Levende systemen in de kunst

Het ei, de kip

Biodesign heeft de toekomst. Hebben designers en kunstenaars greep op de materie? Een gesprek met Koen Vanmechelen – kunstenaar, kippenfokker.

Medium kvm03

De tentoonstelling Biodesign in het Nieuwe Instituut (vroeger NAi), Rotterdam, wijdt zich aan ‘de kruisbestuiving van natuur, wetenschap en creativiteit’. Een fijn onderwerp, omdat die kruisbestuiving zeker in de wereld van het design zeer actueel is. Veel designers werken aan de integratie van natuurlijke processen in het ontwerpproces. Het is een attitude die ook beeldend kunstenaars hebben: zich engageren met niet-artistieke processen, doorgronden wat wetenschap en technologie te betekenen hebben.

De kruisbestuiving is ook een beetje een dooddoener. Iedereen juicht dat toe, maar het is wel degelijk de vraag of die wetenschappelijk ongeschoolde kunstenaar/designer ook echt tot wezenlijke statements in de wetenschap kan komen. De betrokkenheid van kunstenaars is meer dan eens een vriendelijke gimmick. Zij dringen niet door tot de raad van bestuur van Unilever. Zij ontwerpen er hoogstens een nieuwe tafel voor.

De tentoonstelling in Rotterdam is samengesteld door de beminnelijke Amerikaan William Myers. Hij is docent in architectuur en design en schreef het boek BioDesign: Nature + Science + Creativity. Voor Myers is duidelijk dat de verhouding tussen natuur, wetenschap en creativiteit op een radicale manier zal veranderen. Hij concentreert zich in Rotterdam in hoofdzaak op onaanzienlijke schimmels, algen, cellen, de elementaire structuren van de biologie (geen olifanten of vinvissen), en dat levert een meesterlijke tentoonstelling op. De potentie is buitengewoon groot, en ook de variatie. De expositie omvat keramiek gebakken van meel, algen gevangen in vensterglas als klimaatbeheersers en energieleveranciers, beton waarin levende micro-organismen op den duur de barstjes vullen met solide afzettingen. Een uitkijkplatform wordt ‘gebouwd’ door levende wilgen, paddenstoelen en schimmels zijn te gebruiken als recyclebaar verpakkingsmateriaal in plaats van piepschuim. Een ijverig voortwoekerende schimmel op zoek naar voedsel in een doolhof blijkt zich als een peloton redelijke padvinders te kunnen opsplitsen.

Medium algaerium photo marin 2520sawa

Eerder dit jaar bezocht ik het festival Ars Electronica in Linz, waar een vergelijkbaar overzicht van cross-overs tussen cultuur en wetenschap werd getoond. Het festival wordt zeer druk bezocht. De Oostenrijkers mogen soms een tikje stijf overkomen, zij hebben niettemin een ferme belangstelling voor ‘het moderne’.

Het festival in Linz reikt de Nica’s uit, kloeke prijzen voor baanbrekende projecten. Dit jaar betrof dat onder meer een saxofoon voor een eenhandige speler; een model voor een structuur die 3D geprint kan worden en dan uitvouwbaar is, en de regeneratie van een Madrileens plein, El Campo de Cebada, een combinatie van simpele initiatiefjes in de buurt – een tuin, een openbare bioscoop – en nieuwe grassroots-democratische methoden via social media. De winnaar van de ‘Golden Nica Hybrid Art’ was Koen Vanmechelen (1965), een kunstenaar uit Sint-Truiden. Hij fokt al twintig jaar kippen; sinds 1999 heet zijn project het Cosmopolitan Chicken Project. Vanmechelen gaat al kruisend op zoek naar de ultieme internationale kip, waarin genenmateriaal van alle andere kippensoorten van de wereld bijeengebracht zou worden. Hij identificeerde ook de oer-kip, de Red Junglefowl, gevonden in Nepal. Deze grensoverschrijdende projecten leverden hem in 2010 al een eredoctoraat op van de Universiteit Hasselt.

In Linz sprak ik met Vanmechelen over zijn prijs en zijn project. Stijlvolle wilde zwart en grijze lokken, de stevige blik van een spirituele doener, een reiziger en een prater. De presentaties van Vanmechelens project omvatten meestal een levend exemplaar van de meest recente generatie kip, maar verder omvatten ze artistieke invulling van hoog niveau – boeken, films, sculpturen, eindeloze foto’s van kippenkoppen. Vanmechelen hanteert een milde barokke esthetiek en een gevoel voor humor – alsof hij zelf een voortbrengsel is van Jan Fabre en Marcel Broodthaers.

Vanmechelen: ‘De vraag die tot het CCP leidde was een kip-ei-vraag over de domesticatie van de kip: kwamen zij indertijd naar ons toe? Of maakten wij de eerste move? Voor mij werd in het werk het antwoord duidelijk: de kip is op óns af gestapt, om betere kansen van overleven te hebben. Een paar jaar geleden heeft een wetenschapper in Uppsala aangetoond dat ’t ook echt zo gegaan is, 7500 jaar geleden. Met de kip kan ik dus een verhaal vertellen over domesticatie, identiteit en diversiteit. Alles is hybride, of zal het worden. Het is bijna een kwestie van overleven. Onze biologie roept ons tot procreatie, dat hebben wij nodig – maar als we dóór willen, dan moeten we ons vermengen.’

Het project is twintig jaar onderweg. Vindt u het nog leuk?

‘Ja. Dat is een essentiële vraag. Waarom vind ik het leuk? Omdat het beyond the chicken is. De kip is de aanleiding om het grotere verhaal te vertellen. Met iedere generatie die ik nu maak merk ik meer en meer de sterkte van het project. Ik ben begonnen met een Mechelse Bresse, een kruising van een Belgische Mechelse Koekoek en een Franse topkip, de Poulet de Bresse. Met die Mechelse ging ik dan weer verder, met Engeland, met een Derbyshire redcap. Fertiliteit is altijd iets dat van buitenaf komt; als je maar generaties blijft doorgaan op een eigen stukje land, dan gaat alles naar beneden. Het is bijna een wetmatigheid. Een maatschappij heeft altijd vermenging nodig om zich te verversen. Zuiverheid is een onbestaand begrip.’

‘Als je evolutionair gaat kijken, zie je dat de kip vroeger een dino was, een T-rex, een gevaarlijk dier’

Dat zijn actuele thema’s, zeker in Vlaanderen.

‘Ik heb echt harde jaren gehad, om over dit soort dingen te praten. Want de perceptie van diversiteit was twintig jaar geleden heel anders dan vandaag. Iedereen was bezig met de monocultuur, zelfs in stedenbouw. En monocultuur leidt tot de dood. In het begin heb ik daar wel politieke tegenstanders gehad, want dat multiculturele… maar dat heeft zich nu wel geëgaliseerd. Per definitie is dan een kunstenaar ongevaarlijk – terwijl die toch een maatschappelijk idee aan het brouwen is, en mensen worden in crisistijd een beetje bang, en willen zich gaan terugtrekken, wat heel begrijpelijk is. Maar onze volgende stap, de nieuwe mens die geboren wordt, die de wereld kan en mag verkennen, dat schroef je niet meer terug.’

Ziet u het kruisen van kippen als een weg naar verbetering?

‘Niet noodzakelijk. Er is geen enkele mutatie waarvan we de zekerheid hebben dat het een mutatie is die ons vooruit helpt.’

Heeft u al kippen voortgebracht die onvruchtbaar waren, of waar een steekje aan los was?

‘Tot nu toe niet. Ik heb één generatie gehad waar alleen maar hanen uit gekomen zijn. Dat is de generatie die ik met Nederlandse kippen had gekruist, en toen heb ik er “Duitsland” ingekruist. Plots had ik eigenlijk alleen maar hanen.’

Een dood spoor?

‘Een beetje. Maar ik vertaal dat natuurlijk als kunstenaar, en als kunstenaar zeg ik: het project duwt zich voort met een signaal dat we verder moeten. Logisch, want ik kon het project aanzuiveren met hennen van een ander land, waardoor je weer een nieuwe generatie kon voortbrengen. Ik zie dat natuurlijk zeer metaforisch.’

Dit is eigenlijk een ethisch kunstwerk?

‘Daarstraks kwam een zeer interessante vraag van de Kroatische televisie: heb je eigenlijk geen schrik van de kip? Goede vraag. Ik heb geen schrik van één zo’n dier, maar verder, als ik denk aan hoe wij als mensen de balans overschrijden tussen de kip en ons, en dat wij de afgesproken symbiose omzetten in misbruik, dan heb ik heel erg schrik van de kip. De kip is de oorzaak geweest van de Spaanse griep, de pest kwam ook van de kippen af. De vraag is niet óf er nog eens zo’n pandemie komt, maar waar en wanneer die komt en ’t is dan vrij zeker dat die van de kip zal komen, omdat de symbiose mens en kip zo hecht is. En als je evolutionair gaat kijken, dan zie je dat de kip vroeger een dino was, een T-rex, het meest gevaarlijke dier dat ooit geleefd heeft.’

‘Ik neem het oeroude kruisen en daarmee ga ik terug naar de essentie. Dan hoef je niet genetisch te manipuleren’

Het zijn dus gevaarlijke jongens, die kippen.

‘Het zijn heel gevaarlijke jongens.’

Of meisjes.

‘Jongens en meisjes.’

Het fokken is inmiddels uitgelopen op een enorm project met daaraan gekoppeld een serieus onderzoeksinstituut, een ‘Open university of diversity’. Is dit dezelfde wetenschap als die van de commerciële kippenfokker?

‘Eigenlijk niet. Dat is een totaal verschillend concept. Daar moeten we mee oppassen, want dat is de industrie, en de industrie kweekt een hybride als monocultuur. Wat ik doe is een multicultuur. Ik neem het oeroude kruisen en daarmee ga ik terug naar de essentie van waar wij als mens begonnen zijn. Dan hoef je niet genetisch te manipuleren.’

Jean-Jacques Cassiman, een geneticus aan de Universiteit Leuven, heeft van verschillende van Vanmechelens rassen het dna geïdentificeerd. Hij kon vaststellen dat de diversiteit inderdaad toeneemt en dat de nieuwe hybride rassen echt ‘beter’ zijn: ze leven langer, krijgen minder ziekten, zijn minder agressief. Vanmechelen had die ‘verbetering’ zelf ook al gezien: ‘Vanaf de zevende generatie zag ik dat allerlei kleuren, vormen en details van al die verschillende soorten die ik had gebruikt terugkeerden. Ik was de kip langzamerhand aan het de-domesticeren.’

U kunt natuurlijk zeggen: het is uiteindelijk toch gewoon kunst?

‘Ik ben geen wetenschapper en ik ben geen politicus, geen activist. Ik ben kunstenaar. Maar dat houdt wel in dat je als kunstenaar je stelling kunt maken. Ik moet natuurlijk de tools hanteren die een kunstenaar kan hanteren. Ik mag niet de Frankenstein zijn van de kunst, ik mag niet de nieuwe inventor zijn van een monster. Door een kip te transformeren van zijn macro tot zijn micro leg ik een heel essentiële weg af, door heel de maatschappij. En onderweg kan ik iedereen ontmoeten: de genetische manipulatie, het klonen, de sociologie, de filosofie…’


Biodesign, Het Nieuwe Instituut, Rotterdam, t/m zondag 5 januari 2014.

William Myers, BioDesign: Nature + Science + Creativity, Thames Hudson.

koenvanmechelen.be

Beeld: Koen van Mechelen / Marin Sawa