Het dorp dat niemand wil

Tel Aviv - Oorlog is het gevolg van haat, die voortvloeit uit angst. Maar zonder angst is er geen hoop, en zonder hoop geen toekomst. Zonder toekomst kan er nooit vrede komen. Met die geruststellende gedachten van de Libanese schrijver Kahlil Gibran wrijven de tweeduizend bewoners van het slaperige Arabische dorpje Ghajar in het noorden van Israël zich iedere ochtend de ogen en constateren dat hun toekomst ’s nachts niet is veranderd. Hun dorp is nog steeds Israëlisch.
Ghajar, op de grens tussen Libanon, Syrië en Israël vormt al jaren het centrum van een burenruzie tussen die landen. De bewoners zijn wel wat gewend want Ghajar was Koerdisch, Turks en daarna Syrisch totdat het in 1967 tijdens de Zesdaagse Oorlog in Israëlische handen terechtkwam. Het noordelijk deel van het dorp, dat Libanees was, werd tijdens de Libanese oorlog van 2006 door Israël ingenomen en bij het dorp gevoegd. Maar nu wil Israël van de kopzorgen van de bezetting af. Het veiligheidskabinet van premier Netanyahu heeft besloten om de Israëlische troepen na 43 jaar uit het dorp terug te trekken. Ghajar is aan de wolven overgeleverd.
‘Wij willen niet bij Libanon worden ingelijfd’, zuchten de bewoners. 'We hebben geen affiniteit met de Libanezen en als het dorp in Libanon komt te liggen, dan verliezen we duizenden aren land in Israël.’
De bewoners zijn ook bang voor de in Libanon gevestigde Hezbollah. Hezbollah heeft het noordelijk deel van het dorp in 2005 al geterroriseerd en geïnfiltreerd. Het gebruikte het als een vestigingspunt voor haar leden en doorgangspunt voor drugssmokkel.
Maar de huidige situatie is volgens sommige bewoners ook niet optimaal. 'Na Israëls terugtrekking uit Libanon bouwde het een hek om het dorp’, zegt Hassan Fatali, leraar Engels. 'We raakten volledig geïsoleerd. We kunnen nu alleen via een militaire controlepost ons huis bereiken, en bezoekers worden niet toegestaan.’
Welbeschouwd is Ghajar Syrisch, met bewoners van de Alawait-stam, waartoe ook de Syrische president Bashar al-Assad behoort. Ghajar keert dus als het ware terug in de moederschoot.
Maar Syrië houdt de boot af. Wat blijkt? Toen het dorp in 1967 werd bezet door Israël en de bewoners verstoken waren van water, elektriciteit en voedsel, smeekten ze Israël om Ghajar te annexeren. Sindsdien hebben vele bewoners geopteerd voor de Israëlische nationaliteit en genieten sociale voorzieningen. Een houding die in de Arabische wereld op z'n minst argwaan wekt.
Is het niet veel gemakkelijker voor Israël om Ghajar gewoon Israëlisch te laten? Toen Israël voor de vraag stond om de joodse nederzettingen die in de Westoever liggen onder haar hoede te laten, was de oplossing toch veel eenvoudiger.
Waarom? Israël zoekt nog steeds het antwoord.