MICHEL HOUELLEBECQ, DE KAART EN HET GEBIED

Het einde van een schrijver

Michel Houellebecqs De kaart en het gebied is een metaroman over het kunstenaarschap. Hij heeft ‘t ’m weer gelapt.

Michel Houellebecq, De kaart en het gebied, Vertaald door Martin de Haan, € 19,95
Michel Houellebecq, La carte et le territoire, € 24,95

Medium 9789029575171

Een roman schrijven is geen kwestie van zinnen aaneenrijgen, of aantekeningen maken. Een roman schrijven is een kwestie van wachten tot het allemaal compact en onweerlegbaar wordt, wachten tot er een kern van noodzakelijkheid verschijnt. De beslissing om een boek te schrijven is nooit aan de schrijver zelf. Een boek is als een blok beton dat besluit te stollen. Het enige wat de schrijver kan doen is aanwezig zijn, en in een angstig nietsdoen wachten tot het proces vanzelf op gang komt.
Het zijn niet mijn apodictische woorden, maar die van Michel Houellebecq, dat wil zeggen van het romanpersonage met die naam. Deze wordt opgevoerd in De kaart en het gebied, zijn meest recente roman die deze week in Nederlandse vertaling verschijnt. Welkome woorden, want ook na vijf eerdere romans blijft het moeilijk de vinger te leggen op wat nu precies de magie is van Houellebecq. Zijn schrijfstijl is zakelijk, vlak, maar drijft daarmee juist ook de spot met iedere vorm van mooischrijverij. De compositie van zijn romans is doorzichtig, kinderachtig, soms met onhandige perspectiefwisselingen en cliffhangers, maar lijkt daarmee ook de vloer aan te vegen met al die goedwillende schrijvers die graag een gewrocht en intelligent ogend product afleveren. Wat Houellebecq-haters aanzien voor lelijkheid en onvermogen is natuurlijk juist zijn brille. Velen hebben zijn onaangedane, niet-humanistische stijl proberen na te volgen, maar altijd verraden ze zich uiteindelijk in hun precies gezochte adjectieven of in hun opgewonden interpunctie. Het moge duidelijk zijn, hier spreekt een Houellebecq-adept.
De magie van Houellebecq moet inderdaad schuilen in het geduld waarmee hij kennelijk wacht tot een nieuw werk zich in heel zijn noodzakelijkheid aandient, en het beton al zo'n beetje hard is. Af en toe dacht ik in De kaart en het gebied de schrijver te kunnen betrappen op metaalmoeheid, maar achteraf gezien moet die toch worden gerangschikt onder de noemer ‘functionele metaalmoeheid’. Wat niet betekent dat hier geen dodelijk vermoeide schrijver tot ons spreekt, iemand die geheel volgens het motto van deze roman, ontleend aan Charles d'Orléans, genoeg heeft van de wereld. Zozeer dat hij zichzelf ook laat ombrengen in deze roman, op een manier waaraan Hannibal Lecter nog een puntje kan zuigen.
Hoofdpersonage is beeldend kunstenaar Jed Martin. Een authentiek figuur, onaangepast, a-sociaal en wereldvreemd, maar wel heel succesvol. Een figuur van wie je je zou kunnen voorstellen dat hij lijkt op Houellebecq, maar dan net iets energieker, in ieder geval iemand die telkens andere dingen uitprobeert. Een radicaal kunstenaar ook, niet bang om het pad van succes te verlaten, en die blijkbaar zo goed is dat hij telkens opnieuw beet heeft. Zijn enige leidraad, van meet af aan: het geven van een objectieve beschrijving van de wereld. Op de kunstacademie maakt hij indruk met zijn Driehonderd foto’s van ijzerwaren. Het zijn foto’s van moeren, bouten en bahco’s tegen een neutrale achtergrond, alsof het glanzende sieraden zijn. Later, zoals Houellebecq in een van de vele ironische Vorausdeutungen laat weten, zou dit werk worden gecanoniseerd in de kunsthistorie als zijnde een eerbetoon aan de menselijke arbeid.
Zijn tweede grote esthetische ervaring beleeft Martin als hij samen met zijn vader vanuit Parijs naar het grootouderlijk huis in de Creuse rijdt, en bij het tankstation een kaart koopt van de streek. Als hij de Michelin-kaart openvouwt, beseft hij met een schok nog nooit zo'n van emotie en betekenis vervuld voorwerp te hebben aanschouwd.
'De essentie van de moderniteit, van het wetenschappelijke en technische begrip van de wereld, werd er vermengd met de essentie van het dierlijke leven. De tekening was complex en mooi, en door de beperkte kleurencode volmaakt helder. Maar in elk van de gehuchten en dorpen, weergegeven naar omvang, voelde je de hartslag, de roep van tientallen mensenlevens, van tientallen of honderden zielen - sommige voorbestemd tot verdoemenis, andere tot het eeuwige leven.’
Hierna stort hij zich monomaan op het fotograferen van wegenkaarten, waaraan hij allerlei elementen toevoegt met behulp van photoshop- en scherpte-diepte-grappen. Het levert hem een liefde op, de Russische Olga, en een inlijving bij het Michelin-mecenaat van hedendaagse kunst. Zijn pad kruist met dat van Michel Houellebecq als hij hem vraagt een tekst te schrijven voor de prospectus bij zijn expositie, getiteld De kaart is interessanter dan het gebied. Hij zoekt de schrijver daartoe op in zijn kluizenaarswoning in Shannon, Ierland, waar Houellebecq ook werkelijk woont.
De ontmoeting tussen beide kunstenaars geeft Houellebecq - en nu heb ik het weer even over de echte schrijver, en niet over die in de romanwerkelijkheid - de gelegenheid eens flink uit te pakken over de betekenis van kunst, de essentie van het kunstenaarschap ('onderworpenheid’) en gewoon, het leven. Paté en wijn. Martins ambitie - al is dat in zijn geval eigenlijk een te maatschappelijk woord - de wereld objectief te willen weergeven, lijkt op die van de schrijver. Bij iedere nieuwe roman toont Houellebecq zich verbaasd over het feit dat hij wordt gezien als een provocateur, of een 'deprimist’. Ik laat alleen maar zien hoe het is, zegt hij vaak. Of, iets toegeeflijker: ik ben een realist die een tikkeltje overdrijft, want ik wil amuseren. In dit opzicht ziet hij zichzelf graag in één lijn met Balzac, die net als hij 'slechts’ laat zien tot welke rampspoed veranderende (lees: lossere) normen en waarden leiden.
Vergeleken met zijn eerdere werk is De kaart en het gebied een tamelijk traditioneel vertelde, en milder gestemde roman. Olga en Jed hebben geen seks, maar 'vrijen’ met elkaar, om maar wat te noemen. Het derde deel is een soort policier, inclusief droefgeestige gemoedstoestand van een oudere rechercheur. Houellebecq is duidelijk niet alleen ouder, maar ook rijker; beide factoren zullen bijdragen tot een grotere rust, om het maar even neutraal te formuleren. (In Houellebecqs eigen woorden, in de roman: 'Mijn leven loopt ten einde en ik ben ontgoocheld. Niets waar ik in mijn jeugd op hoopte is gebeurd.’)
De sluitende zwarte visie op het menselijk gekrioel wordt niet meer zo breed uitgesponnen als bijvoorbeeld in De wereld als markt en strijd, wat ik nog steeds Houellebecqs beste, want meest compromisloze, boek vind. De angel lijkt er een beetje uit, en dat is ook de indruk die Martin van de schrijver, 'een zieke oude schildpad’, krijgt. Wat volgens Houellebecq mensen de sterkste prikkel geeft om boven zichzelf uit te stijgen, gebrek aan geld, is bij hem niet meer aan de orde. En seks interesseert hem 'niet echt’ meer. Als hij een beetje verveeld herinneringen ophaalt aan de goede dienstverlening in de Thaise bordelen ('ze pijpen zonder kapotje, da’s toch mooi’) prikt Martin daar doorheen.
’“Nu speelt u volgens mij een beetje uw eigen rol…”
“Ja, dat klopt,” gaf Houellebecq verrassend spontaan toe.’
De koude antropologische blik, genuine Houellebecq, is er nu af en toe via de wereldvreemde bril van Jed Martin, die zich in veel opzichten manifesteert als een soort marsmannetje:
'Voor zover hij had kunnen constateren, was het bestaan van de mens georganiseerd rond werk, dat het grootste deel van het leven in beslag nam en plaatsvond in organisaties van wisselende omvang. Na afloop van de werkjaren begon er een kortere periode, die werd gekenmerkt door de ontwikkeling van diverse ziekteverschijnselen. Sommige mensen probeerden zich tijdens de actiefste periode van hun leven bovendien te verenigen in microgroeperingen, gezinnen genaamd, met als doel de instandhouding van de soort; maar meestal liepen die pogingen spaak, om redenen die verband hielden met (…).’
Het vervolg van de zin is kenmerkend voor de manier waarop deze roman is geschreven, en die ik aanvankelijk aanzag voor luiheid. Hij vervolgt namelijk: ’(…) “de geest der tijden”, bedacht hij vaag, terwijl hij een espresso dronk met zijn geliefde.’
Inderdaad, behoorlijk vaag, en ook nogal obligaat gesteld, met die espresso erbij. Het is een procedé dat in deze roman echter zo vaak wordt toegepast, een procedé dat over het algemeen is voorbehouden aan beginnende of heel slechte schrijvers - eindeloze monologen over de toestand in de wereld, die alleen worden onderbroken om glazen bij te vullen en andermaal een fles te openen - dat ik heb besloten dat het toch een bewust toegepast stijlmiddel moet zijn. De kaart en het gebied is een metaroman over het kunstenaarschap, waarin een van de belangrijkste Europese schrijvers zijn eigen schrijverschap en zijn eigen persoon ten grave draagt.
Houellebecq - de Houellebecq in de roman - legt aan Martin uit het helemaal te hebben gehad met de wereld als verhaal, dat wil zeggen: de wereld van romans en films, de wereld van de muziek ook. 'Ik interesseer me alleen nog maar voor de wereld als nevenschikking (wat ik een moeilijk woord vind, het Franse origineel is niet onmiddellijk verhelderender: juxtaposition - mp), de wereld van de poëzie, van de schilderkunst.’
De 'oude’ Houellebecq wordt voorgoed vastgelegd door Martin, in wat zijn derde grote creatieve periode zal zijn, waarin hij zich bekeert tot de schilderkunst. In grote, monumentale schilderijen legt hij de elementaire beroepsuitoefening vast van bekende mensen. Houellebecq schildert hij te midden van zijn boeken en manuscripten, en met een blik in zijn ogen die eraan herinnert dat hij ooit vrouwen moet hebben weten te veroveren. Het schilderij, getiteld Michel Houellebecq, schrijver brengt hij persoonlijk naar de schrijver, als beloning nog voor het maken van de prospectustekst. Ironische Vorausdeutung: alleen al vanwege de stijgende marktwaarde van dit werk zit Martin de rest van zijn leven op rozen. De schrijver belooft de schilder er af en toe naar te kijken: 'Het zal me eraan herinneren dat ik bij tijd en wijle een intens leven heb gehad.’
Net als de schrijver die zich (in de roman) heeft teruggetrokken op het Franse platteland, in de streek van zijn jeugd, verhuist Jed Martin naar het platteland, om te gaan wonen in het huis van zijn grootouders. Nog steeds begeesterd door het verlangen verslag te doen van de wereld - 'ik wil domweg verslag doen van de wereld’ - raakt hij in een strijd verwikkeld tussen creatie, vastlegging en verval.
Met een apocalyptisch visioen tot slot van overwoekerende vegetatie heeft Houellebecq ’t ’m weer gelapt: een roman afleveren die zich aandient als goed geschreven, waar en intens. En precies zoals hij dat zelf het liefst ziet: vooral intens.

MICHEL HOUELLEBECQ
DE KAART EN HET GEBIED
Vertaald uit het Frans door Martin de Haan,
De Arbeiderspers, 400 blz., € 24,95