Het donker en het licht

De impressionisten hielden erg van de klaterende wirwar van kleuren in het heldere daglicht. Bij Munch, de schilder van de schemering, gloeien kleuren heel anders. Tussen zulke, stille, kleuren hoort ook het werk thuis van Glenn Sorensen.

Medium 8788dm

Ofwel zien we in Glenn Sorensens schilderij Plant, Goblin een witte gestalte, scherp afgetekend en grillig als een wajangfiguur, tegen een strakke ruimte van zwart – of anders is het eerst dat vlak van zwart onderbroken door dezelfde grillige figuur in wit of grijswit, met ronddwalende sporen van andere kleuren (lichtblauw met dun groen, geel, paars). Het contrast, effect van ruimte, doet denken aan het uitzicht vanuit een duistere spelonk door een kantige opening naar een bleek licht. Maar de werkelijkheid is echter dat we alles wat het schilderij ons laat zien tegelijkertijd zien. Dat werkt verwarrend. Op een zeker moment willen onze ogen wel enigerlei definitie – om dan te kunnen vaststellen wat er te zien is. Daarentegen is de schilder, die aan een schilderij werkt, juist bezig definities zo lang mogelijk uit te stellen. Hoe schilderijen uiteindelijk voltooid raken, is sowieso onvoorspelbaar. Precies dat maakt ze zo spannend.

Medium 8814dm

De motieven die Sorensen in zijn schilderijen gebruikt, zo heb ik begrepen, komen van momenten van kleur en vorm die hij in zijn tuin in Zuid-Zweden heeft gezien en die in zijn herinnering zijn blijven hangen en daar gewicht kregen. Veel zag hij toen het net donker was, of nog niet helemaal. Ik stel me dat zo voor: het zwakke licht waarmee je in de tuin ook in het donker bloemen kunt ontwaren, is het licht dat vanuit het huis komt waar binnen licht brandt. Bloemen lichten op in dat donker zodat de kleur wat loom wordt. In zonlicht zou een gele bloem heel helder stralen en daaromheen ook al het groen van het gebladerte. Maar The Flower laat zien dat daar het geel vorm wordt (niet fel maar gedempt) omdat het groen, niet sterk genoeg als kleur, in het donker blijft. In donker licht vindt een heel andere schifting plaats van kleuren dan in het heldere licht van de dag. Dan wordt het de klaterende wirwar van kleuren waar de impressionisten zo van hielden. Kleuren zien we intussen heel anders gloeien in schilderijen van Munch, die de grote schilder was van de avondschemering wanneer het licht ook mooi stil wordt.

Hoe schilderijen uiteindelijk voltooid raken, is sowieso onvoorspelbaar. Precies dat maakt ze zo spannend

Tussen zulke kleuren hoort ook het werk thuis van Sorensen. Die omgeving heeft hij gekozen omdat die hem liet schilderen zoals hij wilde schilderen. Zo voelde hij dat. Daarmee begon het, zoals Cézanne die stugge berg Sainte-Victoire vond als groot motief omdat die zo goed paste bij zijn zo stugge, koppige manier van schilderen. De schilderijen van Sorensen zijn allemaal klein. Je kunt zien dat ze met langzame aandacht geschilderd zijn, van dichtbij. Ze zijn ook zonder haast. Ook daarom ogen de kleuren, zo in het donker ontwaard, zo traag of zelfs slaperig. In de zon raken kleuren, als in een korenveld van Van Gogh, snel opgewonden. In The Flower is de wereld, in het donker, stil geworden. Dat wordt geschilderd. De bloem in het donker werd gezien en werd motief. Maar daarmee is het schilderij geen schilderstuk van bloemen geworden. We krijgen iets te zien dat ons als het ware in het oor wordt gefluisterd – een sprookjesachtige vertelling van een aantal kleuren (groen, geel, blauw, roze) die als bladeren rond een grotere, ronde vlek geel dwarrelen, alle kleuren getemperd in het zachte zwart van de nacht. Linksonder een bleek oplichten van groen alsof vlakbij door een opengaande deur een strook licht over het gras gleed. Of iets heel anders misschien. Inmiddels denk ik dat de eerste blik in de nachtelijke tuin op de achtergrond is geraakt. Het schilderij heeft, in het handschrift van de schilder, een eigen dynamiek gevonden; misschien is die warme vlek geel inmiddels wel een lampion geworden.

Zo heeft zich in Plant, Goblin tussen de hoekige contouren van de drie bloesems van de plant (of eigenlijk daaronder) de spitse gestalte van een dwergachtige demon genesteld (een goblin, bekend uit sagen). Geheel onverwacht maar niet onbegrijpelijk is die figuur daar ontstaan – een silhouet in de lichte ruimte tussen de zwarte contouren van het gebladerte. Trouwens, in het midden van het beeld zie je ook nog, in zwart, een vervaarlijke kop als van een ander monster – met de bek open en een kwaad loerend oog. Zulke figuren ontstaan vanzelf als de schilder ze tenminste ziet en ze de ruimte geeft.


PS In de komende weken nog zijn nieuwe schilderijen van Glenn Sorensen te zien in de Annet Gelink Gallery in Amsterdam

Beeld: (1) Glenn Sorensen, Plant, Goblin (links), 2013-2015. Olie op canvas, 64 x 47 cm; (2) Glenn Sorensen The Flower_, 2014-2015. Olie op canvas, 35 x 48 cm_