Het eeuwige atoomdebat

Woede om kernenergie is terug van weggeweest. In Manilla liepen demonstranten met horrormaskers, in Stuttgart met stralingspakken en op de reactor van Borsele werd De schreeuw van Munch geprojecteerd.

Medium commentaar kernenergie

Over de hele wereld wordt tegen kernenergie geprotesteerd en beloven regeringen ‘stresstesten’ om hun eigen reactors veiliger te verklaren dan die in Japan. In Nederland wil GroenLinks een referendum over de toekomst van kernenergie in ons land, en pvv en vvd hebben hun strijdbaarheid tegen ‘milieufanatici’ even ingeruild voor schaapachtige waarschuwingen tegen ‘overhaaste conclusies’.

De ramp in de reactors van Fukushima heeft daarmee een nieuwe ruk gegeven aan het atoomdebat, dat al decennia heen en weer slaat als een metronoom. In de jaren vijftig zou kernenergie de hele wereld ongekende zegeningen brengen. In de jaren zeventig werd milieuvervuiling ontdekt als progressief thema, inclusief kernenergie, maar twee oliecrises gaven voorstanders weer de wind in de rug. Het ongeluk in het Amerikaanse Three Mile Island gooide het debat weer om, de economische crisis van de jaren tachtig gooide het weer terug. Toen kwam Tsjernobyl, en moesten reactors zoals die in Kalkar opeens onder zware publieke druk dicht. Daarna bleven ongelukken lang uit terwijl klimaatverandering, afhankelijkheid van het Midden-Oosten en het opraken van olie opeens als grotere gevaren werden ontdekt. Zelfs milieugoeroes als Al Gore en de oprichter van Greenpeace schaarden zich achter kernenergie. Na dertig jaar bouwpauze werden wereldwijd honderden nieuwe kerncentrales gepland. In Nederland greep het pro-kamp zijn kans en werd onder Maria van der Hoeven een nieuwe centrale in Borsele gepland. Met de ramp in Fukushima veert het debat weer terug.

De voor- en nadelen van kernenergie zijn veel helderder dan bij de meeste andere politieke problemen. We hebben een groeiende behoefte aan energie en die energie moet zo ‘groen’ mogelijk zijn. Kernenergie kan tijdelijk helpen tot we duurzamere oplossingen hebben, maar er kleven bekende nadelen aan: een kleine kans op ernstige ongelukken en een eeuwenlange erfenis aan dodelijk restmateriaal. Die premissen veranderen niet door een ongeluk of de olieprijs. Dit is een lastige, maar overzichtelijke keuze die niet door elk laatste feitje moet worden afgedwongen.

In 2008 schreef De Groene: ‘Kernenergie is minder goedkoop, minder voorradig, minder milieuvriendelijk en gevaarlijker dan grote voorstanders willen doen geloven’. Geen langetermijnoplossing dus voor de energie- en milieuproblemen die komen. Dat is na ‘Fukushima’ nog steeds zo. Het probleem met het publieke debat is niet dat politieke partijen van standpunt wisselen, maar dat ze hun standpunt oppompen of verzwijgen in reactie op het publiek. De roep van GroenLinks om een referendum is in dat opzicht even opportunistisch als de pogingen van vvd en cda om zonder publieke discussie een tweede Borsele door de Haagse molen te rommelen in een tijd van dure olie. In een volwassen democratie verdient kernenergie een volwassen discussie met een heldere keuze, niet het verzilveren van de laatste stemming onder een vergeetachtig en wispelturig electoraat.