maar voor mensen met een minimuminkomen bleek niets geregeld te zijn. Samen met haar man startte ze vanuit de schuur bij hun huis een uitgiftepunt voor katten- en hondenbrokken. In 2016 konden ze verhuizen naar het pand op de Amsterdamsestraatweg. Daar zijn ook de gewone voedselbank, een sociale supermarkt en andere organisaties voor mensen met een smalle beurs gevestigd.

De organisatie draait geheel op vrijwilligers. De spullen in de voedselpakketten komen uit donaties: van dierenwinkels, producenten van diervoeding en particulieren. Het meeste komt in natura binnen via de vier inzamelpunten bij dierenwinkels en -artsen. Wie voor gratis diervoeding in aanmerking wil komen, moet een bewijs van inschrijving van een reguliere voedselbank kunnen overleggen.

Inmiddels heeft de dierenvoedselbank zo’n honderd klanten. Dat zouden er meer zijn als de voedseluitgifte toegankelijk zou zijn voor armlastige huisdierenbaasjes uit heel Utrecht. Door geld- en ruimtegebrek opereert de voedselbank nog maar in vier van de tien Utrechtse wijken.

Niet iedereen is even enthousiast over haar initiatief, vertelt Bianca. Sommige mensen vinden het maar raar dat zij er, naast haar vierdaagse werkweek als postbezorger, zo’n veertig tot zestig uur per week in steekt. ‘Zijn er geen belangrijker dingen om je druk over te maken?’ Bianca: ‘Of ze vinden dat je geen huisdier moet wíllen hebben, als je de verzorging niet kan betalen.’ Verontwaardigd: ‘Zeg dat maar eens tegen iemand die net gescheiden is en haar baan is verloren. Moet die nou ook haar twee poezen nog kwijt?’

‘Financiële moeilijkheden komen nooit alleen. Je raakt vrienden kwijt, je eigenwaarde krijgt een dauw en je hele leven staat op z’n kop. Vaak is zo’n dier de laatste strohalm waar je je aan vasthoudt.’ Tijdens de rookpauze op de binnenplaats vertelt Peter, Bianca’s rechterhand, dat sommige mensen die in de schuldsanering zitten, hun dieren weg moeten doen van hun bewindvoerder. Hij lacht schamper. ‘Daar kan je toch met je verstand niet bij?’ Volgens hem vergeten veel schuldhulpverleners en bewindvoerders dat de hond of de kat voor mensen in financiële problemen veel meer is dan een gezelschapsdier.

Peter spreekt uit ervaring. Voordat hij vrijwilliger werd, was hij twee jaar klant van de dierenvoedselbank. Ontroerd vertelt hij over een van zijn sneeuwwitte Zwitserse herders, die alle knuffels uit haar mand naar hem toe sleepte op momenten dat hij niet meer wist waar hij het moest zoeken. ‘Mijn honden gaven me meer troost dan een mens me ooit had kunnen geven. Ze oordeelden niet, ze bleven me trouw. En ze gaven never-nooit ongevraagd advies.’

Officiële cijfers over het aantal huisdieren in minimumhuishoudens zijn er niet. De Stichting Bevordering Huisdierenwelzijn, die in 2015 onderzoek liet doen, telde bij 58 procent van de klanten van gewone voedselbanken gemiddeld 1,8 huisdier (alleen honden en katten werden gemeten). De stichting schat dat vijftig procent van de huishoudens die onder de armoedegrens leeft één of meer huisdieren heeft.

‘Mijn honden gaven me meer troost dan een mens me ooit had kunnen geven. En ze gaven never-nooit ongevraagd advies’

Volgens voorzitter Lilianne van Doorne is er steeds meer aandacht voor de noden van deze huisdieren. Het aantal dierenvoedselbanken groeit: Van Doorne schat dat er nu al twintig zijn. Vijf jaar geleden waren er nog maar vijf. Daarnaast zijn er inmiddels zo’n twintig reguliere voedselbanken met een honden- en kattenloket, hoewel de landelijke vereniging van voedselbanken dit niet stimuleert. En steden als Amsterdam, Arnhem en Rotterdam hebben voor minimahuishoudens regelingen in het leven geroepen om gratis naar de dierenarts te gaan.

Ook bewindvoerders zijn volgens Van Doorne wat eerder bereid om een klein bedrag te reserveren voor het onderhoud van een huisdier. ‘Ze realiseren zich dat een huisdier echt wel belangrijk kan zijn voor mensen met schulden.’

Diesel

John, een tanige, gespierde vijftiger, meldt zich bij Bianca’s uitgifteloket. Even later, op weg naar zijn huis, vertelt hij dat zijn honden zijn leven hebben gered. ‘Zonder Django en Armani was ik er nooit bovenop gekomen.’ Twee jaar geleden zag zijn toekomst er nog gitzwart uit. Zijn uitzendcontract als montagemedewerker werd na twee jaar trouwe dienst abrupt beëindigd. Kort daarna overleed zijn vrouw aan kanker. John greep naar de drank en nam ‘een paar verkeerde beslissingen’ om aan extra geld te komen. Voor hij er erg in had, stond hij op straat, zijn spullen in een plastic zak. ‘Ik was als de dood dat ik Django en Armani ook nog kwijt zou raken’, zegt hij.

Gelukkig wilde de fokster de twee honden tegen betaling van een klein bedrag tijdelijk terugnemen. Ondertussen vocht John tegen zijn drankverslaving. ‘Ik nam elke hulp aan die me werd aangeboden, alleen maar om Django en Armani weer terug te kunnen krijgen.’

Toen John zijn honden eindelijk op kon halen, sloeg Armani, zijn Engelse bul, de poten stijf om zijn nek. John schiet vol en draait zich om. ‘Ik kan niet uitleggen wat dat voor mij betekende.’

Hij heeft weer een dak boven zijn hoofd, doet vier dagen per week vrijwilligerswerk bij het Leger des Heils en gaat in september een opleiding volgen voor ervaringsdeskundige. Hij leeft van vijftig euro per week. Maar met hulp van de dierenvoedselbank lukte het om de honden goed te verzorgen. ‘Het is goud dat dit bestaat.’

John heeft Armani tot zijn grote verdriet dit voorjaar in moeten laten slapen, hij werd ineens erg ziek. Bianca heeft geregeld dat de dierenarts werd betaald om bij John thuis het verlossende spuitje te geven. ‘Dat was zo mooi, want Django kon er nu ook bij zijn. Hij en Armani zijn altijd acht poten op één buik geweest.’ Als John nu thuiskomt uit zijn werk, zit Django hem op te wachten bij het hek. ‘Ik mis Armani vreselijk, maar Django geeft me toch een doel om naar huis te gaan.’

In de dierenvoedselbank is het even rustig. De meeste klanten zijn geweest, de rest verwacht Bianca pas over een half uur. ‘Kom, we gaan de voorraden bekijken’, zegt ze. Op zolder staan kooien, katten- en hondenmanden, speeltjes en krabpalen. Die mogen de baasjes meenemen. ‘Maar’, zegt ze streng: ‘alleen in bruikleen en maximaal één per persoon. Als je de mensen hun gang laat gaan, nemen ze direct alles mee. Iederéén moet iets kunnen krijgen.’

In het schephok staan de zakken en tonnen met honden- en kattenbrokken. ‘Het klinkt een beetje lullig’, zegt Bianca, ‘maar de brokken die mensen meekrijgen zijn niet voldoende voor een week. Daar hebben we bewust voor gekozen.’ De dierenvoedselbank wil dat mensen niet te afhankelijk worden van hun wekelijkse pakket. Ze moeten zo snel mogelijk weer op eigen benen staan. Bianca: ‘Als wij wegvallen moeten ze het ook kunnen redden.’ Alleen mensen die echt in de problemen komen, krijgen soms wat extra brokken toegestopt.

De baasjes die zich aanmelden bij de dierenvoedselbank krijgen voor maximaal drie huisdieren brokken mee. Die dieren moesten al in hun bezit zijn voordat ze in de financiële misère kwamen. Bianca: ‘Het is niet de bedoeling dat mensen die geen cent te makken hebben, een hond of kat nemen en daarna voor de voeding bij ons aankloppen.’ Ook ziet ze er streng op toe dat klanten er geen extra huisdieren bij nemen. ‘Al is het maar een goudvis. Wie dat waagt, vliegt er direct uit.’

‘Ik heb overal ogen en oren’, waarschuwt ze twee nieuwe klanten. ‘Echt, ik kom er altijd achter als je de boel belazert.’

Iedere nieuwe klant wordt met zijn huisdier op kosten van de dierenvoedselbank naar de dierenarts gestuurd voor een gezondheidscheck

Iedere nieuwe klant wordt met zijn huisdier op kosten van de dierenvoedselbank naar de dierenarts gestuurd voor een gezondheidscheck. Poezen en katers worden direct gechipt, gesteriliseerd of gecastreerd. Voor zover mogelijk worden de kosten voor het behandelen van gezondheidsproblemen ook grotendeels door de dierenvoedselbank betaald. Want een dierenziektekostenverzekering kunnen de klanten niet betalen. Bianca: ‘Ik druk mensen wel op het hart om te sparen voor onvoorziene kosten. Al is het maar vijf of tien euro per maand.’

Bianca heeft een groot hart voor dieren, maar ook voor mensen. ‘Ze is één van ons’, zei een klant eerder deze ochtend. ‘Je ziet aan haar gezicht dat ze zelf ook het nodige heeft meegemaakt. Daarom nemen mensen haar snel in vertrouwen, als ze ergens mee zitten. Ook als het helemaal niets met hun dieren te maken heeft.’

Ja, beaamt Bianca, ze hoort nogal eens wat. ‘Er zitten heel heftige dingen tussen.’ Als het kan probeert ze te helpen. Een klant die op maandag haar huis uit moest en op zaterdag een paniekbericht op Facebook plaatste, omdat het niet was gelukt om ook maar één verhuisdoos in te pakken, hielp ze samen met haar man verhuizen. En sommige mensen belt ze in het weekend, als ze weet dat ze het moeilijk hebben.

Steeds vaker probeert ze ook goede hulp te zoeken bij instanties die daarvoor zijn. ‘Kunnen we samenwerken?’ heeft ze al meerdere malen aan het buurtteam, andere hulporganisaties en de gemeente voorgesteld. ‘Ik zou zo graag lijntjes tussen onze organisaties willen.’ Veel baasjes lopen vast in de hulpbureaucratie. Sommigen hebben dringend psychische hulp nodig, maar vinden nergens gehoor. Anderen moeten eindeloos wachten op schuldhulpverlening. Toen Bianca dat laatste weer eens namens een van haar klanten aankaartte bij het buurtteam, bleef het een tijdje stil aan de telefoon, vertelt ze. ‘Mevrouw, vertrouwt u er maar op dat die zaak bij ons in goede handen is’, klonk het daarna. ‘Wij hebben hier tenslotte voor doorgeleerd.’ Ze vertelt het met ingehouden woede. ‘Ik blijf het proberen’, zegt ze vastberaden.

Peter komt binnenlopen. ‘Bianc, Mieke wil even gedag zeggen, met Diesel.’ Mieke (62) heeft haar scootmobiel op het binnenplein geparkeerd. In het mandje voorop zit Diesel, haar chihuahua. Bianca komt met hondensnacks aangesneld en vraagt of ze Diesel mag aaien. ‘Natuurlijk, kijk ’m genieten!’ Mieke glimt als Bianca Diesel een prachthond noemt. Dat is toch een stuk positiever dan Jan van de gewone voedselbank. ‘Dat is toch geen hond!’ had hij geroepen toen Mieke haar lieveling kwam showen. ‘Da’s een rat!’

Voordat Mieke bij de dierenvoedselbank kwam, at Diesel met de pot mee. ‘Speklapjes, gehakt of een prak van aardappels met groente: hij vond het allemaal even lekker.’ Nu krijgt hij brokken, toch wel gezonder. En hij kan naar de dierenarts als het nodig is. Mieke leeft alleen. Ze vindt het heerlijk om over Diesel te praten. Het mooiste is dat ze hem overal mee naartoe kan nemen. Want Diesel vindt het helemaal geweldig om voorop in de scootmobiel met Mieke door de wijk te rijden. Of ze nu bij het Leger des Heils komen, bij de Lidl of bij de bingo: iedereen vliegt op ze af. Mieke: ‘Wij hebben altijd aanspraak, prachtig toch?’

Op een bruine doos in het schephok van de dierenvoedselbank staat met grote letters POEKIE. Poekie is een allergische poes die geen kattenbrokken kan verdragen. Ze krijgt speciaal hypoallergeen natvoer. Dat voer is zo duur dat Bianca een crowdfundingsactie moest starten om een voorraad aan te leggen. De actie leverde voldoende geld op om Poekie een half jaar te voederen.

Ik zoek Jans (55), het baasje van Poekie, thuis op. Ze woont in een bovenhuis in Zuilen. Op de deurbel reageert ze niet, pas na lang klepperen met de brievenbus doet ze open. ‘Kom binnen’, zegt ze hartelijk. Het trappenhuis oogt verwaarloosd. De trap is kaal en de verf bladdert van de muren. Maar de woonkamer is spic en span. En gezellig ingericht met een comfortabele bank, een grenen kast en een lichte eethoek. Aan de wanden hangen ingelijste foto’s en legpuzzels van katten en tijgers. Op een stoel voor het raam ligt Poekie, een slanke grijze poes, op een blauw dekentje. De stoel heeft Jans pas gekregen van de buurvrouw. ‘Poekie heeft hem direct ingepikt.’

Poekie werd helemaal kaal, maar dankzij het speciale voer is ze behoorlijk opgeknapt. ‘Ik was al bang dat ik haar moest laten inslapen’, vertelt Jans. Haar poes is zestien jaar oud en dementerend, ze begint op de gekste momenten te schreeuwen. ‘Ook om twee uur ’s nachts.’ Maar Jans en Poekie kunnen nog steeds lezen en schrijven met elkaar. Jans: ‘Wij zijn twee vriendinnen, hè Poekie?’ Soms komt Poekie naast haar zitten. ‘Dan is het net of ze tegen me praat.’

Jans’ kinderen zijn al jaren de deur uit. Ze heeft altijd in huishoudelijke functies gewerkt, totdat ze werd afgekeurd. ‘Vanwege honderd procent stress.’ Ze heeft een rothuwelijk achter de rug, waar ze niets over wil vertellen. Sindsdien heeft ze het niet meer zo op mensen. ‘Geef mij maar poezen.’

Van bovenop de kast klinkt luid geronk. Jans: ‘Daar hebben we Poeka!’ Poeka, een enorme rode lapjespoes, is de dochter van Poekie. Vanaf haar vaste plek op de kast houdt ze iedereen in de gaten. Maar als Jans de vuilniszakken buitenzet, gaat Poeka mee. Ook als ze boodschappen gaat doen, loopt ze een stukje met Jans op.

Blackie, Rambo, Angel, Mickey en Boemer zijn de namen van Jans’ andere katten. Die zitten meestal boven, op de kattenkamer. Niemand ruikt ze. ‘Ik werk met chloor.’

Jans leeft al een paar jaar van veertig euro in de week. Van de dierenvoedselbank krijgt ze eten voor drie van haar zeven katten. Aan dierenvoeding is ze zo’n vijftien tot twintig euro per week kwijt. ‘Ach, zelf heb ik weinig nodig.’