Het drama van de zuilen

Ooit bezocht ik met Joost Sternheim de Prix Italia, waar we een vracht dramaprodukties bekeken. De achturige kijkdagen waren een plezier omdat Joost een buitengewoon intelligent en smaakvol kijker was en omdat continue dialoog inspirerend werkt bij het zoeken naar criteria voor kwaliteit. Ik vond het altijd makkelijker te beredeneren waarom iets niet goed was dan omgekeerd. Uitgerekend daar waar we diep geraakt worden, schiet taal te kort. Daarover hadden we het dus ook. En over ‘het leven’ natuurlijk, want daar geeft goed drama altijd aanleiding toe. (Slecht drama soms ook, zoals ik besefte door Fatal Attraction, dat ons via Veronica bereikte. Vreemd dat dat slippertje - niet meer dan de startmotor voor een klassiek, zij het smoezelig verhaaltje over de bedreiging van een zuiver gezin door een zieke indringster - tot inzet werd van een groot debat over seksuele moraal en niet over psychiatrie.)

Voor Toneel/Theatraal schreven we over die produkties uit alle hoeken van de wereld. En haalden een geintje uit. In een bijlage schreven we welke Nederlandse omroep welke single play zou moeten aankopen. Zonder ons in bochten te wringen brachten we het aanbod onder in ons vaderlands mozaiek - een heerlijk gezelschapsspel om beredeneerd aan te tonen waarom de Zweedse produktie ‘NOS’ was, de Britse 'KRO’, de Zwitserse 'Vara’.
Nergens buiten Toneel/Theatraal werd systematisch over tv-drama geschreven (behalve in Skrien, maar die waren Dallas-obsessed) en wij kregen zelfs versterking: van Sonja de Leeuw. Ook met haar schreven we grotere stukken. Weer merkte ik hoe inspirerend het is wanneer schrijven, een eenzame activiteit, geflankeerd wordt door overleg. Maar Joost is dood, Sonja dook in de wetenschap en ik nam afscheid van het blad.
Uitgerekend op het moment dat door vier commerciele zenders de veldslag tegen het publieke bestel is ingezet, promoveert Sonja de Leeuw op het proefschrift Televisiedrama: podium voor identiteit (Uitgeverij Otto Cramwinckel). Daarin toont ze over de periode 1969-1988 aan dat drama vaak een programma categorie was waarin omroepen vanuit hun 'roots’ probeerden te werken.
Dat zegt niets over kwaliteit: Henk Binnendijk die, verkleed als verhuizer, aan de hand van een staartklok het godsbewijs levert, dat is veel identiteit en belazerd drama. Maar De Leeuw heeft het niet voor niets over 'de unieke mogelijkheden van het bestel’. Omdat een deel daarvan blijkt te zijn gerealiseerd, uitgerekend op dramagebied. Zelf dacht ik vroeger dat ons bestel goed drama onmogelijk maakte, dat daarvoor een nationale omroep nodig was. Maar juist in de eigenaardigheid van onze zuilen scholen mogelijkheden. Van Wim T. Schippers’ gein tot Ikons ernst.
Bezwijkt uitgerekend nu het publieke bestel? Ze hebben het ernaar gemaakt. Maar wat we terugkrijgen is erger. Noem mij een land waar je dertig dramaprodukties uit al ’s Heren landen bij uiteenlopende zendgemachtigden zou kunnen onderbrengen. Zet ’m dus toch maar op 1, 2 en 3. Wie weet, helpt het.