Film: Jagten

Het einde van arthouse

In 1998 kreeg Festen, Thomas Vinterbergs speelfilm over incest en familie­geheimen, een voetstuk met eronder een plaatje waarop stond: dit is kunst. Iedereen had het erover, over het verhaal, maar vooral ook over de artistieke filmische vorm: zonder licht gedraaide scènes waarin de acteurs blijkbaar ongestoord hun gang konden gaan. Het was de eerste volgens de regels van de beweging Dogma 95 geproduceerde speelfilm, een ‘arthousefilm’ pur sang.

Medium jagten

Het lijkt erop dat ‘arthouse’ steeds meer ter discussie staat. Benh Zeitlin, regisseur van Beasts of the Southern Wild, die over de hele wereld succes oogst bij critici en kijkers, zegt in een interview met NRC Handelsblad dat hij zijn film niet als arthouse wil typeren, juist omdat hij wil dat zo veel mogelijk mensen ernaartoe gaan. Maar dat heeft gevolgen. Immers, wat te doen als een multiplex-exploitant een film als Beasts of the Southern Wild bijvoorbeeld vijf keer per dag in grote, met popcorn bezaaide zalen zou draaien zodat duizenden mensen hem kunnen zien?

Arthouse. Een problematische term. Dat illustreert ook het einde van Dogma 95. Dat was al een feit, maar nu wordt het nog maar eens duidelijk door het technisch virtuoze aan Vinterbergs nieuwste, Jagten. Anders dan Festen, dat eruitziet alsof de cameraman een familielid met een handycam is, is Jagten een wonderschone, in cinemascope gedraaide film waarin de artistieke hand van de maker duidelijk zichtbaar is. Het beeld is artificieel gecreëerd met belichting en filters, niet om een leugen te vertellen – waar de opstellers van Dogma 95 zo bang voor waren – maar om de psychologische werkelijkheid van de personages te verbeelden. Het vermogen om taal en techniek van cinema ten volle te benutten maakt Jagten tot Vinterbergs beste werk.

Net als in Festen, maar recent ook in Submarino, over een vader die aan drugs verslaafd is maar die desondanks voor zijn zoontje zorgt, schetst Vinterberg in Jagten (De Jacht) een beeld van de eenzame mens binnen falende sociale structuren. De wereld van Lucas (Mads Mikkelsen), een gescheiden vader met een tienerzoon, stort in als een meisje van zes hem bij de kinderopvang waar hij werkt van seksueel misbruik beschuldigt. Iedereen gelooft het kind meteen, ook haar ouders en Lucas’ beste vrienden. De vader van het meisje maakt deel uit van Lucas’ vriendenkring, mannen die elkaar al sinds hun jeugd kennen en die graag op herten jagen in een nabijgelegen bos waar een schitterend herenhuis staat.

Het jagen en het roofdiergedrag vormen de kernmetafoor. Maar het jagen op wie? Op het kind dat duidelijk het slachtoffer van iemand is? Of op Lucas zelf, die na de beschuldigingen als uitschot wordt behandeld door vrienden, collega’s en andere inwoners van het dorpje. Antwoorden volgen net als in Festen en Submarino wanneer de inwoners en familieleden ogenschijnlijk gezellig samen zijn. Vinterberg is genadeloos in het afbreken van tirannieke sociale conventies, in het ontmaskeren van vriendschaps- en familiebanden die uiteindelijk alleen maar destructief werken.

Het mooiste aan de film is de afwisseling van de nerveuze camera en snelle montage wanneer Lucas, vaak binnenshuis, met zijn achtervolgers wordt geconfronteerd en het brede, lyrische perspectief tijdens het jagen in de heuvels, waar de stilte bedrieglijk is.

Na Beasts of the Southern Wild is ook Jagten een film die een zo groot mogelijk publiek verdient. Zowel Zeitlins wonderwerk als Vinterbergs bijtende kijk op de werking van angst in een gemeenschap laat zien dat ‘arthouse’ als een beperkend stempel zijn tijd heeft gehad.

_* * *

Te zien vanaf 25 oktober_