Het doolhof van de JSF

Een parlementaire enquête over de aanschaf van de Joint Strike Fighter, de opvolger van de F16 – een uitstekend initiatief, ik hoop van harte dat het wordt aangenomen, maar eerlijk gezegd, het komt een paar jaar te laat.

Het is een denkbeeld van Arjen El Fassed, lid van de Tweede Kamer voor GroenLinks. Hij vergelijkt het Nederlandse aandeel in de geschiedenis van de JSF met dat van de Betuwelijn en de HSL. Wat die laatste onderneming aangaat zal hij in het bijzonder het oog hebben op de tunnel onder het Groene Hart, die ettelijke miljoenen heeft gekost en waardoor je nu ­binnen anderhalve minuut onder het natuurschoon door raast. Ook een nonsensicaal idee dat via de krochten van onze democratische besluit­vorming tot werkelijkheid is geworden.

Lang, lang geleden, toen Jan Peter Balkenende nog minister-president was, besloot het kabinet een proeftoestel te kopen, voor 114 miljoen euro. Voor 82,8 miljoen namen we een optie op het tweede. Waarom? Het was goed voor de werkgelegen­heid en onze kenniseconomie. En we wilden ons niet onttrekken aan onze bondgenootschappelijke verplichtingen, we wilden blijven aanschuiven zoals het in Den Haag wordt genoemd. Meepraten als er grote militaire beslissingen moesten worden genomen.

Er is nooit bewezen dat Nederland daarop enige invloed van betekenis heeft uitgeoefend, maar misschien zou de JSF helpen. Er werd toen verwacht dat het ­wondervliegtuig in 2019 operationeel zou zijn. Nederland zou er 85 kopen, of 35. Dat hing af van omstandig­heden die niemand kon voorspellen.

Zoals de zaken er nu, midden 2012, voorstaan, zal de JSF 64,4 miljoen euro per stuk kosten en we gaan er 35 kopen. Die zullen ons over zeven jaar goed van pas komen. Waar, hoe, in welke oorlog? Daarover hebben de deskundigen in Den Haag zich nog niet uitgelaten. We hebben nu eenmaal bondgenoten en de natie moet weerbaar blijven.

Door deze enquête zou op twee grote vragen het antwoord moeten komen.

Hoe is de besluitvorming verlopen sinds de militaire deskundigen hadden ontdekt dat de F16 moest worden vervangen?

En op wat voor soort oorlog moeten we ons, nu in 2019, voorbereiden? De besluitvorming is een typisch Nederlands probleem. Voor er grote beslissingen worden genomen moeten er commissies worden benoemd, deskundigen geraadpleegd, rapporten geschreven, adviezen uit­gebracht. Vanzelfsprekend. Maar in Den Haag slagen al die betrokkenen er op de een of andere manier in de zaak zo ingewikkeld te maken dat de Tweede Kamer er geen touw meer aan kan vastknopen. Dan komt er misschien een enquête. Zo is het indertijd met de gesubsidieerde scheepsbouw gegaan, het RijnScheldeVerolme-concern. Het slot was de RSV-enquête. Een paar jaar geleden heeft de commissie-Davids geprobeerd op te helderen hoe we bij de oorlog tegen Saddam Hoessein zijn betrokken. Daarbij ging het alleen om de vraag of het kabinet in overeenstemming met het internationaal recht had gehandeld. Over de feitelijke gang van zaken, alle concrete overwegingen waardoor onze troepen ten slotte in Irak terecht zijn gekomen, weten we officieel nog steeds niets.

En dan de andere grote vraag. Wat voor soort oorlog zullen we over een jaar of tien voeren? In de strijd tegen het terrorisme gebruiken de Amerikanen nu drones, de kleine automatisch bestuurde vliegtuigjes waarmee kopstukken van de vijand in Pakistan en Afghanistan worden uitgeschakeld. De piloot zit aan zijn beeldscherm in Nevada, ontdekt een vergadering van al-Qaeda, drukt op een knop, de bom valt en daar is een vijandelijke leider gedood. Of wat je ook soms leest, er is een school of een bruiloft getroffen.

Een jaar of drie geleden is in Amerika een boek verschenen, Wired for War van P.W. Singer, waarin het nieuwe luchtwapen uitvoerig wordt beschreven. Sindsdien zal de techniek aanzienlijk zijn gevorderd. Op alle mogelijke manieren wordt de oorlog verder geautomatiseerd. Als er een parlementaire enquête komt, lijkt het me een goed idee als er ook een paar militaire futurologen ondervraagd zullen worden.

Er is nog een mogelijkheid. Een half jaar geleden vertoonde het prototype van de JSF nog zoveel mankementen dat het Pentagon besloot de productie uit te stellen. Hoe groot is de kans dat in Amerika het hele project zal worden afgelast omdat het te duur en uit de tijd is? Ook die mogelijkheid zou door een enquêtecommissie onderzocht moeten worden.

Wat doen we dan? Ons ook een paar drones aanschaffen? Om die te kunnen gebruiken moeten we wel een zelfstandige buitenlandse macht hebben waarbij we met militaire middelen kunnen dreigen. Een dergelijke toestand kan ik me nog niet voorstellen. Maar Nederlandse drones zouden in ieder geval heel goed zijn voor onze kenniseconomie en de werkgelegenheid.