Het dilemma van de schrijver op reis

Ryszard Kapuscinski
Reizen met herodotos
Uit het Pools (2004) vertaald door Ewa van den Bergen-Makala, De Arbeiderspers, 263 blz., € 18,95

Waarom heb ik op de vraag welk boek vorig jaar grote indruk op mij had gemaakt niet dit boek genoemd? Omdat de vertaling van het jaar ervoor was. Het boek is indertijd hier niet besproken, jammer. De vorige week overleden wereldschrijver Kapuscinski (1932) schreef tussen de regels van Herodotos door zijn eigen historie. Een voorbeeldig boek, niet alleen omdat Herodotos’ geschiedschrijving van de hele wereld voor Kapuscinski het model werd voor zijn eigen onderzoekingstochten in Afrika en Azië, maar ook doordat hij zich in benadering, onderzoeksmethode en vertelvorm aan de Griek spiegelt, of zich ermee meet. Toen de jonge journalist in 1955 naar het hem volslagen onbekende India werd gestuurd, gaf mevrouw de hoofdredacteur hem de net in het Pools vertaalde Historiën mee, een boek voor het leven.

Medium kapuscinski 20op 20maat

Het is ook een voorleesboek. Wie Herodotos niet kent of half vergeten is, krijgt diens reportages heet van de naald opgediend. Het is ook een tijdreis zonder dat er gemakkelijke parallellen getrokken worden tussen antieke oorlogen en het verkavelde slagveld dat Afrika is. Mettertijd groeide de sympathie en werd Herodotos een ‘broederziel’. Het is bijna alsof je over een halve eeuw een metamorfose van een oude in een nieuwe Herodotos meemaakt. In elk geval heb ik nooit zo goed over zo’n lange periode de stadia in een lectuur kunnen volgen. Het kon later voorkomen dat hij meer geraakt werd door de ondergang van de Perzische vloot dan het zoveelste legeroproer in Kongo of een coup in Soedan, tot Kapuscinski’s eigen verbazing én verontrusting.

Historia, waarvan de titel van Herodotos het meervoud is, betekent onderzoek, met name naar individuele gevallen. In die geest is ook een typering van Kapuscinski: ‘Herodotos laat ons kennismaken met de wereldgeschiedenis via de lotgevallen van individuen. (…) Onder diverse namen en telkens in een andere context en wisselende situaties.’

Voor zo’n onderzoek moet de schrijver natuurlijk op reis, om er zelf bij te zijn. Maar minstens zo belangrijk, zegt Kapuscinski, is veel lezen, studeren en nadenken, ervoor en erna. Zelf schreef hij pas als hij terug was, in zijn eigen taal. Dat is wel even andere koek dan de karikatuur die Bill Buford ooit van hem gaf, toen hij Kapuscinski als kroongetuige opvoerde voor een bepaald type geëngageerd schrijven. Buford had zelf een participerend onderzoek naar hooligans gepubliceerd en zei van Kapuscinski dat hij op zijn reis langs revoluties en staatsgrepen in Afrika nooit een schrijver, dichter of filosoof was tegengekomen. Die zaten namelijk thuis hun tekstjes te punniken. Te velde maakte Kapuscinski alleen maar aantekeningen, voor schrijven had hij een werktafel nodig – en een andere opvatting van schrijven dan Buford, die tegenwoordig trouwens over kokkerellen in Italië publiceert.

Een constante is, al vanaf de vroegste reizen, het dilemma van de schrijver op reis: de aandrang ergens in te duiken, te blijven dus, of de verleiding verder te gaan; verdieping of verbreding. Uit de zes boeken notities uit de jaren 1990-2002, waaruit onder dezelfde titel Lapidarium in 2003 een keuze is vertaald, kan de lezer opmaken dat de ongedurigheid van deze schrijfreiziger wordt goedgemaakt door zijn instelling, zijn aandacht en zijn nieuwsgierigheid naar de wereld: het willen weten waar iets vandaan komt. Behalve een inspirerende lectuur van Herodotos en een zelfportret van de reporter geeft het verslag van de leesreis ook nog eens een overzicht van Kapuscinski’s tracés door een halve eeuw postkoloniale geschiedenis. ‘Ik ben een vertaler van beroep’, zei hij, ‘van de ene cultuur naar de andere.’ Vlak voor zijn dood bundelde hij een aantal voordrachten onder de titel De ander: ‘We voeren oorlogen tegen de anderen, omdat we ze niet kennen.’ Als vertaler geloofde hij in literatuur, hoe had hij het anders volgehouden.

Het leesboek laat bovenal de kwaliteiten van Kapuscinski zien als beoefenaar van het door hem tot kunst verheven genre van de essayistische reportage. Hij schrijft de kunstmatige scheiding tussen literatuur en journalistiek, tussen verhaal en essay, gewoon weg. Laat er veel herdrukt worden, met name de magistrale ‘roman’ uit 1978: De Keizer: Macht en ondergang van Ras Tafari Haile Selassie I.