Het digitale oog film

De ene manier van filmen is de andere niet. Is er dan diversiteit? Eigenlijk niet. In feite bestaat er een norm. Loop een willekeurige bioscoop binnen, koop met je ogen dicht een video of zap naar een film op de televisie. Scherp in beeld zie je een acteur of actrice die na enkele seconden begint te praten, als hij of zij dat al niet direct deed. Binnen een minuut is de opnamepositie drie of vier maal veranderd of heeft de camera de lokatie helemaal verlaten. Ja, hoe zou het anders kunnen? Een film kan toch moeilijk onscherp zijn of zwijgend of op één plaats blijven?

Toch wel. Jon Jost bracht een wonderlijke videofilm naar Rotterdam die van begin tot eind vreselijk onscherp was. Opzet uiteraard, want Jost is een ervaren filmmaker en een goede cameraman. Hij draaide zijn film Nas correntes de luz da ria formosa tijdens een zomers verblijf in een Portugees kustplaatsje. Hij wandelde rond als een toerist, maar keek met het oog van een schilder. In dwarse kaders ving hij het harde en hete licht. De langdurige zonreflecties verwarmen uiteindelijk het doek, de zaal en de toeschouwer. De film raakt aan het abstracte doordat hij louter bestaat uit een reeks picturale beelden, al schemeren in die beelden steeds de impressies door van de gefilmde onderwerpen. Het geluid, enkel het directe omgevingsgeluid, zet de film weer met twee benen op de grond. Door dat geluid krijgt de toeschouwer als het ware een zitplaats in het zonovergoten dorpje. Luisterend naar niets in het bijzonder en kijkend door de oogharen naar de zon op een witte muur. Een film over niets, of over licht zou je kunnen zeggen, maar ook kun je stellen dat de film een opmerkelijk ruimtelijke ervaring biedt, alsof het licht zich van het doek heeft losgemaakt en als muziek door de ruimte zweeft. De Oostenrijkse filmmaker Michael Pilz keek op een heel andere lokatie dan die van Jost net zo hardnekkig en langdurig rond. Hij bezocht een vriend, de Oostenrijkse schilder Josef Schützenhöfer, in het lelijke en onooglijke Amerikaanse provincieplaatsje Dallastown. Aanvankelijk heeft Bridge to Monticello veel weg van een homemovie. De twee mannen praten over van alles en nog wat, maar niet over het werk van de schilder. Nog niet. Pilz filmt het dagelijkse leven in en om het huis, vooral het jonge zoontje van de kunstenaar. Pas na een lange, aftastende aanloop neemt de kunstenaar zijn filmende vriend mee naar zijn atelier. Daar werpt de aanloop zijn vruchten af. Het gesprek is nog net zo associatief en ongedwongen als in het begin, maar nu gaat het wél over de gedetailleerde observaties van verval en lelijkheid en de grote politieke panorama’s van Schützenhöfer. Na de excursie door de schilderkunstige wereld keert het dagelijkse leven weer terug. Het gaat sneeuwen. Pilz filmt de witte wereld in het plotseling fraaie Dallastown net zo uitbundig als Jost het Portugese licht filmde. Net als bij Jost en Pilz speelt de lokatie een belangrijke rol in de nieuwe film van Tonino De Bernardi. Hij trok zich met zijn familie terug in een afgelegen vallei in de Italiaanse Alpen. De vallei is sinds eeuwen bewoond door Waldenzen die zich daar terugtrokken omdat ze werden vervolgd vanwege hun zogenaamd ketterse geloof. De Bernardi is geboeid door het eenvoudige, archaïsche dagelijkse leven van de Waldenzen, maar ook door hun radicale geestelijke houding en hun geschiedenis vol met verhalen over predikers en brandstapels. Hij laat beide zien. Om en om toont hij in Tutto quello che hai documentaire opnamen van het karige leven in de bergen en geïmproviseerde scènes met profeten en heksen waarbij zijn familieleden acteren. Eenvoud en amateurisme blijken samen de juiste snaar te kunnen raken. Jost, Pilz en De Bernardi maakten hun films met kleine digitale videocamera’s. Over die nieuwe manier van voordelig filmmaken valt veel te zeggen. Dat werd in Rotterdam uitvoerig gedaan. Maar het wezenlijke belang van de films van Jost, Pilz en De Bernardi heeft weinig met techniek te maken. Geduld en een open oog maken nog steeds dat de ene film de andere niet is. + Festen van Thomas Vinterberg is het duidelijkste bewijs dat ook een goede Europese film als een Hollywood-raket kan worden gelanceerd. Toen de jonge Deen Vinterberg in Cannes arriveerde stond hij nog geheel in de schaduw van Lars von Trier en het dogmamanifest. Nu verovert Festen, na de Rotterdamse publieksprijs, op eigen kracht Nederland en de rest van de wereld. Een degelijk en onthutsend familieverhaal in een lekker vlot jasje.