Het digitale kordon van schengen

Terwijl Hans Dijkstal nog de blauwe verf uit zijn haren stond te wassen die hij als stand-in voor Frits Bolkestein tijdens de ‘Nederland Bekent Kleur’-manifestatie in de Bijlmermeer over zich heen had gekregen, ging Europa afgelopen weekend met een druk op de knop van de centrale computer van het Schengen Informatie Systeem (SIS) in Straatsburg tamelijk geruisloos een nieuw, uiterst bedreigend tijdperk in. De vele verhitte debatten over de plaats van vreemdelingen in Nederland werden daarmee gelijk tot achterhoedegevechten geminimaliseerd. Terwijl Den Haag de hele treurige estafette van debatten over spreiding en inburgering, zoals die ook al eind jaren zeventig werden gevoerd, op aandringen van de hardleerse Bolk nog eens dunnetjes gaat overdoen, is er sinds afgelopen zondag rond vooralsnog negen EG-lidstaten (Nederland, Belgie, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal, Italie en Griekenland) een elektronische muur opgeworpen die ervoor moet zorgen dat Fort Europa zich solider dan ooit te voren kan weren tegen de vloed van arme sloebers om ons heen.

George Orwells Big Brother had tenminste nog een gezicht. De grote broer van het Europa van Schengen zie je niet. Verscholen achter rustieke bloemenperken, in een tamelijk onopvallend gebouw in de parel van de Elzas, pompt de centrale SIS-computer van Frans-Duitse makelij per dag miljoenen gegevens in het rond over lieden die op een of andere manier ongewenst zijn in het nieuwe Europa van Kohl en Mitterrand.
Politie, justitie en binnenlandse veiligheidsdiensten hebben onbeperkt toegang tot de bestanden, in tegenstelling tot de burgers, die op bijna geen enkele wijze kunnen toetsen wat er precies aan persoonsgegevens is opgeslagen. Alleen in het geval van een sterk, duidelijk geformuleerd vermoeden dat de gegevens niet met de werkelijkheid stroken, is er op initiatief van een gedupeerde inzage en eventueel correctie mogelijk. Maar dan moet de persoon in kwestie al exact weten waar ’m de kneep zit. En dat is geen sinecure, daar toegang tot de SIS-gegevens strikt voorbehouden is aan overheidsdiensten.
Zoals de emeritus-hoogleraar volkenrecht Herman Meijers van de Universiteit van Amsterdam in december 1989 tegenover Elsevier opmerkte: ‘Het gevaarlijke van het SIS is dat daar niet alleen de namen van veroordeelden in worden opgenomen. Nee, het systeem signaleert iedereen die een bedreiging vormt voor de veiligheid of de openbare orde van een van de lidstaten. Maar die begrippen worden niet nader omschreven, zodat de kans bestaat dat je in het systeem belandt zodra je activiteiten ontplooit die de politie als strijdig met de veiligheid of de openbare orde beschouwt.’
Ook de Nederlandse Orde van Advocaten constateerde reeds een 'juridisch gat’ in het Schengen-akkoord: 'Het creeert uitsluitend nieuwe bevoegdheden voor overheden. Het klassieke strafvorderlijke model, waarin de bevoegdheden van de overheid in een weloverwogen evenwicht worden gebracht met de rechten van de verdachte burger, is geheel losgelaten.’
Vanuit de Nederlandse politiek is daar, op een enkele gunstige uitzondering na (men herinnere zich de trillende woede waarmee Maarten van Traa zich binnen de PvdA als Schengen-dissident opstelde), geen enkele weerstand van betekenis tegen gerezen. De 'positieve grondhouding’ die in de era-Lubbers tegenover het Europese integratieproces werd gevorderd, confronteert de burger nu met voldongen feiten die in een later stadium onherroepelijk tot grote jammerklachten en protesten zullen leiden, als de natie dan tenminste niet al is gedresseerd tot een grote kudde makke schapen. De SIS-heerschappij over de Schengen-gemeenschap zal straks worden gecompleteerd met het al even drastisch persoonsbestanden aan elkaar koppelende Europol in Den Haag, de Europese FBI die na hevig aandringen van Kohl binnenkort ook de terrorismebestrijding mag gaan doen. De juridische afwijkingen die binnen de EG over de diverse landen bestaan, zullen dan spoedig weggeharmoniseerd zijn.
Zo werd in het kader van het SIS reeds een Canadees in Nederland de toegang tot het land afgewezen vanwege iets wat hij in Duitsland op zijn kerfstok zou hebben. Dat meldt de Euro Citizen Action Service (ECAS), de vanuit Brussel opererende burgerrechtenbeweging die als een van de laatste strohalmen voor een leefbaar Europa mag gelden (subsidiering van de ECAS werd afgelopen jaar dan ook resoluut stopgezet door de Europese Commissie).
Gegeven de ruimhartige definitie van terrorisme die het Haagse Openbaar Ministerie al hanteert in de Opstand-zaak, is die juridische egalisering van de grondrechten van de burgers al hard aan de gang. In de naaste toekomst zullen verschillen in benadering per land van een organisatie als de PKK (in Duitsland verboden, hier niet) dan ook verdwenen zijn. Eveneens in navolging van Duitsland is Nederland momenteel driftig in de weer met de gegevensverzameling ten behoeve van een 'vreemdelingenbestand’, een datasysteem waartegen in de Bondsrepubliek grote protesten zijn gerezen vanwege de oncontroleerbaarheid en de abolute heerschappij van dat computerbestand.
Zo wordt er met Schengen een grote stap gedaan naar een toekomst waarin de digitale dubbelganger die ieder individu in de gecomputeriseerde samenleving inmiddels van staatswege heeft meegekregen, in feite zwaarwegender wordt dan de persoon van vlees en bloed. Decennialange inspanningen van burgers op het gebied van privacybescherming en aanverwante zaken zijn zonder al te veel hoofdbrekens geheel en al weggevaagd. De droom van een vrij personenverkeer binnen Europa is geeindigd in een zo rigide mogelijk afweersysteem voor mensen van buitenaf.
De klachtenlijn van de ESAC is sinds zondag overspoeld met verhalen van vooral Oost-Europeanen die sinds de activering van het Schengen-akkoord opeens niet meer Duitsland in mogen. Alleen geniale computerkrakers kunnen Europa nu nog redden van het SIS.