Het einde van alles

Het zijn onzekere tijden, en het lijkt of tegenwoordig iedereen is toegetreden tot Jehova of een andere Armageddon-fanclub. Er schuilt een kleine Kurt Cobain in ons allen, terwijl we als schuwe vleermuizen staren naar het licht van de beeldbuis, waarop zich de ene na de andere mondiale catastrofe afspeelt. Zelfs bij NRC Handelsblad, ooit het bastion van de heren die het wereldtoneel met gepaste afstand van voorzichtige kanttekeningen voorzagen, zit de paniek er goed in.

Afgelopen zaterdag presenteerde de krant een gehele bijlage gedrenkt in apocalyptische feestvreugde. Het ‘crisisvirus’, zo afficheert de krant het huidige tijdsgewricht, waarna het pagina’s lang doordendert over chaos zonder grenzen, de terugkeer van de primitieve mens, de Laatste Mens ook, het einde van de beschaving en vele andere recepten ter verdrijving van de laatste restjes levensvreugde.
Piece de resistance van deze journalistieke versie van de Visioenen van Johannes is de meer dan drie volle krantepagina’s beslaande beschouwing van de Amerikaanse journalist Robert D. Kaplan. 'Het anarchistische pandemonium’, zo luidt de titel, waarna het einde-der-tijdenspervuur van het papier af gilt. Schaarste, misdaad, overbevolking, chauvinisme en ziekten vernietigen in hoog tempo de sociale structuren op aarde, zo beukt Kaplan alle postmoderne tevredenheid van Fukuyama, de profeet uit de era-Reagan, in een klap weg uit ons bewustzijn. Zijn verhaal leest verder als een estafette in moedeloosheid. Tegen de tijd dat de lezer het einde van het verhaal heeft bereikt, heeft zich een no future-stemming van hem meester gemaakt waarbij de wereldvisie van Johnny Rotten afsteekt als een vrolijk sprookje uit het Euro-Disneypark.
Wat wil NRC Handelsblad met dit alles? Heeft het nog zin het abonnement te continueren, nu er binnen afzienbare tijd toch allerlei mutanten en beschonken kozakkenbenden de straten zullen afschuimen die zich zeker ook zullen vergrijpen aan die laatste krantenbezorger? En hoe zit het nu met die oproep in de krant van onze captains of industry, een paar maanden eerder nog, om de handen uit de mouwen te steken voor een nieuw nationaal arbeidsethos? Heeft dat alles nog wel zin?
Met de media is het ondertussen ook al bijna afgelopen. Toen journalist Barry Lopez in 1986 een afgelegen Eskimo-nederzetting bezocht, informeerde een der allochtonen hoe lang hij van plan was te blijven. Nog voordat Lopez antwoord kon geven, kwam een andere Eskimo al met de verbluffende verklaring: 'Een dag - verhaal in de krant. Twee dagen - weekbladartikel.
Vijf dagen - boek.’ Michael Crighton, auteur van megasellers als Jurrassic Parc en The Nippon Connection, neemt deze anekdote op in een onlangs door het Amerikaanse blad Wired en de Duitse Die Welt gepubliceerde litanie tegen de 'dictatuur’ van de huidige massamedia. In dat artikel, 'De dinosaurus van onze eeuw’ genaamd, profeteert Crighton de aanstaande val van krant, weekblad en televisie. 'Naar mijn overtuiging zal dat wat we nu onder de massamedia verstaan, binnen tien jaar weg zijn. Spoorloos verdwenen’, aldus Crighton, die een toekomst binnen handbereik ziet waarbij de mediaconsument allerlei 'filters’ van de kranteberichtgeving en tv-journalistiek niet meer nodig heeft omdat hij per satelliet zelf direct getuige kan zijn van de gebeurtenissen die hem interesseren. Crighton wijst op de enorme populariteit van de Amerikaanse kabelzender C-Span, die belangwekkende persconferenties in het Witte Huis en elders direct op de buis brengt, integraal en zonder verdere interventie van de journalistiek. Een enorm reservoir aan actuele databanken en computernetwerken, waar de huidige mediagiganten maar bar weinig interesse voor tonen, staat de gebruiker ter beschikking om zaken eigenhandig uit te diepen. Zo ontstaat er een situatie waarbij de media niet langer het monopolie hebben op het nieuws, niet langer bepalen wat belangrijk is en wat niet. Deze trend bij de gebruiker om de interesse steeds verder te differentieren staat haaks op de traditie van de massamedia om juist te veralgemeniseren, aldus Crighton. Dit laatste noemt hij het Crossfire-syndroom, naar het legendarische CNN-programma. De huidige tv- journalistiek, aldus Crighton, houdt zich vrijwel exclusief bezig met dat wat de geinterviewden denken in plaats van wat zij doen. Crighton: 'Vandaag de dag gaat men ervan uit dat we aan de ene of de andere kant van een meningsspectrum staan. We zijn voor abortus of ertegen. We zijn aanhangers van het vrije-marktdenken of voorstanders van protectie. We zijn voor de private sector of voor de regering. Maar in de reele wereld zijn maar heel weinig van ons zulke radicale meningen toegedaan. De extreme posities van het Crossfire-syndroom vereisen extreme vereenvoudigingen, hetgeen de debatten vervalst. Deze polarisatie van de vragen heeft wezenlijk bijgedragen aan onze nationale verlamming, omdat ze valse opties oplevert, die iedere voor verandering noodzakelijke discussie verstikt.’ Als gevolg van de nieuwe technologie zal die hele versimpelingsdrang van de traditionele media echter als sneeuw voor de zon verdwijnen om plaats te maken voor 'gevoelige, geinformeerde en tot reactie in staat zijnde nieuwe media’, aldus Crighton.
Helemaal vrij van wrokkige motieven is de succes-auteur, goed voor in totaal honderd miljoen verkochte boeken, overigens niet. Als gevolg van zijn boek The Nippon Connection, een nogal pamflettistische thriller met Japanofobe sentimenten op het gebied van technologische overheersing, kreeg Crighton in de Amerikaanse media gelijk het predikaat 'Jappen-vreter’ opgeplakt en begon hij in die hoedanigheid een lange martelgang van talkshow naar talkshow.