Het einde van Bumiputera

Kuala Lumpur – ‘Misschien is hij bang dat we hem niet herkennen.’ Hoofdschuddend wijst een Indiase kralenverkoper op de tientallen posters van de Maleisische premier Najib Razak die de Jalan Tun Sambanthan flankeren, de hoofdstraat van de Indiase wijk Brickfields in Kuala Lumpur.

Binnen een half jaar moet hij – onwillig – nieuwe verkiezingen uitschrijven. Nadat zijn ‘eenheidspartij’ umno vier jaar geleden voor het eerst sinds de jaren zestig zijn tweederde meerderheid verloor, is er nu een reële kans dat de oppositie de macht grijpt. Inzet is Bumiputera, de ‘baas in eigen land’-politiek. Deze bepaalt al meer dan veertig jaar dat de Maleiers als zelf uitgeroepen ‘kinderen van het land’ positief worden gediscrimineerd ten opzichte van de Chinese en Indiase minderheden.

Bumiputera was bedoeld om het land bijeen te houden. Immigranten uit China en Zuid-India hadden de Maleiers destijds ver achter zich gelaten op economisch gebied. Het bevoordelen van de ‘eigen’ bevolking zorgde lange tijd voor herverdeling van de welvaart en daarmee voor stabiliteit. Met haar elegante Twin Towers en futuristische regeringshoofdstad Putrajaya werd het multiculturele Maleisië het meest verlichte van alle islamitische landen. Wie tegen Bumiputera ageerde, was voor chaos.

umno doet er alles aan om de macht te behouden; onbemiddelde kiesgerechtigden krijgen in ruil voor hun stem rijst, suiker en contant geld. De regering voelt zich vanuit verschillende hoeken bedreigd. Voormalig vice-premier Anwar Ibrahim, eindelijk vrijgesproken van sodomiebeschuldigingen, doet een gooi naar het premierschap. Daarnaast trekt de pas, de sgp van Maleisië, veel moslimstemmen in gebieden waar het kampongleven nog floreert.

Belangrijker is dat de Chinezen en Indiërs eindelijk samenwerken. Ze zijn een stuk minder naïef dan hun voorvaderen die zich decennialang hebben laten inpalmen door de gevestigde orde. De jongere generaties zijn geen kinderen van het land, maar van de globalisering. Ze rijden met McDonald’s-stickers op de ruiten van hun tweedehands bmw’s, betalen met Manchester United-bankpasjes, houden van het Britse koningshuis en noemen de ringgit een dollar. Hun omarming van westerse logo’s contrasteert met al de Maleisische vlaggen die tijdens de onafhankelijkheidsviering het straatbeeld domineren, net name bij overheidsgebouwen en huizen waar ‘kinderen van het land’ wonen. Diezelfde westerse invloed geeft de vernieuwers politieke hoop. ‘Als een zwarte president kan worden van Amerika’, zegt de kralenverkoper, ‘waarom dan geen Indiër of Chinees in Maleisië?’