Het echte immigratieprobleem

Los Angeles - Omdat ik toch in Los Angeles moest zijn en tijd over had, besloot ik vorige week een bezoek te brengen aan de wijk Boyle Heights. Een eeuw geleden woonden hier nog joodse, Japanse, Mexicaanse, Russische en Joegoslavische immigranten naast elkaar. Tegenwoordig is 96 procent van de bijna honderdduizend inwoners in de wijk van Latijns-Amerikaanse afkomst.
Op Euclid Avenue hield een groepje vrouwen een zogeheten yard sale. De twaalf dames, representanten van vier generaties, zaten in een kring onder een grote parasol, de voeten in het water van een opblaasbad. Ik raakte in gesprek met Leticia Morales, datatypiste bij een computerbedrijf en degene van het groepje die het best Engels sprak. Omdat het zo gezellig was, bracht ik het gesprek op illegale immigratie.
Morales, fel, wees om zich heen: ‘Niet iedereen hier heeft papieren, ik zeg niet wie niet, maar waarom mag de een wel in dit land wonen en de ander niet? Waarom mag ik wel autorijden en zij niet? We werken allemaal, net als onze mannen, en we betalen belasting via onze werkgevers. We zijn volwaardige Amerikanen en zo willen we behandeld worden.’
Er wonen twaalf tot twintig miljoen illegale immigranten in Amerika. Het merendeel daarvan komt via de Mexicaanse grens binnen, in staten als New Mexico, Texas en Arizona, en vindt emplooi in onder meer de kinderzorg, horeca en landbouw - volgens het ministerie van Werkgelegenheid verblijft meer dan de helft van de groente- en fruitplukkers illegaal in de VS.
Omdat het parlement in Washington al sinds de Nixon-jaren probeert een nieuwe immigratiewet aan te nemen en daarin nog steeds niet geslaagd is, hebben tientallen Amerikaanse staten eigen immigratiewetten aangenomen. Vergeleken met regelingen in andere staten blonk die van Arizona uit in strengheid. De in april aangenomen immigratiewet zou de politie verplichten iedereen te ondervragen waarvan het 'redelijke vermoeden’ bestaat dat ze illegaal in de VS verblijven. Wie desgevraagd geen legale verblijfspapieren kan overleggen, begaat een misdaad en kan derhalve worden gearresteerd.
Tegenstanders van de wet betoogden meteen dat die tot racisme zou leiden. Toch heeft de federale rechter in Arizona de wet vorige week niet om die reden ongeldig verklaard, maar omdat deze 'de federale overheid bemoeilijkt om haar taken en bevoegdheden uit te voeren’. Oftewel: het is aan Washington om het immigratiebeleid uit te zetten. Met de uitspraak is het immigratiedebat natuurlijk niet opeens over. Om te beginnen heeft Arizona’s gouverneur Jan Brewer al beroep aangetekend tegen de uitspraak, daarbij gesteund door negen staten in het zuidwesten. In die contreien lopen de emoties de laatste maanden toch al hoog op als het over immigratie gaat. Het stijgende aantal illegale immigranten zou funest zijn voor de werkgelegenheid onder de legale bevolking, redeneert men. Bovendien zou de komst van de immigranten tot meer geweld en criminaliteit leiden.
Sinds 2000 is illegale immigratie in de VS echter met zestig procent afgenomen, zo blijkt uit cijfers van de Border Patrol. En de criminaliteit is in de grensgebieden de laatste twintig jaar juist scherp gedaald. Sterker, de vier veiligste steden van het land - San Diego, Phoenix, El Paso en Austin - liggen allemaal in grensstaten.
Niet de vermeende hordes gewelddadige criminelen die de grenzen bestormen zijn het probleem, maar de onduidelijke status van bijvoorbeeld de vriendinnen van Leticia Morales uit LA. Deportatie van zo'n grote groep is fysiek, economisch en om redenen van menselijkheid onmogelijk. Zo'n gecompliceerd vraagstuk vereist presidentieel leiderschap. De hervorming van de gezondheidszorg en het financiële stelsel kon Obama nog aan het parlement overlaten, onderwijl aangevend waar zijn voorkeuren lagen. Dat gaat echter niet met een onderwerp dat zo essentieel is voor de identiteit van de VS, wier inwoners nagenoeg allemaal nazaten van nieuwkomers of zelf immigranten zijn.