Het dier Denkbaar

Wat is het beste dierenboek ooit? Voor het antwoord op deze vraag uit mijn persoonlijke roulette te voorschijn komt, zou ik willen opmerken dat er geen dieren bestaan die tevens literaire personages zijn. Dieren in de literatuur zijn als goden, of als God, het zijn mensen in vermomming, projecties, ideeën, symbolen, metaforen noem maar op, ga maar door, dieren zijn het nooit. Nu kan wel een of andere slimmerik opmerken dat mensen in de literatuur evenmin bestaan, omdat ook zij producten zijn van de geestesarbeid van de auteur, maar het is mogelijk zich tot op zekere hoogte in andere mensen te verplaatsen. En ook al is andermans gevoelsleven even ondoordringbaar als de doos waarin Schrödingers kat zat of zit opgesloten, het is toch wel mogelijk als het ware een peillood in het menselijke bewustzijn neer te laten.

Natuurlijk komen er wel ‘echte’ dieren voor in de literatuur – een hoofdpersoon van een roman wordt opgegeten door een leeuw – maar de leeuw is geen persoonlijkheid. Hij kan wel onderwerp van literatuur zijn (‘Een leeuw is iemand/ die bang is voor niemand’, dichtte de Schoolmeester) maar verder dan bestaan en handelen komt de literaire leeuw niet.

Er zijn uiteraard de nodige pogingen gedaan dieren te herscheppen in literaire figuren. Waarschijnlijk het bekendst is in dit verband de Amerikaanse schrijver Jack London (1876-1916) die beroemd werd met dierenromans als The Call of the Wild (Roep van de wildernis) en White Fang (Witte hoektand). Als echte rauwdouwer had London een voorkeur voor wolven, wolfshonden en sledehonden, die door hem ruimschoots werden voorzien van karaktertrekken. Wraakzucht is een belangrijk thema bij London, evenals trouw en aanhankelijkheid. Ze zijn nogal uit de mode, maar miljoenen lezers – vaak jongens en jongensachtige meisjes – hebben de boeken over het harde leven in de wildernis verslonden.

Maar hoe London ook zijn best deed, mij lijkt een begrip als wraak ver af te staan van de hond of de wolf, en zelfs van de olifant met zijn geheugen voor krenkingen. In werkelijkheid zijn ook de dieren van London uiteraard niets anders dan projecties van zijn wereldbeeld – een mix van Darwin, Marx en Nietzsche.

Ik ken iemand die zegt alcoholist te zijn geworden omdat de klaverlimonade Bolke zo goed smaakte

Als kind had ik de neiging de speciaal voor onze ongevormde zieltjes geschreven boeken letterlijk te nemen, wat me dus kwaad maakte, omdat de aangeklede dieren die deze kinderwereld bevolkten anatomisch geheel niet in orde waren. Ik had dus een hekel aan boeken met aangeklede dieren (stripfiguren uitgezonderd), vond het een vorm van bedrog waarin de kinderwereld werd voorgesteld als een paradijselijk oord zonder gevaar.

En ik begrijp tegelijk heel goed dat juist de veiligheid (en de spanning) die kinderboeken doorgaans bieden een grote aantrekkingskracht uitoefent op de bewonderaars van Bolke de Beer. Ik ken iemand die zegt alcoholist te zijn geworden omdat de klaverlimonade Bolke zo goed smaakte.

Dieren in de literatuur zijn per definitie fabeldieren. Dat begint al bij Aesopus aan wie de fabels over de raaf en de vos en over de krekel en de mier worden toegeschreven en die later door Jean de la Fontaine tot de canon van de westerse literatuur zijn gaan behoren. Dat is nooit meer over gegaan. ‘Willem die Madoc maakte’ heeft de Nederlandse taal onsterfelijk gemaakt met Van den vos Reinaerde, waarin de als dieren voorgestelde personages de feodale machtsverhoudingen uitbeelden. En zo gaat het door: een hedendaagse meester in het dierengenre, Toon Tellegen, schrijft schitterende verhalen over algemeen menselijke eigenschappen.

In de literatuur zijn dieren gelijk aan goden: producten van de menselijke geest, en die menselijke geest is weer in staat zich van de zelf geschapen mythes afhankelijk te maken, zich eraan te onderwerpen, ervoor te knielen en desnoods te moorden. Het dier Denkbaar Denkbaar het dier, om te variëren op de titel van de surrealistische roman van W.F. Hermans, houdt zich alleen in de literatuur op, dus buiten het bestaande, wat het literaire dier een goddelijke dimensie geeft. Overigens kennen talloze godsdiensten dierlijke goden.

Het zal nu niemand meer verrassen waar het balletje van mijn roulette is gevallen. Het is bekend dat Moby Dick geen verzonnen walvis is, maar dat er wel degelijk in de jaren dat Herman Melville zelf ter walvisvaart ging een beruchte, door zeelieden Mocha Dick genoemde, ongrijpbare witte potvis gevaar stichtte op de oceaan. Maar niet daarom is Moby Dick een van de meesterwerken uit de wereldliteratuur, het is de stijl, de symboliek, de beeldspraak, de psychologie, de obsessie van Achab, het realisme en het surrealisme ineen, de constructie die zo sterk doet denken aan Multatuli’s Max Havelaar en diens ‘pak van Sjaalman’. Het waren trouwens tijdgenoten en geestverwanten, maar Multatuli schreef over mensen, Melville over een walvis – wat hij deed met een ontzagwekkende mensenkennis en een nog ontzagwekkender literaire bagage.