Het dutchbat-kwartet is nog niet uitgespeeld

De politieke verwikkelingen rond Dutchbat hebben tot nog toe slechts een inzicht opgeleverd: Nederland is niet bereid of in staat om de nederlaag van Srebrenica te slikken en er de onvermijdelijke consequenties uit te trekken. De val van de enclave blijft onverteerbaar voor vrijwel iedereen, ongeacht politieke overtuiging, maatschappelijke positie of ‘etnische’ achtergrond - voor de oudere generatie van merendeels christelijke beroepsmilitairen net zo goed als voor Nederlandse moslims van de tweede generatie, en voor linkse politici met hun humanitaire bevlogenheid evengoed als voor de VVD'ers Blaauw en Van den Doel, twee ex-militairen wier denkbeelden nog volledig geent zijn op de Koude Oorlog.

Wat hen verenigt is een overweldigend besef van frustratie, dat in de Tweede Kamer noch daarbuiten een uitweg vindt. De vooropgezette moord op duizenden ongewapende moslimvluchtelingen in een ‘veilig’ verklaarde VN-enclave is onverteerbaar voor iedereen die de plicht tot humanitaire interventie onderschrijft. De machteloosheid waarmee een bataljon Nederlandse blauwhelmen die moord moest toelaten, is onverteerbaar voor elke militair met eergevoel. En de kennelijke onverschilligheid waarmee het VN-hoofdkwartier in Zagreb de enclave liet vallen, schreeuwt om een verklaring. Welnu, die verklaring blijft uit, de doden zullen niet meer opstaan en ons rest niets anders dan het onverteerbare toch maar te verteren.
Om te beginnen heeft Nederland internationaal weinig in te brengen, ook al werpt het zich op als verdediger van de internationale rechtsorde en levert het een onevenredig groot aandeel in vredesoperaties. In Bosnie maakten de Engelsen en Fransen de dienst uit, daarbij logistiek en diplomatiek ondersteund door een log VN-apparaat met ingebouwde vluchtreflexen. Op het kritieke moment kon generaal Janvier vrijwel autonoom beslissen dat Srebrenica moest worden opgegeven - alle telefonades van Voorhoeve ten spijt. De driehonderd ontoereikend bewapende Dutchbat- militairen werden vervolgens opgerold door een overmacht van vijfduizend tot de tanden bewapende Serviers, waaronder vijftienhonderd man van de Servische SS, de zogeheten Arkan Tijgers.
Bij gebrek aan genoegdoening richt de machteloze woede zich op degenen die gemakkelijk te treffen zijn, namelijk de Dutchbat-militairen. Door een opeenstapeling van dubieuze verwijten en voorbarige conclusies is het beeld ontstaan dat de Dutchbatters de Moslims zo ongeveer eigenhandig hebben vermoord. De gemakzucht van de vaderlandse columnisten kent wat dat betreft geen grenzen. Neem nu het glas slivovitsj dat Karremans met generaal Mladic dronk - een gebaar dat in de Nederlandse media langer en diepgaander is besproken dan de wekenlange, ellendige voettocht van de duizenden vluchtelingen vanuit Srebrenica naar Tuzla. Het glas werd uitgelegd als een soort toast op de daaropvolgende massamoord, maar stel nu eens dat Karremans in een uurtje doorzakken met Mladic een vrije aftocht voor de Moslims had kunnen bedingen - gezien de onvoorspelbare aard van Mladic was dat niet ondenkbaar. In dat geval was het glas slivovitsj achteraf uitgelegd als een geniale vondst die duizenden levens redde.
Een ander voorbeeld is de kennelijke weerzin die de Dutchbat-militairen tegen de Moslim-bevolking van de enclave koesterden. Wellicht was hun houding anders geweest als zij voorafgaand aan hun missie beter waren voorgelicht, maar soldaten zijn nu eenmaal geen robots die je in zes weken tijd in een klaslokaaltje kunt hersenspoelen. Als jonge mensen door hun regering worden uitgezonden om te vechten en mogelijk te sneuvelen in een ander land, mogen ze dan alsjeblieft sneuvelen met een eigen mening, ook als die mening het thuisfront onwelgevallig is? Of moeten ze hun mond houden omdat ze sneuvelen van onze belastingcenten?
Vrijwel alle laakbare gedragingen van Dutchbat-militairen zijn te verklaren uit het feit dat soldaten geen helden zijn. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat van alle militairen die bij een gevechtshandeling betrokken zijn, slechts een kwart tot een zevende deel daadwerkelijk aan het gevecht deelneemt. De rest verstaat temidden van het lawaai de commando’s niet, raakt zijn munitie kwijt of schijt in zijn broek van angst. En dan hebben we het over zwaarbewapende militairen in een geregelde veldslag en niet over een klein groepje licht bewapende infanteristen in een hinderlaag.
Aan al deze feiten kan geen debriefing iets veranderen, zelfs al zouden alle Dutchbat-militairen afzonderlijk door een parlementaire onderzoekscommissie tot op het bot worden doorgezaagd. De besloten hoorzitting van afgelopen maandag, waarin vier gewezen Nederlandse VN-officieren aanvullende informatie gaven, heeft evenmin nieuwe gezichtspunten opgeleverd. Dat was te voorzien omdat de heren hun optreden tot tweemaal toe hebben gerepeteerd in de roemruchte crisisbunker. Met de 148 kamervragen in de hand konden ze bij wijze van spreken kwartetten: 'Mag ik van jou, van de gewetensvragen, het glas slivovitsj?’ 'Heb jij dan voor mij, van de operationele details, het munitietekort?’
Nu de kruitdamp is opgetrokken, blijven er drie wezenlijke vragen over. Hoe is het mogelijk dat Dutchbat in zo'n onmogelijke positie is gemanoeuvreerd? Waarom vierde Van Mierlo vakantie toen hij op het hoogste niveau had moeten protesteren tegen het uitblijven van de toegezegde luchtsteun? En waarom heeft de legerleiding onder verantwoordelijkheid van Voorhoeve de systematische moord op de vluchtelingen zo lang verborgen willen houden? Deze vragen kunnen door geen enkele Dutchbat-militair beantwoord worden, alleen door de betrokken bewindslieden. Willen de politiek verantwoordelijken nu eindelijk opstaan?