Het droeve hart

Amos Oz, Onder vrienden, € 19,90

Op z’n laatst sinds Een verhaal van liefde en duis­ternis (2005) is Amos Oz’ literaire ­meesterschap wereldwijd onomstreden. Zijn latere boeken, telkens in zorgvuldig en mooi ­Nederlands vertaald door Hilde Pach, bevestigden dat hoge niveau. Oz’ meest recente boek, Onder vrienden, een achttal onopvallend in elkaar grijpende verhalen, is een mirakel: het gaat bijna nergens over, nou ja, niet over de grote thema’s of ­actuele problemen die juist in Israël toch voor het oprapen liggen, maar het is aangrijpend als geen ander.

Waar schuilt het geheim van dit proza in? Misschien in de vanzelfsprekendheid waarmee de auteur twee taboes van het literaire modernisme aan zijn laars lapt, het taboe op psychologische diepgang en op beschrijvingskunst. Oz werkt met de eenvoudigste taalmiddelen, gebeurtenissen die een kans maken de krant te halen komen in het boek niet voor en op ­aandacht trekkende, spectaculaire formuleringen valt hij niet te betrappen. Wel legt hij een grote, op waarneming en inleving gebaseerde fijngevoeligheid aan de dag bij het oproepen van sfeerbeelden. Hij weet gemoedsbewegingen, alles wat zich afspeelt in het woordloze ­grensgebied tussen gedachten en emoties, subtiel te kleuren met observaties van de nabije omgeving, de weersomstandigheden, geruchten, herinneringssporen, het geheel van doorgaans half- of onbewust waargenomen elementen die bepalend zijn voor een leefwereld.

En om die leefwereld gaat het Oz, vooral de leefwereld in een kibboets in de jaren vijftig – een afstand in de tijd die zijn verteltechniek moeiteloos tenietdoet. De kibboets is een idealistisch project uit het begin van de twintigste eeuw. Het is de droom van een collectieve landbouwnederzetting op semi-communistische grondslag, met een hang naar traditionalisme, ascese en natuurverheerlijking. Bezit is gemeenschappelijk, vrouwen moeten hard werken maar hebben niks te vertellen, kinderen worden door de gemeenschap opgevoed. De fictieve kibboets Jikhat van Oz laat de treurig stemmende verwording van dit hooggespannen idealisme zien.

Onder vrienden – de titel klinkt cynisch, hoewel Oz die toon vermijdt, ook voor goedkope ironie zwicht hij niet. Des te pijnlijker is het beeld dat hij oproept: de idyllische gelijkheidsgemeenschap is veranderd in een autoritaire stressgemeenschap. Onbuigzame Prinzipienreiterei, openlijke controle en stille dwang beperken de individuele vrijheid tot een voor menigeen onverdraaglijk minimum. Onderhuids hopen frustratie en agressie zich op, iedereen loopt emotionele en psychische blutsen op, sommigen hebben diffuse verlangens naar de vrije wereld van ongelovigen buiten de kibboets, wat als desertie wordt opgevat en dus onvermijdelijk met hoogspanning gepaard gaat.

De stemming lijkt kortom in niets op de obligate propagandabeelden van frisgewassen jongens en meisjes op landbouwmachines wier heldere, optimistische blik te kennen geeft dat ze zich geen mooier leven kunnen voorstellen dan dit. Er is bij Oz veeleer sprake van chronische droefgeestigheid en stil verdriet. Het droeve hart kan alleen legaal worden gelucht bij Ronni Sjindlin, die als roddel- en vertelkampioen een vaste plaats in de eetzaal heeft en aldus een centrale, bindende rol speelt in de gemeenschap. Logisch derhalve dat Sjindlin in alle verhalen wel even opduikt, tot we hem in één verhaal, misschien niet toevallig ook in het hart van het boek, uitgebreider leren kennen. Het is een hartverscheurend verhaal, in deze ongekuiste vorm ongeschikt om aan de eetzaaltafel een gevoel van collectieve opgeluchtheid te bewerkstelligen, als na een verkapte biecht.

Ronni is blij als zijn vrouw Lea tien dagen uit huis is om een bijscholingscursus voor kinderverzorgsters te volgen. Eindelijk kan hij even doen waar hij zin in heeft. Met Lea ligt hij voortdurend in de clinch over de opvoeding van hun vijfjarige zoontje Joeval. Zij is streng, vindt dat hij ‘onverzettelijk en gestaald’ moet worden, Ronni ondermijnt die tucht zodra hij er de kans voor krijgt. Hij heeft eerder de neiging de jongen te beschermen tegen de wreedheden van de wereld, waar mogelijk verwent hij hem. Joeval is kwetsbaar, in het kinderhuis wordt hij gepest, ze noemen hem daar Joeval de Snottebal. Vervuld van wanhoop en woede verzet hij zich op een avond tegen de agressieve pesterijen van de andere kleuters, maar hij delft het onderspit, een jongetje knipt het speelgoedeendje dat hij als een fetisj in zijn knuistjes klemt in tweeën en laat hem kiezen tussen kop en lijf.

Oz slaagt erin dit alledaagse voorval zo angstwekkend en traumatiserend te beschrijven dat je onwillekeurig aan de ultieme wreedheid moet denken waar Ronni zijn kind voor wil behoeden. Als Ronni de uit het kinderhuis weg­gelopen Joeval laat in de avond op de trap voor zijn woning aantreft, verkleumd van de kou en bang om naar binnen te gaan en naar zijn kwelgeesten te worden teruggebracht, is hij in alle staten. In blinde woede rent hij naar het kinderhuis, slaat een onschuldig kind tot bloedens toe en dreigt iedereen te vermoorden die het waagt zijn Joeval nog met één vinger aan te raken. Maar als Lea later thuiskomt wordt hij pijnlijk terechtgewezen. ‘Zij en zij alleen’ is verantwoordelijk voor Joeval. Het kind moet, ‘voor zijn eigen bestwil’, vanavond al weer bij de kleuters gaan slapen.

Die ideologische tweespalt doortrekt het hele boek. Meestal zijn het de wat oudere mannen die de principes van de kibboets het felst verdedigen. Rousseau’s Spartaanse pedagogische ideeën hebben in hun hoofden een onaanvechtbare status. Familiebanden maken week, opvoeding moet zijn gericht op onvoorwaardelijke plichtsbetrachting, Lenin en Stalin zijn nooit ver weg. In het slotverhaal is het de uit Rotterdam afkomstige Esperanto-leraar en shoah-over­lever Maarten van den Berg die niet wil wijken voor gematigder opvattingen. Hij heeft een ernstige aandoening aan zijn luchtwegen, zit aan de zuurstoffles maar rookt als een ketter. Laconiek vat Oz het conflict samen in een scène waarin Maarten het licht naast zijn bed ’s nachts laat branden, al was hij ‘de overtuiging toe­gedaan dat een dergelijke verspilling zoiets als uitbuiting was en dat spaarzaamheid een moreel bevel was. Maar hij was bang in het donker.’


Amos Oz
Onder vrienden
Vertaald door Hilde Pach, De Bezige Bij, 205 blz., € 19,90