Media

Het digitale Arabische bedrog

‘Unconfirmed: Tweets Say Gaddafi Has Left Libya’, was een van de eerste berichten die ik opving toen ik na mijn vakantie de computer aanzette. Hij kwam van Mashable, geen kleine jongen, en zou dus enigszins betrouwbaar geacht mogen worden.

Maar onder de tweet stonden op Mashable zoveel andere sensationele berichten dat de twijfel meteen toesloeg. In het eerste ervan was Kadhafi dood, in een ander waren de rebellen verslagen, in een volgend was het al vrede. De twijfel zet aan het denken over berichtgeving, betrouwbaarheid, sociale media en in het bijzonder het uitentreuren herhaalde verhaal over de rol van Facebook, Twitter, Google en blogs in de Arabische revolutie. Want al wordt op tal van plekken de rol van sociale media in de Libische strijd bezongen, het is twijfelachtig of een dergelijke rol überhaupt mogelijk is. In tegenstelling tot Tunesië en Egypte is het land immers een digitaal zwart gat. Zo was de - wat heet - Facebook-penetratie volgens het begin dit jaar verschenen Arab Social Media Report in december 2010 nog geen vier procent, tegen 45 in de Verenigde Arabische Emiraten en 17,5 in Tunesië (maar ook niet meer dan 5,5 in Egypte). Nu is Facebook natuurlijk niet het enige platform en dus kun je eigenlijk beter naar de ‘internetpenetratie’ kijken. Maar ook de laatste cijfers daarover, hoewel uit 2009, stemmen weinig hoopvol: iets meer dan 350.000 mensen oftewel ruim vijf procent van de bevolking, tegen 34 in Tunesië en24 in Egypte. Hier komt bij dat het internet in Libië begin dit jaar plat is gegaan zoals ook het mobiele telefoonnetwerk plat ging. Verontrust door de verhalen over de rol van moderne media in de Arabische revolutie twijfelde Kadhafi natuurlijk geen moment: weg met die zooi. Tegelijkertijd probeerden zijn tegenstanders de lijnen te herstellen. In sommige gevallen (Libyana al Hura, lukte dat. Of het vervolgens ook werkt(e) is een tweede.
Veel moeilijker was het herstel van het internetnetwerk, temeer omdat dit ook aan de kant van de gebruikers meer vereiste, namelijk een plek, een kabel, een computer, toetsenbord, muis en scherm. Er waren al weinig mensen die over zoveel faciliteiten beschikten en door de gewelddadigheden en afsluitingen zullen dat er nog minder zijn geworden. Des te vreemder dat er in het Westen, onder meer via YouTube, toch allerlei filmpjes opdoken die afkomstig zouden zijn uit de digitale krochten van het land. Vandaar ook dat er bij die filmpjes her en der, met name door Kadhafi-aanhangers, vraagtekens werden gezet. Zie bijvoorbeeld hier. Deze laatste ruim zes minuten durende montage is pure propaganda. Dat zie je meteen. Neemt niet weg dat het filmpje de vinger op enkele pijnlijke plekken legt en onvermijdelijk de vraag doet stellen naar de door de andere kant bedreven propaganda. Anders gezegd: bij elke oorlog of revolutie spelen media een niet zo frisse rol ('het eerste slachtoffer is de waarheid’) en kun je er eigenlijk niet of nauwelijks van op aan. Dit geldt in versterkte mate als iedere gek 'een medium’ kan zijn en de gebruiker dus zijn of haar achtergrond niet kent. Anders gezegd, in een oorlog zijn de gevaren van sociale media nog groter dan die van de gewone media en dus kent de digitale Arabische revolutie een keerzijde die, vreemd genoeg, te zelden belicht wordt: het digitale Arabische bedrog.
Ik schreef het op deze plek al vaker, dat het niet te ontkennen valt dat moderne media een belangrijke rol spelen in de politieke ontwikkelingen in de westerse en niet-westerse wereld. Maar scepsis, veel scepsis is geboden en het is dan ook zeer de vraag of alle ophef over de huidige digitale revoluties niet meer zegt over westerse beeldvorming dan over de, in dit geval, Arabische werkelijkheid. Televisiebeelden vanuit Libië zouden deze indruk kunnen bevestigen. Afgelopen weken kregen we duizenden gewapende schreeuwers voor de camera die stuk voor stuk 'Allah is groot’ riepen, het vredesteken maakten, hun geweer in de lucht leegschoten, Kadhafi vervloekten en de toekomst begroetten. Velen van hen, zo zag het ernaar uit, waren ver weg van huis en tuin en bivakkeerden in een kapotgeschoten, desolate omgeving. Deze mannen zouden deel uitmaken van een digitale revolutie? Kom nou. Zij doen niets anders dan wat revolutionairen altijd gedaan hebben: vechten. Voor het updaten van een Facebook-pagina (die ze ook niet bezitten) hebben ze geen tijd en mogelijkheden. Twitter? Waarheen? Waarmee? Filmen voor en uploaden op YouTube? Wat, hoe, waar? Nee, al deze zaken gebeuren door mensen aan de zijlijn, figuren die ver verwijderd zijn van het strijdgewoel, die meestal zelfs in het buitenland verkeren - plus wellicht enkele uitzonderingen. Kortom, er is op dit moment zonder twijfel een digitale revolutie gaande. Maar niet in Libië en niet op het gebied van de macht.