Het échte debuut van Hella S. Haasse

We weten niet beter dan dat Hella Haasse debuteerde met Oeroeg. Maar eerder al publiceerde ze Kleeren maken de vrouw, een min of meer in opdracht geschreven meisjesboek.

Medium hh 10426386

Toen ik twaalf was, had ik al de teleurstellende ervaring opgedaan dat de meeste meisjesboeken over niks gaan. Keten in de klas, en, na eindeloos veel misverstanden en een hoop gezanik genoeg om een jaargang van een damesblad te vullen, ten slotte de koppeling aan hém. Blij verrast was ik dan ook toen ik - het zal in 1953 of 1954 zijn geweest - in de bibliotheek een meisjesboek ontdekte dat wél ergens over ging: hoe je modetekenares kon worden! Daar wou ik alles van weten, en uit dit boek kwam ik het ook te weten. Ook vond ik de personages geloofwaardig, al formuleerde ik dat toen nog niet zo. En ook lette ik toen nog niet op de naam van de auteur van het boek dat me zo goed was bevallen.
Tientallen jaren later trof ik in het antiquariaat Vrouwenindruk van Marianne Verhallen een mij nog onbekende roman van Hella Haasse, Kleeren maken de vrouw. Toen ik het nieuwsgierig inkeek, bleek het de meisjesroman te zijn die me als kind zoveel plezier had bezorgd. Ik herkende nog wel de elegante tekeningetjes van Jette Olivier. Dit boek moest ik hebben.

Kleren maken de vrouw (de dubbele ‘e’ staat alleen op stofomslag en rug) verscheen in 1947 in de reeks Carrière-boeken van uitgeverij Allert de Lange. Op de eerste bladzijde had het insteekkaartje van de Carrière-reeks een lelijke zure vlek achtergelaten. Op dit kaartje werd de aankomende jeugd van 1947 toegesproken op een manier die de uitgever nu wel uit zijn hoofd zou laten 'Carrière maken (…) iemand van beteekenis worden in je latere leven (…) Daarvoor moet je in de allereerste plaats weten wat je wel en wat je niet wil worden. Allert de Lange heeft nog meer carrière-boeken op stapel staan. Prettig geschreven boeken over beroepen die méétellen. Schroef nu meteen de dop van je vulpenhouder los en vul hieronder in blokletters je naam en adres in. Frankeer de kaart en doe hem op de bus. Dan krijg jij van ons steeds bericht wanneer er weer een NIEUW CARRIÈRE-BOEK verschijnt, hetwelk de boekhandel ter plaatse gaarne zal leveren. Kunnen wij op je rekenen?’
Het verhaal speelt zich af in een herkenbaar Amsterdam. De niet eenvoudige opgaaf om zoveel mogelijk concrete informatie op een natuurlijke manier in een roman te verwerken zonder dat die er vervelend van wordt, heeft de schrijfster opgelost door feitelijke informatie te verwerken in brieven, in inlichtingen van een ouderejaars aan onze pas beginnende heldin, en een toespraak van de directeur tot de verzamelde eerstejaars leerlingen na een paar weken tekenonderricht. Hierbij wordt ook ter sprake gebracht dat een ruimere ontwikkeling een betere ontwerpster maakt.

Vier meisjes worden uitgelicht: de heldin Reina (gymnasiumopleiding en een door omstandigheden afgebroken studie kunstgeschiedenis), die zowel creatief begaafd is als hard wil werken om haar doel, modeontwerpster worden, te bereiken; Mary, die niet echt goed kan tekenen en weinig creatief is, maar die toch een heel goede confectietekenares kan worden en haar brood kan verdienen bij Wehkamp, Libelle of een knippatronenblad; Tine, die de opleiding tot modetekenares gebruikt als opstapje naar de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten, en Harriet, een zeer begaafd meisje maar met een ongeschikt karakter om iets te bereiken: ze is afgunstig en kan niet tegen kritiek. We lezen hoe het toegaat op zo'n school, wat je er leert en hoe hard je ervoor moet werken. We lezen ook hoe het leven van een jong meisje was in 1947: je had nauwelijks geld, ook niet als je een baantje had. Je woonde op kamers bij een hospita. Textiel was schaars, en lekker eten al helemaal.
Ik weet niet meer hoe ik aan dit gegeven kom, maar Hella Haasse schijnt dit boek in de oorlog te hebben geschreven. Op de voorflap van het stofomslag staat onder meer: 'Hella S. Haasse, de bekende jonge actrice en schrijfster, hield zich uit liefhebberij bezig met de geschiedenis van de mode. Op ons verzoek over dit onderwerp in de Carrière-reeks te schrijven, heeft zij zich in het tegenwoordige bedrijf verdiept. Naar het aardige, en tegelijkertijd goed gefundeerde boek dat zij als resultaat hiervan schreef, zal ieder meisje gretig grijpen.’

Het aardige is dat je in dit meisjesboek al de latere schrijfster herkent, die hier nog maar haar pen aan het uitproberen is. Ik geef het begin van het eerste hoofdstuk:
'Reina van Holten sprong met een zucht van verlichting de hoge hardstenen stoep op en haalde haar huissleutel voor de dag. Goddank, ze was er, weer een eindeloos lange dag achter de rug. Vóór ze de sleutel in het slot stak, keek ze nog even over de gracht. Dit was een van de mooiste punten van de Singel, vond ze - links de bocht bij de kerk (dit moet De Krijtberg zijn - hn), met het diepe groen van de bomen - en hier, vlak tegenover haar kamers, de rij van bijzondere geveltjes: de barokke overdadigheid van een daklijst waarop twee levensgrote beelden van Minerva en Mercurius in een weelde van plooiende gewaden achteloos op hun ellebogen geleund lagen, daarna de strengere, symmetrische pleisterfiguren van een vroeg zeventiende-eeuwse gevel, en haar lievelingshuis met een gevelsteen waarop een primitief afgebeelde struisvogel stond. In het kalme donkergroene water van de gracht lagen een paar schuiten gemeerd. Het was druk op straat, ’t liep tegen zessen, en uit het souterrainraampje stegen suggestieve keukengeluiden op. Reina snoof eens en concludeerde dat haar hospita erwtensoep at.

“Krankzinnig met dit weer,” dacht ze en opende de voordeur. Terwijl ze de eindeloze reeks trappen opklom, floot ze schel het beginmotief van Rachmaninoff’s tweede pianoconcert - een sein voor Abbie, de vriendin waar ze mee samenwoonde. Op het bovenste portaaltje ging een deur open en een blond hoofd met een rode doek er omgebonden verscheen over de trapleuning.

  • Hai! Hai! zei Reina ademloos. Hoe gaat het, ouwe?

  • Prima! riep Abbie. Kom gauw binnen - raad eens wat we eten? Ze stoof weer weg door de openstaande kamerdeur en Reina snoof met welbehagen een scherpe kruidige geur op.

  • ’t Ruikt goed! riep ze, terwijl ze haar regenjas aan de kapstok hing. Erg exotisch, maar lekker! Wat is het? Ze ging de grote lichte kamer binnen, waar Abbie druk bezig was de tafel te dekken, met een uiterst heterogeen servies - ’t gevolg van Abbie’s noodlottige neiging om alles te laten vallen.
    Abbie kwam nu uit het keukentje vliegen, op een gevaarlijke manier balancerend met een bruinstenen pot, die kennelijk te heet was om vast te houden. Reina ving hem nog net op voor hij in duizend stukken viel en schoof hem haastig op de tafel.

  • Gered! zei ze tot Abbie, die met een zucht van verlichting haar handen afdroogde aan een punt van haar schort. Vertel me nou wat het is.
    Ze keek met een denkrimpel tussen haar ogen naar de ondefinieerbare bruinachtige massa in de pot.

  • Het ruikt Italiaans, Spaans, Turks of nóg equatorialer - is het een creatie van jou of heb je in een exotisch kookboek gesnuffeld?
    Abbie boog zich met een tedere blik over haar culinair voortbrengsel. - Het is nasi-goreng, zei ze plechtig, er zitten stukjes vlees in, en tomaat en een hele bezending kruiden. Het is erg lekker, Reina. Als je er gekheid over maakt, eet ik het alleen op.

  • Het lijkt me goddelijk, zei Reina. Laten we maar gauw beginnen, want ik sterf van de honger.’

Een eigenlijk wel grappig mengsel van - kennelijk door de auteur verplicht veronderstelde - meisjesboektoon, en Haasse’s al duidelijk herkenbare plezier in beschrijving. Als kind vond ik die duidelijk authentieke beschrijving van dat kamerbewonersleven heel boeiend, en in retrospectief treft me hoezeer deze beschrijving lijkt op mijn eigen kamerbewonerstijd in de vroege jaren zestig.

Later, als Reina op bezoek gaat bij degene die haar opleiding bekostigt, een welgestelde oude dame die op een buitentje woont (en die Reina alles vertelt over hoe het op een negentiende-eeuwse 'naaiwinkel’ toeging), probeert de schrijfster alvast haar pen uit voor De verborgen bron, in de beschrijving van het tuinhuis waarin Reina een negentiende-eeuwse bruidsjapon vindt en een meisjesdagboek met de beschrijving van een tragisch mislukte schaking.

In deze roman staan twee dingen die je gewoonlijk niet aantreft in een meisjesboek van die tijd. Ten eerste hoe een alleen reizend meisje onvermijdelijk een vervelende man achter zich aan krijgt, die zich niet laat afschudden, en van wiens opdringerigheid ze zich maar op het nippertje kan redden door een vrachtauto met twee stoere mannen aan te houden, die haar ridderlijk meenemen. En ten tweede hoe een onervaren, zelfstandig optredend jong meisje makkelijk in een zeer onaangename situatie kan raken: de talentvolle maar arrogante jaloerse Harriet loopt weg van de modeschool en van huis, in de mening in Den Haag wel een goed betaalde baan als tekenlerares bij een groot modehuis te kunnen vinden. Als dat (natuurlijk) niet lukt, valt haar oog op een advertentie in de krant: 'Mannequins gevraagd. Elegante jonge vrouwen gezocht voor apart showwerk. Hoog salaris. Sollicitaties volgens afspraak.’ Het domme kind - dat al gewaarschuwd had moeten worden door het woord 'apart’ - gaat hierop in. Prachtig is de beschrijving van de door het meisje maar half begrepen onbehaaglijke sfeer. Eer ze het weet is ze betrokken bij een louche escortservice (“t Werd aan de meisjes zelf overgelaten in hoeverre ze nog extra verdiensten wilden maken’, heet het omineus, zonder dat de schrijfster een onvertogen woord laat vallen), waarvan ze maar ternauwernood gered wordt door tussenkomst van Reina en haar aanbidder.

Ik vermoed dat de uitgever aangedrongen heeft op een liefdesgeschiedenis in deze roman. Even duidelijk had de schrijfster hier geen zin in. Haar boodschap is duidelijk. Ze laat een welgestelde neef van de welgestelde oude dame, een zeer getapte student, werk maken van heldin Reina. Die is ondanks zichzelf wel onder de indruk, maar wijst hem toch verontwaardigd terecht als hij zijn ideeën ontvouwt over de functie van de jonge vrouw: lief en decoratief zijn, en vooral niet ambitieus. En wat is zijn reactie? Hij noemt haar een kleine feministe, en vertelt haar dat ze van die verontwaardiging heel mooie ogen krijgt. Reina begrijpt natuurlijk wel dat ze haar carrière vaarwel zal kunnen zeggen met zo'n echtgenoot! Gelukkig lijkt Reina’s aanbidder betere aansluiting te vinden bij de wereldse Harriet. Kijk, een meisjesboek dat problemen zo duidelijk stelt, daar heeft een jong meisje echt iets aan.

Hoe komt het dat deze eerste roman zo volkomen onbekend is gebleven? Geen recensent of interviewer vermeldt het ooit, en de schrijfster zelf zweeg er consequent over. In het Schrijversprentenboek nummer 35, 'Ik maak kenbaar wat bestond’, (Querido, 1993) wordt in de kleine lettertjes van de bio-bibliografie Kleeren maken de vrouw wel genoemd, maar er wordt nergens in de tekst aan gerefereerd. In Querido’s nieuwste fotobiografie van Hella Haasse, 'Ik besta in wat ik schrijf’, zijn alle sporen weggepoetst en wordt Oeroeg aangeduid als haar prozadebuut. Ik vind dit erg jammer. Ik begrijp wel dat de schrijfster zich voor dit, over een verplicht onderwerp geschreven, romandebuut misschien een beetje geneerde, maar ik vind dat niet terecht. Voor deze onsentimentele, voor 1947 zeer progressieve, zeer genietelijke meisjesroman, met een boodschap waarvoor ieder verstandig meisje dankbaar zal zijn, hoeft zij zich niet te schamen! Integendeel.


Henrita N. Haenen is voormalig medewerkster van de Universiteitsbibliotheek te Amsterdam

Beeld: Hella haasse in 1945 als Jeanne van saissac in een toneelvoorstelling van Wim Sonneveld (Paul Huf / mAriA AustriA instituut / hh)