Het einde van amerika

NEW YORK - Robert D. Kaplans vorige boek heette Reis naar de einden der aarde, en zijn nieuwe bestseller had mooi Reis naar het einde van Amerika kunnen heten. Kaplan (46) reed in een huurauto kriskras door the West, en beschrijft in zijn prachtige, grimmige boek het einde van de publieke sfeer en de politieke gemeenschap. Hij beziet de definitieve overwinning van het winkelcentrum als dorpsplein, waar de te dikke Amerikaan nog maar één ding wil: consumeren. Hij ontwaart de ‘modemgemeenschap’ waar men in omheinde wooncomplexen enkel nog per satelliet communiceert met de buitenwereld.

De auteur, een belezen en scherpe observant, tekent kalm de levenloze groeikernen en de straatarme indiaanse reservaten. Hij ziet absurd scherpe rassen- en klassentegenstellingen en een afnemende loyaliteit van burgers met Washington.
De belangrijkste conclusie van An Empire Wilderness: Travels into America’s Future luidt: de dagen van de Verenigde Staten als gecentraliseerde natie-staat zijn geteld. Op de voorlaatste bladzijde staat een typisch kaplaneske zin, licht visionair, nogal onrustbarend, en met recht pretentieus omdat hij 350 pagina’s lang uitputtend praatte met alle mogelijke mensen, van staatsgouverneurs tot dakloze indianen. ‘Misschien zal het werkelijke lot van Amerika zich pas openbaren nadat de democratie wegglijdt, in stilte vervangen door de macht van bedrijven en andere grote concentraties van rijkdom in een samenleving waarvan de basale instincten zijn geneutraliseerd door farmaceutica, masturbatoir gokken en het voyeurisme van colloseumachtige sporten.’
DE AUTEUR, zelfbenoemd historisch-realist, ontwaart hier en daar een sprankje hoop voor zijn land dankzij adembenemende landschappen, bevlogen milieubeschermers en in-goede (doorgaans erg christelijke) Amerikanen die de economisch uitgebuite medemens trachten bij te staan. Maar vrolijk word je verder niet van het boek. In de zomer van 1997 bracht ik zelf noodgedwongen vier dagen door in de onwaarschijnlijk saaie stad Sioux Falls in South Dakota, waar het westen ongeveer begint. Sioux Falls is een middelgrote plaats met toen de laagste criminaliteit van Amerika - een fantastisch feit natuurlijk, want als stad mag je je dan Most Liveable City! noemen.
In het vlakke land zag ik motels, parkeerterreinen, winkelcentra, benzinestations, eindeloze laagbouw, nog meer parkeerterreinen, talloze fastfood-restaurants, en ik dacht: New York, Washington en San Francisco zijn on-Amerikaanse eilanden. Is dit het echte Amerika?
Kaplan antwoordt: Ja, dit is Amerika, en wel in toenemende mate.
Amerika suburbaniseert almaar voort en de eenduidigheid is dodelijk. Maar zeg de auteur niet dat zijn portret van het land van buffalo’s, pick-uptrucks en de laatste cowboys donker is. 'Donker? Hoezo donker? Alles is nu eenmaal constant in beweging. Alles verandert. En dat observeer ik. Luister, ik ben er gaan kijken, en ik heb genoteerd, terwijl iedereen deze plaatsen verder negeert. Het is realistisch. Het is journalistiek.’
Een gesprek met de journalist betekent dezer dagen twee dingen. Ten eerste kort, want hij is net terug van een boekentour in Canada en aan het pakken voor een reis naar Turkije voor zijn volgende project. En ten tweede een bonte verzameling van onderwerpen: van Kosovo naar Nigeria, van de buitenlandpolitiek in Washington tot Jeltsins onvermogen zijn land te redden.
Dit kenmerkt Robert Kaplan, zwervend verslaggever voor Atlantic Monthly. Hij is ook de auteur van het deprimerende en indrukwekkende reisverslag naar de Afrikaanse en Aziatische 'einders der aarde’ (1996) en het eerste boek dat het conflict in het voormalige Joegoslavië voorzag (Balkan Ghosts, dat in 1990 klaar was maar, omdat geen uitgever er wat in zag totdat de oorlog losbarstte, pas in 1993 verscheen). Kaplan heeft zich nooit laten betrappen op enige neiging slechts in één onderwerp of land geïnteresseerd te zijn.
HIJ SCHRIJFT over plekken die iets zouden kunnen zeggen over de toekomst. 'Washington is voor een journalist de meest oninteressante plek in Noord-Amerika’, zegt Kaplan, zelf met vrouw en zoon woonachtig in het verstilde westelijke deel van Massachusetts. 'Het is een stad die enkel in het heden bestaat. Ik zoek naar de toekomst, naar mensen en ontwikkelingen die iets zeggen over wat we kunnen verwachten. Daarnaar hoef je niet te zoeken in ons politieke establishment.’
Kaplan is dan ook geenszins geïnteresseerd in de huidige crisis in Washington. De onwil om het erover te hebben uit zich in zijn antwoord op de vraag of hij denkt dat Clinton wordt afgezet - 'nee’ - en de stilte die hij erop laat volgen.
De president is overigens Kaplans beroemdste lezer en naar eigen zeggen een grote fan van zijn werk. Interessant is dan ook de tegenstelling tussen enerzijds Clintons voortdurende verzekering dat Amerika als 'laatste supermacht’ alles zal doen om de economische crises te helpen bezweren en om brandhaarden als Kosovo militair te doven, en anderzijds Kaplans waarschuwing dat de Verenigde Staten als democratische, nationale entiteit in haar nadagen verkeert.
Hoe kan een 'post-nationaal’ land de wereld redden? Kaplan: 'Amerikaans leiderschap is nu nog mogelijk en het wordt terecht verwacht. Ik denk dat de wereld nog wel een paar decennia van de Verenigde Staten afhankelijk is qua financieel-economische en militaire leiding. Maar ik zie verregaande veranderingen binnen onze grenzen en dus ook buiten onze grenzen over zeg vijftig, vijfenzeventig jaar.’
Maar, vindt Kaplan, als Amerika heden ten dage zegt te wíllen leiden, dan moet ze het ook goed doen. Spontaan begint hij over Clintons buitenlandpolitiek. 'Dit is zwak, richtingloos beleid. Aangaande Kosovo is het een braakliggend terrein van non-politiek. Het is erger dan niets doen. Onze geloofwaardigheid is blijvend aangetast.’
Kaplan snapt Clinton en minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright niet. Als de belangen duidelijk humanitair én strategisch zijn zoals in Kosovo, dan moet Amerika desnoods unilateraal besluiten tot ingrijpen. Natuurlijk doe je het ’t liefst met instemming van Navo en VN, maar noodzakelijk is dat niet. 'De Europeanen volgen heus wel in een zo helder geval van noodzakelijke interventie. Nu wordt er dan misschien eindelijk ingegrepen, en zitten we met een humanitaire nachtmerrie deze winter. Nu is Rusland erbij betrokken. Slechter had het allemaal niet gekund. Onder Reagan of Bush was dit nooit gebeurd. Clinton houdt vast aan coöperatie, maar dat is enkel een excuus voor zijn pijnlijk gebrek aan leiderschap.’
EEN GEVAAR dat Kaplan ook in zijn boek aanstipt, is de 'militarisering van het buitenlandbeleid’. De essentiële expertise en middelen zijn meer en meer in handen van de militaire elite, en als je niet uitkijkt verwatert de democratische controle op die elite. 'Het beleid is zwak, en dat zegt de mensen dat het kennelijk onbelangrijk is. Dus let niemand op. Zo ontstaat het gevaar dat ze alleen in Tampa, het center of command in Florida, weten wat te doen in tijden van crisis.’
Kaplan stemde overigens beide malen op Clinton, en heeft daar geen spijt van. 'Clinton is een typische president in vredestijd. Niemand wil dezer dagen worden uitgedaagd, en Clinton daagt niet uit. Ideaal.’ Daarom zijn de politiek en de media ook compleet geobsedeerd door het Lewinsky-schandaal. 'Ze kunnen het zich veroorloven. Let op, als zich een echte bedreiging van onze nationale veiligheid voordoet, is Monica zo vergeten. Het volk krijgt simpelweg de president die ze verdient. Als mensen alleen maar entertainment willen, dan zullen hun politieke leiders en de pers hen entertainment geven.’
Hoewel Kaplan democraat en Democraat is, is hij geen overtuigde pleitbezorger van een 'brave new world van gloednieuwe democratieën’. Tijdens zijn jaren van reizen door Oost-Europa, Afrika en Azië zag hij dat een plotselinge invoering van stemrecht en een vrije markt vaak desastreuze gevolgen heeft. Een schatrijke, corrupte bovenlaag eigent zich de politieke macht en controle over schaarse goederen toe, en zo is een werkelijk democratisch syseem om zeep geholpen voor het goed en wel bestaat. Zonder stabiele middenklasse, zonder een industriële periode, zonder Verlichting en morele structuren is een democratie ondenkbaar. 'Dan krijg je tycoonachtige oligarchieën. Kijk maar naar Rusland en veel andere voormalige Sovjetrepublieken.’
DE SCHRIJVER suggereert dat landen als Bulgarije en Rusland veel beter met een 'hybride systeem van democratische elementen en sterke corporate en militaire krachten’ hadden kunnen beginnen. 'Zo'n compromis tussen parlementaire en militaire krachten kan werken, bijvoorbeeld in Nigeria. Dit is een goedaardig soort van verlicht autoritair gezag dat een overgang naar een volwaardige democratie kan bewerkstelligen. Neem Jeltsin. Zijn probleem is dat hij niet autoritair genoeg is. Iemand met gevestigde, centrale macht, iemand als Gorbatsjov, had het land langzaam en zorgvuldig bij de hand kunnen nemen en heel gestaag een modern democratisch systeem binnen kunnen leiden. Rusland kan het op deze manier nooit redden.’
Kaplan leest veel en zeker het blad Foreign Affairs. Het kan geen toeval zijn dat zijn argumentatie voor een 'hybride staatsvorm’ op één lijn ligt met de omstreden theorie die de 34-jarige hoofdredacteur van dit blad, Fareed Zakaria, vorig jaar uiteenzette. Zakaria wierp de term illiberal democracy op. Als voorbeelden noemde hij Peru, Cambodja en Algerije, waar leiders zijn gekozen tijdens rechtmatige verkiezingen, terwijl ze meer regeren in de stijl van traditioneel autoritaire regimes. De juridische, grondwettellijke bescherming van burgers en hun vrijheden ontbreekt (nog), maar de grondslag voor een democratische staatsvorm is er. Zakaria pleit voor steun aan zulke regimes als hoeders van een vreedzame overgang van totalitair naar democratisch gezag.
Volgens velen in het veld van de internationale betrekkingen zou Zakaria wel eens verantwoordelijk kunnen zijn voor een nieuwe buitenland-politieke theorie met zijn artikel 'The Rise of Illiberal Democracies’ (Foreign Affiars, november-december 1997), vergelijkbaar met George Kennans 'Mr. X-artikel’ in hetzelfde blad in 1946, dat de politiek van indamming van het Sovjetgevaar inluidde. Zakaria’s controversiële pleidooi voor 'democratie zonder liberalisme’ wordt ook fel bestreden, vooral vanuit humanitair oogpunt. Het zou relativistisch zijn omdat de illiberal democracy enkel te verkiezen is als ze vergeleken wordt met de totalitaire regimes die eraan vooraf gingen.
MAAR DIE KRITIEK zal niet van Kaplan komen. Gevaarlijk is dat de verschillen tussen oost en west sinds 1989 alleen maar groter zijn geworden, zegt Kaplan. Hij herhaalt dat we geen 'einde van de democratie’ hoeven te vrezen, dat we enkel door een 'transitie’ heengaan. Maar: 'Amerika en Rusland bevinden zich nu plots aan tegengestelde uiteinden van het democratische spectrum.
In Amerika zie je de vervlakking van de democratie dankzij de macht van hi-techbedrijven die langzaam groeit. De oude, duidelijk gedefinieerde nationale gemeenschap, waar de meeste mensen de moeite namen om te stemmen en waar de gedrukte media mensen informeerden - de essentie van de democratie dus - bestaat niet meer. De belangen zijn nu aan de ene kant puur lokaal en aan de andere kant volledig globaal geworden. We shoppen in het steriele winkelcentrum om de hoek, en we handelen dagelijks per modem op de beurzen van Tokio en Londen. We lezen de krant via Internet. Onze crisis van de democratie is officieus en subtiel. Die van Rusland is officeel en reusachtig. Het land bevindt zich niet eens aan de onderkant van het spectrum. Het is politiek gezien te primitief.’
De huidige, wereldwijde financiële crisis is een ander voorbeeld van globale krachten die niet door democratische, nationale controles worden gehinderd. 'De crisis speelt zich af in de corporate sfeer, binnen het economische systeem. Dat heeft niets meer van doen met het politieke. Je ziet nu dat de Citybank het Japanse bankwezen probeert te redden. Zij zijn in het vacuüm gestapt. Bedrijven zullen in die zin steeds belangrijker worden. Steeds meer problemen worden op die manier opgelost. Daar komt geen democratisch gekozen overheid aan te pas. Het doet me denken aan de prémoderne koninkrijken.’