Bepaalt het brein of de geest ons handelen?

Het dirigentje in ons hoofd

Als de vrije wil niet bestaat, kun je dan iemand nog verantwoordelijk stellen voor zijn daden? In een rondetafelgesprek buigen filosoof Maureen Sie, klinisch psycholoog Jan Derksen, hersenonderzoeker Victor Lamme en rechtsgeleerde Ybo Buruma zich over deze heikele kwestie.

ALS DE VRIJE WIL niet bestaat, heeft dat enorme consequenties. Wat betekent het voor de rechtspraak als iemand niet voor zijn daden kan instaan, omdat ‘het ligt aan zijn brein’? Kun je nog spreken van eigen verantwoordelijkheid, van een moreel besef? En wat maakt een opvoeding nog uit, of psychotherapie, als er niks te sturen valt?
Neurowetenschappers concluderen op basis van hersenonderzoek dat het onbewuste zenuwstelsel al vele seconden eerder een besluit neemt over een handeling dan het bewuste 'ik’. En dus zou de vrije wil niet bestaan. Sommigen worden daar ronduit woedend over - het debat tussen het 'neuro-kamp’ en de 'psycho-wereld’ is inmiddels in de media een loopgravenoorlog. Of valt er toch iets van elkaar te leren? In een rondetafelgesprek wordt een poging gedaan om nader tot elkaar te komen.
Als eerste arriveert een opgewekte Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit en onlangs benoemd tot raadsheer bij de Hoge Raad. De PVV keerde zich openlijk tegen zijn benoeming omdat ze hem 'veel te politiek’ vonden. Het geschil rond zijn persoon kan voor dit gesprek achterwege blijven. 'Heerlijk om gewoon over inhoudelijke zaken te kunnen spreken’, zegt Buruma.
Victor Lamme is hersenonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van De vrije wil bestaat niet. Hij geldt als een van de meest invloedrijke breinwetenschappers van Nederland. In 2008 haalde hij een Europese miljoenensubsidie binnen voor onderzoek naar menselijk bewustzijn. Hersenonderzoek, zo is Lamme’s overtuiging, dwingt ons fundamenteel anders te denken over menselijk gedrag. Zijn inaugurele rede - als hoogleraar aan de faculteit psychologie - had de titel Weg met de psychologie. De portee: voor onderzoek naar bewustzijn hebben we psychologen niet nodig.
Die stelling is een uitdaging voor Jan Derksen. Hij is als hoogleraar klinische psychologie werkzaam aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en de Vrije Universiteit in Brussel, praktiserend psychotherapeut en heeft een bedrijf dat psychologische tests, workshops en adviezen verzorgt. Onlangs verweet hij zijn vakgenoten in NRC Handelsblad volledig in de ban te zijn geraakt van het hersenonderzoek. 'Ze zijn verworden tot goudzoekers in het brein in plaats van wetenschappelijk getraind in het opstellen van rationele, zoveel mogelijk toetsbare theorieën over psychische patronen.’
Als laatste arriveert Maureen Sie. De filosoof van de Erasmus Universiteit leidt een door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) gefinancierde onderzoeksgroep die de betekenis van gedrags- en neurowetenschappen onderzoekt voor begrippen als 'moraal’ en 'individuele verantwoordelijkheid’. Zij is ook samensteller van het onlangs verschenen boek Hoezo vrije wil?, waarin onder meer de vraag of ons brein voor ons beslist onder de loep wordt genomen. De bundel begeleidt het eindexamencahier Vrije wil dat de komende jaren gebruikt zal worden als voorbereiding op het middelbare-schoolexamen filosofie.
Jazeker, ze kennen elkaars standpunten. Gedurende het gesprek lijkt het soms op een strijd van drie tegen één. Maar Victor Lamme, de enige neuro-diehard van het gezelschap, kent zijn pappenheimers langzamerhand wel.
Wat is de controverse?
Ybo Buruma, aarzelend: 'Ik weet niet hoe serieus ik het moet nemen als ik een neurowetenschapper hoor zeggen: ik heb overal in het brein gekeken en heb nergens de vrije wil ontmoet. Net als de kosmonaut die Onze Lieve Heer niet tegenkwam. De mens is echter een vrucht van genetica, neuro en omgeving en is dus niet enkel als vrij beslissend individu te beschouwen. De strijd gaat echt ergens over.’
Jan Derksen: 'Al tweeduizend jaar is de vrije wil onderwerp van discussie. Er wordt hoogstens wat aan toegevoegd door de cognitieve neurowetenschappen. Als klinisch psycholoog zeg ik: we kunnen spreken over determinisme, het bewuste, het onbewuste, het voorbewuste. De begrippen “vrijheid” en “wil” zijn geen begrippen die ons in de wetenschap verder helpen.’
Victor Lamme: 'Ik laat graag wat ballonnetjes los, om de discussie wat aan te jagen. Er is nu eenmaal een onderscheid tussen dingen die je wel of niet uit vrije wil doet - en dat heeft praktische consequenties. Dat onderscheid werkt ook door in de rechtspraak. Hoe het recht aankijkt tegen hoe mensen tot beslissingen en daden komen, is niet compatibel met hoe het brein werkt. Aan de hand van scans kun je zien wat iemand van plan is te doen, beter dan dat hij dat zelf weet.’
Maureen Sie: 'Als er geen onderscheid bestaat tussen mensen die iets uit vrije wil doen, of gedwongen worden, of vanwege een psychiatrische stoornis bepaald gedrag vertonen dan heeft dat consequenties, ook voor de dagelijkse praktijk. Moeten we ons mensbeeld in zijn algemeenheid aanpassen? Breinwetenschappers zeggen nu: we kletsen altijd maar wat achteraf. Misschien is dat overtrokken. Maar als wetenschappers ons zo makkelijk kunnen foppen in testsituaties dan kunnen breinwetenschappers misschien betere - hardere - verklaringen geven. Wat zien we dan in ons brein? We moeten dat altijd interpreteren.’
Lamme: 'Al de dingen die je meet in het brein hebben een oorzaak. Deels genetische dingen, maar ook opvoeding, reclames, ervaring en het nadenken over jezelf verzamelen zich in de hersenen, vaak zonder dat je dat zelf weet. Daarom kun je als je iemands brein meet beter zijn gedrag voorspellen dan hij dat zelf kan - bijvoorbeeld of hij gaat stoppen met een verslaving. Je kunt je er boos om maken, ik zie het als een stap voorwaarts.’

DE HAMVRAAG KOMT ter tafel: kun je iemand dan nog verantwoordelijk stellen voor zijn eigen handelingen, zoals concreet aan de orde komt in de rechtspraak? Buruma is stellig. Je moet volgens hem wel echt 'klap gek’ zijn wil een daad je niet worden toegerekend. 'Zelfs mensen die behoorlijk in de war zijn, wordt nog een stuk vrije wil toegerekend. Dat is ook nodig, om ze een stuk straf te kunnen geven.’
Lamme legt de kwestie moord met voorbedachten rade ter tafel. Is het verschil tussen een geplande misdaad en een impulsieve daad houdbaar in het licht van neurowetenschappelijk onderzoek?
Buruma: 'Ook dan is de rechter niet sterk geneigd te kijken naar wat er in iemands hoofd gebeurde. Hij is bezig met toeschrijven van opzet aan die verdachte. Een eenvoudige casus: iemand staat in een vol café en schiet tijdens een ruzie met een pistool iemand in het been. Dan zegt de rechter: dat gebeurde met het oogmerk om die toevallige bezoeker dood te schieten. Raar? Nee. Dat wordt afgeleid uit het feit dat je in een vol café schiet. Dan aanvaard je willens en wetens de aanmerkelijke kans dat je iemand doodmaakt. Het gaat om gedrag en niet om processen in het brein of we zeggen dat iemand met opzet handelde. Beslissen over oogmerk of voorbedachte raad is een kwestie van toerekenen.’
Derksen haakt aan. Als forensisch psycholoog staat hij iedere maand voor de rechter als hij in opdracht van het OM of van de advocatuur iemand heeft onderzocht. Toerekeningsvatbaarheid is volgens hem een kwestie van gradaties. 'We spreken in de psychologie bijvoorbeeld over impulscontrole. Als mensen dat minder hebben, kun je ze daar moeilijk voor verantwoordelijk houden. Waar je ze wel voor verantwoordelijk kan houden, zijn de gevolgen van het gedrag. Je kunt het als samenleving niet beter doen dan mensen verantwoordelijk houden en uitzonderingen maken als er ernstige psychologische of biologische verstoringen zijn.’
Is toeschrijven van schuld dus vooral ingegeven door praktische overwegingen? Ten dele wel, meent Buruma. 'Maar niemand twijfelt eraan dat er een zeker bewustzijn is. Als je auto leert rijden of een instrument bespelen, leer je die vermogens sturen. Bij de stap naar bewustzijn en keuzes maken heb je een relatieve vrijheid. Je kunt kiezen welk muziekstuk je leert spelen. Tot op zekere hoogte kun je ervoor zorgen dat je je eigen mentale vermogens, in je brein, een bepaalde kant op oefent. Dat geldt ook voor moraal, of een te dikke buik krijgen of aan de drugs raken. Ik wil niet helemaal aan de gedachte: het bewustzijn is niet meer dan een convenient construct - we doen alsof er vrijheid is maar die is er niet. If not, dan zijn we wel gedetermineerd, en is de vrije wil in ieder geval maatschappelijk handig.’
Jan Derksen, afgemeten: 'Gedrag is altijd gedetermineerd, maar dan nog zijn er keuzemogelijkheden. De geschiedenis van de mens is een geschiedenis van vooruitgang waarin mensen keuzes maken en vooruitgaan. Door bewustwording ontstaat emancipatie. Hoe is anders de tweede feministische golf ontstaan? Als psychoanalyticus merk ik dat mensen zich inzichten toe-eigenen in hun worsteling met zichzelf. Maar je ziet ook dat de biologie zelf verandert; dat door psychotherapie bijvoorbeeld de hersenen kunnen veranderen, zoals zichtbaar is voor dopamine receptoren.’
Lamme: 'Ik begrijp niet waarom minder toerekeningsvatbaar niet a priori voor iederéén geldt die abnormaal gedrag vertoont en met justitie in aanraking komt. Het onderscheid tussen mensen met een stoornis en een “gewone” misdadiger is toch kunstmatig.’
Derksen is het er niet mee eens. Volgens hem zijn die verschillen gebaseerd op psychopathologie: de een heeft een gestoordere psychologische structuur dan de ander.
Buruma probeert de twee bij elkaar te brengen: 'Het label “vrije wil” is in ieder geval handig om mensen zo ver te krijgen dat ze aan hun eigen brein gaan schroeven. Als je zegt “helemaal ontoerekeningsvatbaar”, dan zeg je: je verdient helemaal geen straf. Zelfs als je volstrekt deterministisch denkt, proberen we mensen te leren door straf. En dus maken we met het begrip “verminderd toerekeningsvatbaar” onderscheid tussen mensen die enigszins normaal zijn en niet.’
Lamme: 'Zie je wel, dat is een praktische invulling.’
Buruma, lachend: 'Ik heb ook nooit gezegd dat het recht niet praktisch was.’
Sie benadrukt het belang van redenen die mensen geven voor hun gedrag. 'Sociale interactie kan alleen plaatsvinden als we de redenen die mensen aandragen voor hun gedrag serieus nemen. Bij Victor is daar helemaal geen ruimte voor.’
Lamme: 'Ik ben best gevoelig voor psychologische argumenten dat bij de een de ene behandeling beter past en bij de ander de andere. Maar wat ik me vooral afvraag: wat betekent dit voor het verschil tussen wanneer iemand tegen me aanloopt en ik hem direct de schedel in sla en wanneer ik eerst even wacht, terugloop en het dan pas doe? Volgens mij spelen gedachten - of redenen - bij beide situaties geen rol.’
Buruma: 'Dat is het verschil tussen doodslag en moord. Opzet, voorbedachten rade. In het huidige juridische systeem is dat het verschil tussen vijftien jaar of levenslang. Er was eens een zaak over een schietpartij. Iemand wordt beschoten, en schiet terug. Tot op dat punt is het noodweer. Hij wandelt vervolgens naar die persoon toe, en schiet nog een keer. Dan is het moord. In de halve seconde kon hij nadenken over het doodschieten.’
Derksen zegt andermaal dat het draait om impulscontrole. Lamme reageert direct. 'Dat is een fictie! Het idee achter impulscontrole is dat er een soort beest in ons huist dat op iedereen begint te schieten. Het idee dat wij lijden aan impulsen en dat iets wat met bewustzijn samenhangt die impulsen kan onderdrukken.’
De anderen roepen door elkaar, 'nee’, 'nee’, 'onzin’, 'je brengt het terug tot biologie’.
Sie: 'We zijn wél in staat tot zelfcontrole. Dat is bovendien deels cultuurbepaald. In Frankrijk bijvoorbeeld bestaat in het strafrecht de passiemoord: in een vlaag van verstandsverbijstering de minnaar van je vrouw vermoorden. Er zijn sociologische verschillen over wat je wel en niet moet kunnen beheersen.’
Lamme, onaangedaan: 'Wat ik fictie vind, is dat je zegt dat impulsen in ons opborrelen, en dat die controle ons ware zelf zou zijn. Maar over de controlemechanismen hebben we net zomin controle. Het is net zo goed een impuls. Alleen is het een impuls die veel meer onder invloed staat van wat anderen doen, sociale controle.’
Weer roept iedereen. 'Nee.’ 'Impulscontrole kun je niet tot de neurobiologie reduceren.’
Lamme vervolgt: 'Maar er wordt in de rechtspraak onderscheid gemaakt tussen daden uit impulsen en daden die je had kunnen controleren.’
Buruma: 'Het recht gaat uit van het idee van opzettelijk handelen, dat lezen wij dan als willens en wetens, met vrije wil. Impulscontrole, net als vrije wil, is geen juridische term.’
Lamme: 'Maar hoe vindt dat verschil zijn weerslag in het verschil tussen moord en doodslag?’
Sie: 'Het neuro- en gedragswetenschappelijk onderzoek suggereert inderdaad dat het gelijkschakelen van “bewust” met “gecontroleerd” te kort door de bocht is. Maar dat is iets anders dan zeggen “er bestaat geen impulscontrole”.’
Buruma: 'Het gaat erom dat je weet wat je doet. Waarom kun je dan niet zeggen: die man heeft een moment van bewustzijn gehad en dat is kwalitatief anders dan iemand die uit reactie schiet en zich pas later realiseert wat hij gedaan heeft.’
Zou een MRI-scan dit geschil kunnen oplossen? Lamme moet erom lachen, want zo'n situatie valt natuurlijk niet te ensceneren. Maar meer gecontroleerde experimenten laten volgens hem zien dat veel vermeende bewuste overwegingen 'teleurstellend weinig’ invloed hebben op de uiteindelijke beslissing en dus op het gedrag. 'Laat dat dan ook geen rol spelen in de rechtspraak’, oppert hij.
Volgens Derksen wordt hier over het hoofd gezien dat mensen geen direct zicht hebben op hun diepere beweegredenen. 'Dat heeft Freud al aangetoond.’
Ze komen er niet uit, of er wel of niet een bewust moment van reflectie is voordat er wordt gehandeld. Lamme blijft stellig: reflectie is dusdanig ineffectief dat hij daar niet het verschil tussen levenslang of vijftien jaar aan wil plakken.

BURUMA DOET een nieuwe poging. 'Als je bedenkt hoe knap we als mensen zijn geworden gedurende de evolutie. Ervaring opgebouwd in ons brein heeft ons boven die regenworm uitgetild. Boos, gekwetst - het is anders dan wanneer je de hogere hersenfuncties gebruikt.’
Volgens Lamme is dat echter een misvatting. 'Die woorden “lager” en “hoger” kloppen niet, zeker niet dat het bewustzijn een hogere hersenfunctie is. Je kunt het wel hebben over primitieve emoties en impulscontrole, maar bewustzijn heeft daar niet mee te maken. Ook “hogere cognitieve functies” worden onbewust uitgevoerd.’
Als je mensen wilt overtuigen, meent Lamme, bijvoorbeeld om op een politieke partij te stemmen, dan blijken rationele argumenten vaak veel minder effectief te zijn dan emotionele argumenten. En blijkt dat je veel beter kunt inspelen op onbewuste motieven dan op bewuste. Gedrag wordt in werkelijkheid niet gestuurd door bewustzijn. Hierop mompelt Buruma: 'Brave New World, moreel afschuwelijk. Je maakt nu een karikatuur van mensen als volstrekt willoze popjes die nu eenmaal beter naar de tandarts kunnen worden gemanipuleerd dan worden overtuigd.’
Sie onderbreekt: 'Maar we hebben toch primitieve impulsen, zoals pijn vermijden, die we met bewuste inspanning onderdrukken omdat het beter voor ons is. Je gaat liever niet naar de tandarts, maar je dwingt jezelf in de wachtkamer plaats te nemen en in de stoel te blijven zitten tijdens de behandeling.’
Lamme: 'Natuurlijk, maar neuro-experimenten laten zien hoe makkelijk mensen te manipuleren zijn.’
Opnieuw een kakofonie: dat zijn experimentele situaties!
Buruma: 'Volgens de hersenonderzoeker Antonio Damasio is er ruimte in het hoofd voor impulsen om verschillende kanten op te gaan. Daarom is gedrag moeilijk te voorspellen. Omdat een beeld van buiten zich op verschillende plekken kan hechten. Het automatisme dat het verschillende plekken in het brein raakt, maakt gedrag onvoorspelbaar. Dat je dat later ordent tot een verhaal is de basis voor het subjectieve geloof in de vrije wil. In de loop der jaren ontstaat er een dirigentje dat het brein laat musiceren, omdat die ervaringen weliswaar eerst volautomatisch en fragmentarisch worden opgeslagen, maar steeds meer aansluiting op elkaar krijgen tot een autobiografisch verhaal.’
Lamme: 'Dat dirigentje bestaat dus niet! Alles wat we doen wordt door ons brein gedetermineerd.’
Als het niet in het brein te zien is, heeft het geen betekenis - dat vindt Derksen een kletskoekredenering. 'Je hebt immers ook sociologische en psychologische determinanten. Het zijn parallelprocessen die Lamme overslaat. Het probleem is dat de neurowetenschappers niet weten wat psychologie is. Daar hebben ze geen vat op, want ze kunnen het niet zien in de hersenen.’
De discussie verzandt in onenigheid over het verschil tussen het brein en de geest, en of er autonomie en bewuste zelfaansturing is. Lamme zegt ten slotte relativerend: 'We zitten in dezelfde business, we proberen menselijk gedrag te verklaren.’
En wat kunnen ze dan van elkaar leren? Wetenschap is toch in gezamenlijkheid op zoek gaan naar een beter begrip van de mens? Derksen lijkt de uitgestoken hand van Lamme niet zonder meer te willen grijpen: 'Het ontbreekt de neurowetenschappen aan een adequaat construct van psychologische processen. Je verandert het gedrag van mensen door middel van psychologische interventies. Komt geen pil of lobotomie aan te pas. Mensen kunnen zich identificeren met een ander en vanuit die ander met zichzelf praten.’
Lamme: 'Dat is dan wel een minder effectieve methode om gedrag te veranderen.’
Derksen: Wel uiterst effectief om je skills te verbeteren, je onderzoekskills, je conversatieskills. Iets wat biologisch verkeerd zit, kun je ook psychologisch oplossen.’
Buruma: 'Het is net religie.’

ALS HET BITTERGARNITUUR arriveert, ontspant de sfeer. Ze zijn het met elkaar eens dat mensen lerende wezens zijn. Alleen niet over de wijze waarop. Buruma werpt weer iets op. 'Heel moralistisch’, zegt hij erbij. 'In de concentratiekampen, omstandigheden die alleszins aanzetten tot egoïsme, bleken er altijd mensen te zijn die zich ongelooflijk goed en netjes gedroegen. Dan kan je zeggen, dat zijn allemaal impulsen. Maar moet je het wegredeneren? Nee, het is juist goed om voorbeelden te hebben van situaties waarin mensen goed doen, waarbij je dat niet zou verwachten. We willen het gevoel kunnen geven dat je zelfs in een rotsituatie zegt: ik verdom het om me te laten manipuleren door de schurken. Victor, is jouw lijn dan niet op een didactische manier onhandig? Wetenschappelijk correct, maar voor de samenleving verkeerd.’
Lamme: 'Dat zulk goed gedrag als wenselijk wordt gezien, helemaal mee eens. Maar ik zou het principieel verkeerd vinden om die mensen op een voetstuk te plaatsen. Althans, het is lastig. Het heeft wel maatschappelijk nut. Geloof heeft ook veel nut, maar ook geen wetenschappelijke basis. Ik heb moeite om mensen als voorbeeld te stellen met als doel de maatschappij in te richten terwijl die mensen er zelf niets aan kunnen doen. Alles is doelloos, het hele heelal is doelloos.’
Buruma: 'Behalve wij mensen. Wij kunnen doelen verzinnen.’
Derksen, geïrriteerd: 'Wat hier gebeurt, is wat er de afgelopen twintig jaar steeds gebeurt: alles wordt gereduceerd tot herkenbaarheid in het brein. Ik ken een leuke studie: als je dezelfde conclusie laat vergezellen door een plaatje van het brein, blijken mensen daar meer waarde aan te hechten. Neurowetenschappen zijn ver-lei-dend. Neuro heeft een mythe gecreëerd.’ Zuinigjes: 'Maar zeker, neuro voegt wel iets toe. De neurowetenschappen hebben ons een enorme dienst bewezen, om iets wat in mijn jargon al heel lang bestond - het onbewuste karakter van psychische processen - te bewijzen.’
Lamme: 'Klinkt als shoppersgedrag, alsof de neurowetenschappen alleen iets kunnen bevestigen. Hier en daar zal het ook gebeuren dat de neurowetenschappen dingen ontkrachten. Een voorbeeld is de verbintenis tussen bewustzijn en cognitieve controle. Daarvan werd altijd gedacht dat ze samenhingen. Hersenonderzoek laat zien dat ze ook volstrekt onafhankelijk kunnen opereren. Ontkrachten en bevestigen - op die manier bouw je een beter begrip van de mens. Een van die dingen is dat bewustzijn en impulscontrole niet zoveel met elkaar te maken hebben.’
Maar wat betekent dat, een 'neuro-samenleving’?
Buruma: 'In mijn vakgebied wordt bij de tbs al veel meer met pillen gewerkt. Maar ik huiver voor de claims van de voorspelling. Bijvoorbeeld als scans tbs'ers, risicojongeren of pedofielen gaan voorspellen. Ik ben bang dat dat gaat leiden tot enorme hoeveelheden foutpositieven. Als Amazon.com de verkeerde voorspelling maakt voor mijn boekkeuze, geen probleem. Ik kan nog reageren, het boek niet kopen. Maar dat is anders dan dat iemand riskant wordt geacht vanwege het pakket aan indicatoren - en dat gaat komen, want de voorspellingen worden steeds makkelijker. Dan moeten we mensen toch de gelegenheid geven die waarheidsaanspraken te ontwrichten! Een pedofiel hoeft nog geen pedoseksueel te zijn.’
Lamme: 'Op basis van scans is seksuele voorkeur met 95 procent nauwkeurigheid vast te stellen. Waarschijnlijk ook of je seksueel aangetrokken bent tot kinderen, en wellicht zelfs of je daar wat mee gaat doen. Maar moeten dan alle priesters en zwemleraren onder de scanner? Dan moet degene die dat beslist wel voldoende verstand hebben van statistiek. Je kunt wél bijvoorbeeld een betere afweging maken of je iemand al dan niet op proefverlof stuurt.’
Buruma is het er in theorie volledig mee eens. 'Inderdaad worden in de tbs vaak risico’s op gutfeeling ingeschat.’ Maar hij voelt zich ook ongemakkelijk bij de consequenties van hersenonderzoek. Wat voor maatschappijbeeld levert dat op? En als straf niet werkt, moet je dan preventief ingrijpen op basis van gelegitimeerde risicotaxaties? 'Ik ben zeer beducht voor het volledig openzetten van de deur van hersenonderzoek voor de rechtspraak. En wat heeft dát weer voor morele gevolgen voor onze dagelijkse omgang met elkaar? Ik ben daar als bewust denkend mens niet gerust op.’