In de voetsporen van Thea Beckman #8

Het eind komt altijd op het laatst

Over twee dagen is het première. Wat drie jaar geleden als gesprek aan de spreekwoordelijke keukentafel begon is nu (bijna) een voorstelling geworden.
‘Dat is toch mooi, een nazaat van een Saraceen en een nazaat van een Kruisvaarder, samen op het toneel?’
Terwijl het decor in de Verkadefabriek in Den Bosch wordt gebouwd zijn we nog de laatste correcties aan het doorvoeren in de tekst en denken we nog na over een goed eind.
‘Het eind komt altijd op het laatst’, zei een regisseur ooit tegen me, een waarheid als een koe.
In de afgelopen weken hebben we zeker vier verschillende eindes voor het stuk bedacht en elke keer keken we elkaar hoofdschuddend aan. Nog niet goed genoeg.
‘Het eind komt altijd op het laatst’, verzuchtte ik dan, in de hoop dat die uitspraak ons ook moed zou geven.
Intussen werd er verder gewerkt aan bijvoorbeeld een kleine honderd verschillende kostuums voor ons jongerenleger, van karton, plastic en allerlei andere materialen.
Terwijl Marjolijn en ik tussen het tekst leren door nog altijd kleine wijzigingen in de tekst aanbrengen loopt regisseur Jetse Batelaan door de zaal, de tribune op en af. Nu is er iets met een beamerafstelling die niet klopt, dan weer merkt hij iets op over een lichtstand die niet klopt. Hij heeft zijn handen vol maar tegelijkertijd stroomt zijn hoofd over van de ideeën. Technici schieten ladders in om lampen te verhangen, de componist probeert een nieuw deel van zijn soundscape te laten horen.
Gekkenhuis.
Het op en neer reizen tussen Amsterdam en Den Bosch begint zijn tol te eisen: we raken vermoeid en vinden bijna geen tijd om te rusten. Het hoort er allemaal bij, het kan niet anders, het is op een vreemde manier een essentieel onderdeel van de montageperiode, waarin alles – tekst, spel, regie, licht, decor, kostuum en geluid – bij elkaar komt. We zitten met deze hele ploeg in een tunnel met aan het eind een heel helder licht: de première.
Het gaat allemaal niet vanzelf, het is moeilijk en dat is maar goed ook.
‘Stel je voor dat het makkelijk was’, zei wijlen Rene Lobo (docent op de Toneelacademie Maastricht) ooit eens tegen me, ‘zou je het dan nog leuk vinden?’

Nog twee dagen, vanavond en morgen zijn de eerste try-outs, gevolgd door een landelijke tournee. Jullie zijn allemaal van harte welkom.
Lezers van deze reeks zullen delen herkennen: de reis met mijn zoon is onderdeel van de voorstelling. Maar vrees niet, we hebben een aantal verrassingen in petto. Alleen een eind, dat is er nu nog niet.

En nu, terwijl ik dit stukje herlees op eventuele fouten in de ernstig vertraagde intercity naar Den Bosch (er was een stroomstoring bij Utrecht CS) tikt collega Marjolijn me op mijn knie. Ze zit tegenover me, laptop op schoot: ‘Ik denk dat ik een einde heb. Bijna. Je moet even meedenken.’
Ze begint te vertellen, ik voeg hier en daar iets toe en zo, net als tijdens de hele repetitieperiode, vullen we elkaar aan.

Zie je wel.
Het eind komt altijd op het laatst.