Tentoonstelling ‹Reality Machines›

Het einde van de vrijblijvendheid

De tentoonstelling ‹Reality Machines› is een parade van hedendaagse architectuur en vormgeving. Toch is het eerder een terugblik op de vrolijke en vrijblijvende jaren van voorspoed aan het einde van de vorige eeuw, dan de aankondiging van iets nieuws.

Conceptueel en geestig, dat zijn de voornaamste eigenschappen waarmee Nederlandse ontwerpers en architecten de afgelopen jaren internationaal furore hebben gemaakt. De gestapelde landschappen in het Expo-paviljoen in Hannover van MVRDV, het park van West 8 onder station Amsterdam-Sloterdijk (met roestige boomstronken waar licht uitkomt), en de stoel van geknoopt touw van Marcel Wanders zijn slechts drie van de vele voorbeelden daarvan. Samen met nog eens ruim negentig projecten die een min of meer vergelijkbare geestigheid reflecteren, vormen deze drie projecten onderdeel van de expositie Reality Machines: Het alledaagse weerspiegeld in de hedendaagse Nederlandse architectuur, fotografie en vormgeving.

Deze tentoonstelling is nu te zien in het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) en gaat vervolgens reizen om de buitenlandse honger naar Dutch design te stillen. Reality Machines toont gebouwen, mode, meubels, grafische vormgeving, fotografie en gebruiksvoorwerpen die bijna allemaal zijn gemaakt door ontwerpers geboren in de jaren zestig en zeventig. Typerend voor deze generatie ontwerpers, aldus Linda Vlassenrood, de samenstelster van de tentoonstelling, is dat wat zij maken een ander perspectief biedt op de alledaagse werkelijkheid. Vandaar de wat hoogdravende titel van deze onderneming.

Die andere kijk wordt geboden door aan gewone dingen een onverwachte, vaak ironische draai te geven. Dat doen veel ontwerpers met verve, zo is te zien op de tentoonstelling, maar ook aan de vormgeving van de tentoonstelling zelf, ontworpen door Maxwan, aan de uitgeklede kaalheid van de catalogus van Jop van Bennekom en aan het ultrasmalle boekje van 5 bij 26,5 centimeter met de tentoonstellingsbijschriften, ontworpen door Mevis & Van Deursen. Alles wat is geëxposeerd hangt aan een rail in het speciaal voor deze tentoonstelling verlaagde plafond en beweegt langzaam door de ruimte.

Bij binnenkomst op Reality Machines word je getroffen door de inventieve manier van exposeren en de geestigheid van alles wat er eindeloos ronddraait. Maar het voorspelbare effect is dat alle inventiviteit en geestigheid bij elkaar behoorlijk doodslaat. Al snel valt ook op dat veel van het geëxposeerde is gebaseerd op nogal dunne ideeën. Zoals de houten schutting met uitsparingen waar precies een gieter en een paar stuks gereedschap voor gemeenschappelijk gebruik in passen. Dit ontwerp van Next uit 2001 is exemplarisch voor wat de tentoonstelling te bieden heeft. Next heeft in een moeite door nog twee andere heiningen ontworpen: eentje met sleuven onderin die door beide buren als fietsenrek is te gebruiken en eentje die je kunt omklappen tot pingpongtafel.

Meer dan een leuk ideetje zit er volgens mij niet achter, maar op de tentoonstelling en in de catalogus wordt de betekenis ervan behoorlijk opgeblazen. De schuttingen «spelen in op de Nederlandse behoefte om de eigen privacy middels afscheidingen te garanderen. De ontworpen schuttingen refereren in alles aan de overbekende omheiningen, maar geven op subtiele wijze de mogelijkheid met de buren te communiceren. (…) Individualiteit en gemeenschapzin worden in deze schuttingen gecombineerd.»

Alsof dat niet genoeg is, is dit volgens Vlassenrood ook een van de projecten «die ruimte laten voor een eigen invulling, aandacht en reflectie vragen en in die zin geen eenduidige betekenis kennen». Met als conclusie dat «het stimuleren van interactie door ontwerpers en beeldend kunstenaars wordt aangegrepen om de impasse binnen onze individualistische maatschappij te doorbreken — hoe anoniem deze dialoog vaak ook blijft.»

De schuttingen van Next zijn misschien geen pars pro voor de hele tentoonstelling, want niet alles heeft zo’n laag soortelijk gewicht, maar wel indicatief voor wat er is te zien: leuk bedoeld, leuk om naar te kijken en volkomen vrijblijvend. Diepere betekenissen hoef je er zelden of nooit achter te zoeken. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de badkamertegels waar al waterdruppels (van glas) op vast gesmolten zijn. En voor de trap die aan alle kanten is bekleed met een bouwtekening op ware grootte van diezelfde trap, waardoor ontwerp en resultaat zouden samenvallen.

In dat laatste schuilt precies een zwakte van de ontwerphouding waar deze tentoonstelling aan is gewijd: dat het resultaat op zijn best de perfecte illustratie is van het eerste idee, en niet meer en zeker niet beter dan dat is. De tentoonstelling brengt daarmee bedoeld of onbedoeld de beperkingen van deze conceptuele benadering aan het licht.

Bovendien wordt duidelijk hoezeer het veelvuldig gehanteerde wapen van het ironische commentaar in korte tijd aan effect heeft ingeboet. Halverwege de jaren negentig kon dat nog een scherp fileermes lijken waarmee op kritische wijze de alledaagse conventies en regels ter discussie konden worden gesteld. Inmiddels zijn er zo veel leuke, ironische plannen gemaakt, dat al die commentaren op de alledaagse werkelijkheid eerder verveling dan enthousiasme oproepen. Sterker nog, ging een aantal jaren terug nog iets verfrissends uit van de geamuseerde distantie van ontwerpers, nu beginnen de vrijblijvendheid van die relativerende houding en het gebrek aan betrokkenheid meer en meer te irriteren. Bij een servies, een stoel of een tijdschrift is dat allemaal nog niet zo bezwaarlijk, maar architecten die met alles wat ze bouwen onherroepelijk en voor lange tijd ingrijpen in de dagelijks leefomgeving, kunnen het zich niet permitteren om op een ironische afstand te blijven. Ze waren misschien even geëxcuseerd in de voorspoedige jaren negentig toen er genoeg geld was en zoveel werd gebouwd dat er ook wel plek was voor wat vrolijke franje, maar nu er killere winden waaien, is dat niet meer het geval. De economische malaise zal de niche van vrijblijvende architectuur vermoedelijk snel genoeg vanzelf laten verdwijnen en de bureaus die zich daarin ophouden zullen hoe dan ook de bakens moeten verzetten om niet grappend en grollend op een faillissement af te stevenen.

Lang niet alle architectuur op Reality Machines is alleen maar leuk bedoeld, maar het engagement dat aanwezig is in het werk van bijvoorbeeld Arons en Gelauff, MVRDV en Bjarne Mastenbroeks SeARCH krijgt op deze expositie geen enkel reliëf.

Hoe vrolijk Reality Machines op het eerste gezicht is, de expositie laat geen optimistische indruk achter. Dat de mogelijkheden van de ironie zo langzamerhand zijn uitgeput, is overduidelijk, en daarmee is ook de beperking aangegeven van een ontwerpcultuur die dankzij ironie een beetje parasiteert op de alledaagse werkelijkheid, zonder echt kritisch te zijn, laat staan subversief of ontwrichtend en zonder ooit een echt alternatief ergens voor te bieden. Zoals het T-shirt van Experimental Jetset op de tentoonstelling met daarop het woord «anti». Reality Machines kan hierdoor uiteindelijk ook worden gezien als een aansporing voor ontwerpers: dat het hoog tijd is om ambities te ontwikkelen die verder strekken dan de wens om leuk te worden gevonden.

Reality Machines

Het alledaagse weerspiegeld in hedendaagse Nederlandse architectuur, fotografie en vormgeving

Nederlands Architectuurinstituut,

Museumpark 25 Rotterdam,

tot en met 21 april 2003. Catalogus € 29,-