Het dikste boek met grappen ooit

Grappenmakers zijn onuitstaanbare lieden.

Small wijnberg nogeengrap

In de onjuiste veronderstelling dat lachen een doel op zich is, vuren ze moppen, woordspelingen en koddige anekdotes op je af, die in het beste geval grappig of zelfs geestig zijn, maar altijd het vermoeden opwekken dat de verteller dit vertoon van geleende brille nodig heeft om zich een houding te kunnen geven. Kan een spontaan gedebiteerde grap nog wel eens verlichting bieden, stelselmatige grappenmakerij dekt iets af, onttrekt een leegte of ongemak aan het zicht. Het ergst zijn professionele grappenmakers, zoals clowns of cabaretiers. Het is onbegrijpelijk dat er mensen zijn die willen betalen om aan het lachen gemaakt te worden.

In 2006 publiceerde Nachoem M. Wijnberg (1961), na een stapel als vreemd en ondoorgrondelijk te boek staande dichtbundels en romans te hebben afgeleverd, de verzameling Liedjes, die weliswaar nog steeds een onherbergzaam universum opriep, maar de dichter voor het eerst van een lyrische kant liet zien. Met Nog een grap debuteert hij als moppentapper, waarbij de moedeloos makende omvang van de exercitie precies doet wat je van een obsessief grappenmaker kunt verwachten: hij slaat je murw, maar je kunt je er niet aan onttrekken. ‘Je wilt het dikste boek/ met grappen ooit schrijven.’ Daar komt bij dat de grappen geen van alle leuk zijn, ik heb althans geen enkele keer gelachen. Het probleem is dat ze misplaatst zijn, dat ze domweg nergens op slaan.

Maar dat is precies de kern van de grap, die immers staat of valt met incongruentie. Er wringt iets, hetzij in de taal, hetzij in de situatie, er gebeurt iets anders dan je verwacht had, er is kortsluiting opgetreden in de communicatie, het misverstaan wordt op de spits gedreven. De grap signaleert de kloof die tussen mensen gaapt, maar ook het feit dat we ons in een wereld bevinden die onkenbaar en zinloos is. Dat we hier überhaupt zijn is niets minder dan een totaal uit de hand gelopen grap.

Als grappigheid de essentie van de werkelijkheid vormt, ligt het materiaal voor de humorist voor het oprapen. Wijnbergs teksten blinken dan ook uit in een eenvoud die soms niet onderdoet voor die van de haiku.

Je had een bord bij je
om van te eten
dat je in een hotelkamer liet liggen
en zes of zeven jaar later
stuurden ze het je na.

Het is onbegrijpelijk dat er mensen zijn die willen betalen om aan het lachen gemaakt te worden

Daar valt niets aan uit te leggen, er staat gewoon wat er staat, maar het roept wel een intense droefenis op. De personages in Nog een grap wonen in hotelkamers, verliezen zich in loze procedures die niettemin minutieus dienen te worden gevolgd, proberen hardnekkig te voldoen aan voorwaarden van voorwaarden van voorwaarden, komen op bezoek waar ze niet welkom zijn en onderhandelen moeizaam over financiële verplichtingen. Liefde, vriendschap en warmte ontbreken ten enenmale, hetgeen nog versterkt wordt door de afstandelijke, bijna wetenschappelijke toon waarop de dichter zijn grappen vertelt. Vrijwel steeds wordt er een jij aangesproken, die zich doorgaans in een onmogelijke situatie bevindt.

Tekenend is een gedicht met de verwarrende titel Je ziet eruit alsof je al twee weken dood bent, maar je zou de andere man eens moeten zien, die ziet eruit alsof het al drie weken geleden is dat jullie elkaar voor het laatst hebben gezien. Dan moet het eigenlijke gedicht nog komen, waarin een armoedzaaier bereid is de rol van vermeende minnaar op zich te nemen teneinde zijn opdrachtgever een aanleiding te geven om echtscheiding aan te vragen:

Je bent zo arm
dat je je laat betalen
om een andere man te zijn,
als iemand er een moet kunnen aanwijzen
als hij zich wil laten scheiden.

Deze ongebruikelijke betrekking brengt de arme op een idee, want op een dag wil ook hij zich laten scheiden, ‘al was het enkel om het plezier/ van het verdelen van wat niet alleen van jou was’. Het blijft echter bij een geopperde mogelijkheid, en intussen staan er ook andere opties open:

Je zou ook kunnen zijn
aan wie iemand verkoopt
wat hij die dag niet mag hebben.

Met terugwerkende kracht blijkt ook de vrouw, die in de eerste strofe ongenoemd bleef, een anoniem stuk koopwaar. De slotregels laten zien dat de voorgestelde transactie niet de laatste behoeft te zijn:

Misschien verkoop jij het later weer terug,
maar dat mag je hem nu nog niet zeggen.

Geheel in de geest van Nachoem Wijnbergs eerdere poëzie worden de anekdotes in Nog een grap maar half verteld, in die zin dat er steeds informatie ontbreekt waarmee je de verhalen zou kunnen aanvullen totdat je de situatie vóór je ziet. Het gaat, en dat is een aristotelisch principe, niet om de specifieke mensen, maar om de plot, maar ook daarvan wordt slechts een fragment gepresenteerd. Verder uitgekleed dan in het gedicht Vandaag kan een verhaal niet worden:

Iemand die jou nooit eerder gezien heeft
denkt dat je oud genoeg bent
om je te sturen
naar waar je langer
dan een dag moet wennen.

Wie de personages zijn en om wat voor opdracht het gaat blijft ongewis, maar in al zijn kaalte suggereert het gedicht een constellatie van huiveringwekkende afhankelijkheid, ontheemding en desinteresse in andermans gevoelens. Die cynische kijk op de wereld vormt Wijnbergs handelsmerk.


Nachoem M. Wijnberg: Nog een grap
Atlas Contact, 320 blz., € 24,95