Het dilemma van de Duitse Groenen

Berlijn – In bijna alle landelijke media zorgde de uitspraak voor opgewonden krantenkoppen. ‘Dit zijn geen tijden voor Pippi Langkous- of Ponykamp-politiek’, had Boris Palmer, politicus uit het Zuid-Duitse stadje Tübingen, in Der Spiegel gezegd: ‘We moeten de ongecontroleerde stroom migranten beëindigen. Dat betekent niet dat we niemand meer binnenlaten, maar wij moeten bepalen wie binnenkomt.’

De opwinding ging niet eens zozeer om wát hier gezegd werd, maar om wíe het zei. Geen Beierse csu-conservatief en al helemaal geen rechtse AfD-functionaris; hier sprak een burgemeester van de partij de Groenen, kort voor de verkiezingen op 13 maart in Baden-Württemberg, de enige deelstaat in Duitsland waar de Groenen de belangrijkste regeringspartij vormen.

Palmer werd door de landelijke partijleiding direct aangevallen, de Groenen staan officieel immers voor een beleid van open grenzen. Maar in de peilingen is de partij van Palmer in Baden-Württemberg gestegen naar 30,5 procent, terwijl de cdu, de belangrijkste concurrent, daalt naar dertig procent. Palmers opmerking legt dan ook een intrigerend dilemma binnen de Duitse Groenen bloot. In 2011 vormde de ramp met de kernreactor in Fukushima de nogal emotionele aanleiding voor de historische winst van deze linkse ‘anti-kernenergie’-partij in Baden-Württemberg. Vijf jaar later blijken de Groenen zich heel goed te hebben kunnen handhaven in deze deelstaat van Mercedes, Bosch en Porsche.

Dat is te danken aan minister-president Winfried Kretschmann, een voormalige communist, die precies de juiste toon van de conservatievere takken van de Duitse burgerij weet te treffen – ook in de vluchtelingencrisis. Kretschmann looft Merkels zoektocht naar een Europese oplossing, maar tegelijk pleit hij voor een ‘pragmatische’ vorm van humanisme.

Een cdu-light zijn de Zuid-Duitse Groenen onder leiding van Kretschmann al genoemd – tot afgrijzen van de landelijke Groenen, die zich veel linkser definiëren. Kretschmann lijkt er zelfs op te gokken dat ook uitspraken als die van Palmer zijn partij geen kwaad hoeven te doen. De partij moet het nu eenmaal hebben van een gegoede hogere middenklasse, en die wil wel solidair zijn, maar, zo klinkt het dan meestal achter de hand, wel met grenzen.

De conservatievere toon is geen garantie voor winst van de Groenen, maar de strijd tussen Realo’s en Fundi’s is met de vluchtelingencrisis wel in een nieuwe fase beland. De uitslag van de deelstaatverkiezingen zal de positie van de landelijke Groenen onvermijdelijk gaan bepalen.