Turkse grappen over herders, pinguïns en PKK-strijders

Het doelpunt van Galo

De opstanden in Turkije hebben de afgelopen decennia niet alleen doden en gewonden gebracht, maar ook talloze goed geslaagde grappen. ‘Als je aan serieuze zaken denkt, word je bang.’

Een grap maken terwijl de dood op de loer ligt, blijven lachen als de politie het met zijn knuppel op jouw hoofd heeft gemunt. Bloedserieuze humor is eigenlijk niet om te lachen, maar de mens doet dat misschien wel het liefst. Want hoe dichter bij de ellende of de dood, hoe groter de behoefte aan humor.

Friedrich Nietzsche heeft zich het hoofd gebroken over de vraag waarom de mens als enige onder alle andere soorten de lichamelijke reactie van het lachen heeft ontwikkeld. Volgens de filosoof kan deze visuele expressie maar één oorzaak hebben: ‘De mens wordt in het leven zodanig blootgesteld aan lijden en verdriet, dat hij niet anders kon dan het lachen uitvinden.’ Humor kan dus in feite ook als een wapen tegen het verdriet, de onderdrukking en de doodsangst gezien worden. Humor komt dan ook niet zelden in omstandigheden van oorlog, opstanden en angst tot bloei, als een hulpmiddel om je met opgeheven hoofd door al het onheil heen te slaan.

In het bergachtige Koerdische Dersim in Turkije is de globalisering inmiddels ook een feit. Veel bewoners van dit oorlogsgebied weten van het bestaan van Mr. Bean en Borat. Houd een onderzoek onder de jonge mensen daar, de grote meerderheid zal je ook kunnen vertellen wie Jim Carrey is. Want zelfs de hoge bergen en de altijd grommende rivier die de kleine stad van de rest van de wereld scheidt, hebben haar niet kunnen behoeden voor de stommiteiten van Dumb and Dumber. Ook in het al dertig jaar door oorlog geteisterde Dersim weten heel wat mensen dat de twee Amerikaanse idioten midden in de woestijn aan het liften zijn, dat dan een bus vol met sexy chicks bij hen komt staan en de meisjes zeggen dat ze twee mannen zoeken die hen zouden willen masseren. Ook aan de voet van de bergen in het oosten van Turkije weten vast enkelingen dat Dumb en zijn maatje de meisjes helpen door de dichtstbijzijnde stad aan te wijzen. Humor op zijn Amerikaans dus, geen pijn, geen tranen, pure, saaie domheid.

Hoe anders was het met de verrichtingen van hun eigen Galo. Als deze lange, slungelige herder zich op het toneel begeeft, dan is er steevast sprake van de eer van de stad, van dood of leven en niet te vergeten van humor die mede de geschiedenis van de stad schrijft. De eerste keer dat Galo zich in het geheugen van de verweerde stedelingen liet griffen moet in 1983 of het jaar daarop zijn geweest. De vreselijke militaire staatsgreep van 1980 was enkele jaren achter de rug, maar de jongemannen van de stad zaten vanwege hun linkse idealen nog steeds achter de tralies. Galo was in dat jaar een graatmagere tiener met ingevallen, door de zon gebrande wangen. Het toeval wilde dat deze herder op de dag dat de belangrijke voetbalwedstrijd tussen de Turkse militairen en het team dat uit de niet gearresteerde jongens van Dersim bestond, in de stad vertoefde. Voor de legerleiding was dat potje voetbal een mooie gelegenheid om de Dersimli’s te laten zien dat ze wel degelijk een goede band wilden opbouwen met de plaatselijke Koerden. Voor de Koerden daarentegen waren die negentig minuten niets anders dan de beste gelegenheid om de jongens in de gevangenissen, de martelingen in de dorpen, het assimilatie­beleid van de staat en nog veel meer te wreken.

In een tijd dat de jongemannen schaars waren meldde de herder zich ook aan als begenadigde voetballer. Galo hield bij hoog en laag vol dat hij een tijdje bij zijn oom in Erzincan had gewoond en dat hij daar bij de plaatselijke ploeg zodanig had uitgeblonken dat zijn oom niet wist wat hij zag. De trainer weigerde dat verhaal te geloven, maar door gebrek aan voldoende reservespelers mocht Galo in het tenue van Dersimspor op de reservebank plaats nemen.

Onder de onbarmhartige zon op die augustusmiddag vochten de ondervoede Dersim-jongens als leeuwen, zo wordt door de mensen nu verhaald. Hun strijd was vooral memorabel omdat zij tijdens het voetballen voorzichtig moesten zijn met een gestrekt been of een uit de controle geraakte elleboog. Immers, niemand wilde de woede van een officier, van wie vrouwlief en kroost op de krakkemikkige tribune stonden toe te kijken, op de hals halen. De militairen vielen aan, de jonge Koerden verdedigden alsof hun leven ervan afhing. Iedere minuut die voorbij ging, was een nieuwe overwinning. De vermoeidheid deed zich steeds meer gelden. De enige spits van Dersimspor had vrij snel ingezien dat hij de bal nooit zou krijgen en stond in de verdediging om net als de rest de bal zo ver mogelijk weg te schoppen. De Koerdische toeschouwers hielden de adem in en baden voor een doelpuntloos einde. Een verdediger kreeg helse krampen en moest eruit. Galo wierp zich voor de voeten van de trainer en was als de bedelaars van Dersim die sinds mensenheugenis om sigaretten smeken. ‘Ik zweer op het leven van mijn ouders dat ik goed ben’, huilde de herder, en hij kreeg de trainer zover dat hij de laatste tien minuten het stoffige veld op mocht. De militairen namen een minuut later een hoekschop. Via via rolde de bal voor de voeten van Galo, die nog nooit een voetbalveld had betreden. Zijn bibberende benen verloren alle controle. Hij strompelde, viel bijna op de grond en wilde met een desperate beweging van alles of niets die verdomde bal wegwerken. Galo de herder raakte de bal op de meest foute plek en het leer zoefde naar het net: eigen doelpunt. De militairen vlogen elkaar in de armen.

De Dersim-bewoners vertellen dat die 1-0 lang de gemoedstoestand in de stad heeft bepaald en dat Galo een tijd zijn gezicht niet durfde te tonen. Maar de mensen beseften uiteindelijk dat het verliezen door een eigen doelpunt mooier was dan de troost van een duf, doelpuntloos gelijkspel. Nadat ze weer om de verdedigende kwaliteiten van Galo konden lachen, wisten ze ook dat Galo een parel was. Eentje die nodig is om de donkere jaren van politieke onderdrukking en oorlog te verlichten.

naarmate de jaren verstreken kreeg Galo andere prioriteiten in het leven. Het was inmiddels eind jaren negentig en de man was in zijn leven niets anders geweest dan veehoeder. Hij achtte zich tot meer in staat en brak zich het hoofd over hoe uit dat saaie bestaan te geraken.

Intussen waren het de jaren dat de oorlog tussen de Koerdische Arbeiderspartij (pkk) en het Turkse leger een toppunt bereikte. Deze oorlog bracht vele doden aan beide kanten. Duizenden dorpen werden in brand gestoken en ontruimd. Mensen raakten ontheemd. Bittere armoede drukte een groter stempel op het gebied dan voorheen en er was weinig hoop op betere tijden. Nog nooit was het gebrek aan lachen, aan iets vrolijks zo immens geweest als toen. De oorlogstrauma’s stapelden zich op, humor moest zich aandienen om het verdriet verdraagbaar te kunnen maken. Want het leven moest doorgaan.

En toen was daar de reddende hand van Galo weer. De herder had het helemaal gehad met de schapen en de koeien en hij besloot om bij de pkk te gaan. Hij had een toekomst als een gehaaide guerrillero op het oog en duldde geen enkele tegenspraak. Niet van zijn ouders, niet van andere familie en ook niet van de pkk-­commandanten. Galo was namelijk net zo’n Koerdische patriot als alle andere pkk’ers en hij wilde aan zijn volk laten zien hoe heldhaftig hij was. Ze konden Galo onmogelijk weigeren. Want wat moesten ze als argument tegen­werpen? Je hebt een eigen doelpunt gemaakt in een voetbalwedstrijd?

Hoewel de herder bepaald geen studiebol was, ging hij met alle enthousiasme maandenlang door de marxistisch-leninistische stof van de Koerdische Arbeiderspartij. Hij kon weliswaar niet de hele theorie in zijn weinig getrainde hoofd stampen, maar ondanks dat konden ze in de bergen wel waardering opbrengen voor de harde inzet van deze dertiger. De tijd leek zelfs gekomen om Galo mee te nemen naar gevaarlijke locaties waar een treffen met het leger niet uitgesloten was. Galo was inmiddels uitgedost in een pkk-uniform, had dure bergschoenen om zijn voeten en droeg fier de kalasjnikov om zijn schouder. Met de rest van zijn kameraden zong hij revolutionaire liederen en leek hij de stank van de schapen en de koeien al lang vergeten te zijn.

Toen kwam de nacht dat hij mee mocht naar de omsingeling van een militaire post. De pkk-chef gaf Galo slechts één opdracht: hij moest een lamp die op behoorlijke afstand van het militaire centrum zwakjes stond te branden kapotmaken. De man dacht niet anders dan dat Galo de paal zou beklimmen om de lamp stuk te slaan. Een andere optie zou kunnen zijn dat Galo een steen van de grond zou oprapen en er de lamp zo stilletjes mogelijk voor altijd mee zou doven. Maar nee, Galo was een en al opwinding en mikte met zijn geweer op die nietige lamp. Knal, knal, knal… Hij schoot en schoot maar kon de lamp niet raken. Bij het militaire centrum was uiteraard meteen alarm geslagen en de pkk’ers maakten dat ze wegkwamen. Ze redden op het nippertje het vege lijf en waren het over één ding eens: ze moesten van Galo af.

Zoals komediante Carol Burnett het ooit zo goed heeft verwoord: komedie is niet anders dan tragedie waar genoeg tijd overheen is gegaan. In die dagen konden ze waarschijnlijk nog niet om de reeks domme acties van Galo lachen en bedachten ze een manier om zonder zijn eer te krenken van hem af te komen. Zou het waar zijn, of draagt het fenomenale karakter van Galo bij aan het verzinnen van nieuwe verhalen over hem? Dat is niet met zekerheid te zeggen en het doet er ook helemaal niet toe. Zoals gezegd heeft Dersim de humor net zo hard nodig als dorre grond de regen.

dus wordt in Dersim anno 2013 verteld dat de pkk’ers Galo hebben voorgesteld om in een bosachtig gebied in de bergen verstoppertje te spelen. ‘Als eerste mag jij aftellen’, zeiden ze. Galo was zich van geen enkel kwaad bewust, was zelfs jolig om het feit dat ze een spelletje gingen doen en vroeg tot hoeveel hij dan moest tellen. De pkk-commandant hield het op vijfhonderd. Toen Galo was uitgeteld bevonden de pkk-vechters zich met de wapens van Galo op andere bergen, en was de oranje zon bijna achter die bergen verdwenen. De herder was het wel gewend om in zijn eentje onder een boom te slapen, alleen nu was hij niet omringd door het geblèr van de schapen, het geloei van de koeien en de koesterende vriendschap van de herdershond. De volgende dag liep hij met hangende schouders terug naar zijn dorp, zonder te weten dat hij de stad alweer een prachtig verhaal had geschonken.

Het is 2013 nu, Galo is inmiddels een vijftiger en is behalve die paar maanden bij de pkk nooit herder-af geweest. Het is tevens het jaar dat tot ieders verbazing niet in het oosten van Turkije wordt gevochten maar in het hart van de steden in het westen. Galo zal het waarschijnlijk niet kunnen plaatsen, maar Dersim is nu rustig en Istanbul niet. Nu is het de beurt aan de Turken om tegen een autoritaire premier op te staan. En deze Turkse opstand heeft niet alleen doden en gewonden gebracht, maar ook honderden goed geslaagde grappen. De Turken hebben geen Galo, dus zorgen ze voor hun eigen grappen. In deze nieuwe tijd schrijven de stedelijke demonstranten ze op Twitter en bekladden ze de muren ermee.

Die gein kwam niet uit de lucht vallen. Op de avond van de eerste grote rellen op het Taksim-plein durfden de televisiezenders het nieuws niet te brengen. In plaats daarvan zonden ze kookprogramma’s en muziek uit. De Turkse zusterorganisatie van cnn schreef zelfs geschiedenis door tijdens de rellen een documentaire over pinguïns uit te zenden. Deze ‘klucht’ was de allereerste aanzet voor een ‘opstand met duizend grappen’.

De tienduizenden inwoners van Istanbul die na de dag van de rellen naar het ‘bezette’ gebied kwamen om de jonge demonstranten een hart onder de riem te steken, staken er meteen de draak mee. Veel mensen droegen T-shirts met afbeeldingen van pinguïns erop.

De dagen dat er echt gevochten werd tussen de demonstranten en de politie zijn nu achter de rug. In het heetst van de gevechten vertelde de achttienjarige Hayrettin waarom humor broodnodig is bij een opstand. Veel van de actievoerders waren slachtoffer geworden van het brute politieoptreden en hadden er verwondingen aan overgehouden. Hayrettins voet zat in het gips, hij zwaaide de hele tijd de krukken door de lucht en sprong met één been op het ritme van de muziek op en neer. Hayrettin legde uit waarom het hele plein uitpuilde van humor: ‘Iedereen is zo moedig hier. Als je aan de serieuze zaken denkt, word je bang. Daarom is het beter om te blijven lachen.’

‘Spitsen, vrees God en kom meeverdedigen’, stond op een muur geschreven. Voetbal is oorlog en de tegenstander de politie. Voetbal, het stoffige veld in Dersim, de enige spits die ook maar ging meeverdedigen en de bal die voor de voeten van de herder rolde. De Istanbulu’s weten niet van het bestaan van Galo, maar als ze zijn verhalen kenden hadden ze hem vast naast zich gewenst.