Het einde van een vendetta

Er komt een eind aan de apartheid in anti-apartheidsland. De AABN heft zichzelf op, na jarenlang met het KZA op voet van oorlog te hebben geleefd. Een geschiedenis vol onwil en misverstand, ruzie en roddel, politieke en persoonlijke veten.

ZATERDAG 15 OKTOBER heft de Anti- Apartheids Beweging Nederland (AABN) zichzelf op met een groot feest in het Amsterdamse Paradiso. Misschien komt daarmee een eind aan de jarenlange strijd tussen de Nederlandse comrades and friends van het ANC. Maar misschien ook niet. Want de Nederlandse Zuid-Afrika-beweging blijft diep verdeeld. Zelfs de aankondiging dat de AABN zichzelf spoedig zou opheffen, viel verkeerd. In het voorjaar van 1992 meende de Anti-Apartheids Beweging Nederland dat het de goede kant op ging in Zuid-Afrika. Na de eerste democratische verkiezingen heffen we ons op, liet de AABN via de pers weten. Het Komitee Zuidelijk Afrika (KZA) en de Werkgroep Kairos (‘christenen tegen apartheid’) waren pijnlijk verrast. 'Wij achten deze publiciteit schadelijk voor de vrijheidsstrijd in Zuid-Afrika’, schreven ze aan de AABN, want 'ten onrechte wordt bij de Nederlandse bevolking de indruk gewekt dat de strijd in Zuid-Afrika nu wel gestreden is.’ Het verloop van de besprekingen over de nieuwe grondwet bewees volgens KZA en Kairos dat 'niets minder waar’ was.
JARENLANG HEBBEN actievoerders kunnen kiezen uit een heel scala van landelijk werkende anti-apartheidsclubs. Het christelijke Kairos had een heel eigen doelgroep en achterban. De Boycot Outspan Actie (BOA), begonnen met protest tegen de import van Zuidafrikaanse sinaasappels, zonderde zich meer en meer af door zich te gaan richten op racisme in Nederland, de 'Europese wortels van de apartheid’. Het Azania-komitee steunde het elders in de Nederlandse Zuid-Afrikabeweging bepaald niet geliefde Pan-Afrikaanse Congres. En dan waren er nog clubs als het Defense and Aid Fund, dat zich met rechtshulp bezig hield, de vereniging van anti-apartheidsgemeenten Lota en de 'parlementariers tegen apartheid’, verenigd in Awepaa. Elk van hen had ten minste de schijn van een eigen bestaansgrond.
Maar de twee grootste organisaties, het KZA en de AABN, steunden beide het ANC en visten ook nog eens in dezelfde vijver: links Nederland. Dat die twee desondanks bijna twintig jaar lang maar niet tot elkaar konden komen, werd door haast niemand begrepen. Van meet af aan heeft er tussen de AABN en het KZA een diep wederzijds wantrouwen bestaan, en dat heeft in de loop der tijd tot een bijna ononderbroken reeks grote en kleine botsingen geleid. Ruud Bosgraaf, sinds 1989 medewerker van het KZA, herinnert zich bijvoorbeeld dat het KZA de AABN overhaalde een gezamenlijke mailing te verspreiden ter gelegenheid van de vrijlating van Nelson Mandela. Het KZA liet een foldertje drukken, maar in de tekst ervan bleek het streepje tussen 'Anti’ en 'Apartheid’ in de naam van de AABN te zijn weggevallen. Bosgraaf: 'Vernietigen en opnieuw drukken, eiste de AABN. Zo ver is het uiteindelijk overigens niet gekomen.’
AABN-veteraan Bart Luirink kent de verhalen. 'Sietse Bosgra (voorman van het KZA - ho) was er op een gegeven ogenblik achter gekomen dat Mandela een tussenlanding zou maken op Schiphol’, vertelt hij op zijn beurt. 'Dat hield hij geheim, maar hij zorgde er wel voor dat hij er zelf was, samen met een fotograaf, zodat hij de volgende dag in alle kranten stond, de indruk wekkend dat Mandela speciaal voor hem een tussenlanding had gemaakt.’
Wie zijn oor te luisteren legt bij de medewerkers van KZA en AABN, kan een oneindige serie van zulke kleinzieligheden optekenen - waar gebeurd of aan de kwaadwillende verbeelding ontsproten. Bosgraaf en Luirink zijn er niet trots op, maar ja, zegt Bosgraaf, 'zo ging dat in die tijd’. En Luirink biecht op ook wel eens zaken geheim gehouden te hebben om het KZA een hak te zetten. 'Heel kinderachtig, ja. Het was vlak nadat het KZA verhinderd had dat Conny Braam (voorvrouw van de AABN - ho) de grote, gezamenlijke anti-apartheidsdemonstratie in 1988 zou toespreken. Het luchtte me op om het KZA terug te pakken, dat vond ik lekker.’
Het ging ook wel eens om echt belangrijke zaken. Zo vochten in 1989 de AABN enerzijds en KZA en Kairos anderzijds een heftige ruzie uit over de meest gepaste reactie op de onthulling dat de Namibische bevrijdingsbeweging Swapo er martelpraktijken op nahield. De AABN vond dat KZA en Kairos zich halfhartig in bochten wrongen, KZA en Kairos vonden dat de AABN zich er met haar in krachtige bewoordingen gestelde afkeuring te makkelijk van afmaakte. Het KZA zorgde er bovendien voor dat het AABN-standpunt op vele ANC-kantoren bekend werd, in de - naar zou blijken: terechte - verwachting dat de AABN zich er niet geliefd mee zou maken.
Ook verschilden AABN en KZA van mening over de vraag wat er moest gebeuren na de vrijlating van Mandela. Het KZA hield lan ger vast aan de noodzaak van de economische en culturele boycot van Zuid-Afrika en ergerde zich eraan dat AABN'ers in debat gingen met de Zuidafrikaanse ambassadeur in Nederland, terwijl er een onderlinge afspraak bestond tussen AABN, KZA en Kairos om zulke contacten te mijden. AABN'ers verklaarden via een dagblad het standpunt van het KZA 'een beetje belachelijk’ te vinden.
Toch zijn de meningsverschillen - hoe hard en onfris ze soms ook werden uitgespeeld - nooit werkelijk onoverbrugbaar geweest. Op gezette tijden waren er mensen die het onderlinge gesprek weer op gang brachten. Soms viel daarbij het woord 'fusie’, maar steeds was duidelijk dat zoiets pas in de verre, verre toekomst aan de orde kon komen. Tot verder gaande afspraken dan: 'Als jullie in het voorjaar een campagne hebben, laat ons dan het najaar’, kwam het nooit. En niet zelden werden de gesprekken prompt afgebroken zodra een van de twee (meestal de AABN) iets ondernam wat de ander niet aanstond. Dan werd er per brief gewag gemaakt van 'het in de loop van de jaren langzaam opgebouwde vertrouwen’ dat 'in een klap dreigt te worden weggevaagd’ (KZA aan AABN in 1985), of van 'een bom onder de samenwerking tussen de anti- apartheidsorganisaties’ (AABN aan KZA in 1990), of van 'een doorkruising van de op gang gekomen gesprekken over toekomstige samenwerking’ (KZA en Kairos aan AABN inr 1992).
WIE DE OORZAKEN wil achterhalen van deze voortdurende twisten, moet terug naar het jaar 1975. Dat was het jaar dat Angola onafhankelijk werd. Sietse Bosgra vormde toen zijn Angola Comite om tot het Komitee Zuidelijk Afrika en begaf zich daarmee op het terrein dat ook werd bestreken door de vier jaar jonge AABN, waarvan ook toen al Conny Braam de spil was. In datzelfde jaar maakte de AABN een ernstige crisis door. De oprichter van de AABN, de Zuidafrikaan Berend Schuitema, bleek betrokken te zijn bij pogingen van de schrijver Breyten Breytenbach een soort blanke vleugel van het ANC op te zetten, Okhela geheten. De Zuidafrikaanse politie pakte Breytenbach op en de zaak werd opgeblazen. Op dat ogenblik bleek dat slechts een klein deel van de ANC-top van Okhela op de hoogte was, en deze ANC-factie delfde het onderspit tegen tegenstanders van een blanke ANC-vleugel. In haar boek De bokkeslachter beschrijft Braam de strijd die vervolgens ook in Nederland losbrak. Die liep erop uit dat de AABN zich aansloot bij de hoofdstroom van het ANC en dat Schuitema verdween.
In haar relaas maakt Braam niet of nauwelijks melding van de CPN, maar andere betrokkenen menen, terugkijkend op die tijd, dat de fronten in de strijd binnen de AABN langs partijlijnen liepen: CPN'ers tegen niet- CPN'ers. Net als in het ANC van die dagen, wonnen uiteindelijk de communisten de factiestrijd. Sinds 1975 bestond het bestuur van de AABN tot in lengte van jaren uit CPN'ers, en dat bepaalde het AABN-imago.
Uit de dossiers van het ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt inmiddels dat men ook in Den Haag beducht was voor de communistische invloed binnen de AABN. De Nederlandse ambassadeur in Pretoria vroeg in 1976 aan zijn superieuren: 'Ik zou gaarne vernemen of de leiding van de AABN in communistische handen is. Ik wil namelijk mijn geloofwaardigheid hier te lande niet riskeren.’ Den Haag antwoordde prompt dat 'de AABN met succes door de CPN werd geannexeerd. De laatste twee niet-CPN'ers in het bestuur traden onlangs daartoe gedwongen af.’
De link met de CPN heeft de verhouding tussen de twee grote anti-apartheidsgroeperingen geen goed gedaan. Vanuit de AABN werd vol wantrouwen gekeken naar de club van Bosgra - dat was 'een rare trotskist’, iemand met wie 'iets’ was. Het KZA op zijn beurt heeft de AABN lange tijd verdacht van een verborgen agenda, die werd opgesteld door de communisten in het ANC. Agententheorieen over en weer moesten de verdachtmakingen staven. Luirink ontkent overigens dat de AABN ooit geld of directieven van het CPN-bestuur heeft ontvangen. 'Een keer ben ik opgebeld door Ina Brouwer van de CPN. Dat was in 1988, voor de grote anti-apartheidsdemonstratie. Brouwer merkte op dat de lijst met sprekers naar haar smaak wat al te veel een PvdA-kleur had. Ik heb toen meteen gezegd dat ik van dat soort goede raad niet gediend was. En dat was dat.’
LUIRINK MEENT te weten dat KZA-medewerkers zich ten overstaan van het ANC wel eens neerbuigend hebben uitgelaten over 'die communisten van de AABN’. Maar dat werkte alleen maar averechts, zegt hij. 'AABN'ers werden door de inner circle van het ANC steevast comrades genoemd, terwijl de mensen van het KZA het met het minzame friends moesten doen.’
De AABN heeft inderdaad altijd een innige, ook persoonlijke band met het ANC en veel ANC'ers gehad. Vanaf het allereerste begin predikte zij 'onvoorwaardelijke solidariteit’ met het ANC en dat heeft jarenlang tot een vrij rechtlijnige politiek geleid: alle steun aan de bevrijdingsstrijd moest via het ANC lopen. De AABN was dan ook doorgaans uitstekend op de hoogte van wat er op het ANC-hoofdkwartier in Lusaka gebeurde, maar had veel minder banden met Zuid-Afrika zelf. Pas de laatste paar jaar is er ruimte ontstaan voor meerstemmigheid.
Dat is vooral het gevolg geweest van de grote culturele conferentie in 1987, Culture in Another South Africa. Voor die gelegenheid kwamen een paar honderd Zuidafrikanen naar Amsterdam, niet alleen de gestaalde kaders met wie de AABN doorgaans te maken had, maar ook anderen: musici, schrijvers, ballingen, maar ook mensen die Zuid-Afrika nooit eerder hadden verlaten. Luirink: 'Voor het eerst leerden we het ANC kennen als een levende beweging, met alle meningsverschillen van dien, zeker als het om spannende thema’s ging, zoals kunst en - later, tijdens de Malibongwe-conferentie - de positie van vrouwen en homo’s. Je merkte: hier wordt iets uitgevochten. Onze solidariteit bleef onvoorwaardelijk, maar intussen stelden we wel van alles aan de orde.’
Toch bleef de AABN een 'ouderwetse solidariteitsbeweging’, vindt KZA-medewerker Bosgraaf, 'een beweging met veel persoonlijke banden over en weer’. Het KZA heeft altijd ook met groepen binnen Zuid-Afrika gewerkt, buiten het ANC om. 'En het KZA is ook wat meer calvinistisch, zou je kunnen zeggen. Wij zamelden geld in via ons Bevrijdingsfonds, en dat geld, dat was onze band met het ANC.’
DAT DE AABN behalve met het KZA en Kairos ook ruzie kreeg met de ANC-ambassadeur in Nederland, Zolile Magugu, had dan ook niets met de AABN-koers te maken, maar was gewoon weer het gevolg van ordinair gekissebis: de AABN hield een eigen feestje op de dag dat Mandela geinaugureerd werd als president, terwijl het ANC ervan uitging dat er een afspraak bestond om dat gezamenlijk met de andere organisaties te doen. Vreemd was het wel: Magugu nodigde de AABN niet eens uit op zijn afscheidsfeestje, jongstleden juni.
De verbinding met de CPN, een unieke band met het ANC en zeker ook de eigenge reidheid van de AABN - het zijn allemaal redenen waarom de AABN en het KZA nooit echt vrede hebben kunnen sluiten. Maar de diepste reden ligt waarschijnlijk op het persoonlijke vlak: AABN-leidsvrouw Conny Braam en KZA-voorman Sietse Bosgra kunnen elkaar niet luchten of zien. Sinds eind 1990 weet heel Nederland dat. Bosgra liet zich toen in een gesprek met een journalist ontvallen dat Braam een 'lijfelijke’ relatie met ANC'ers had. De AABN was woedend, Bosgra verontschuldigde zich door te zeggen dat de uitspraak hem in de mond was gelegd, en Braam zelf onthulde enkele maanden later, in de Nieuwe Revu, wat de ware oorzaak van Bosgra’s faux pas zou zijn geweest: ooit had hij een blauwtje bij haar gelopen.
In een notitie voor intern gebruik beschreef Bosgra achteraf wat volgens hem de achter grond van de affaire was. 'Conny heeft een hekel aan me sinds het KZA in 1975 zijn activiteiten tot heel zuidelijk Afrika uitbreidde’, schreef hij met een kenmerkend mengsel van oude politieke ressentimenten en persoonlijke gevoeligheden. 'Zij meende dat de AABN het monopolie op anti-apartheidsactiviteiten toekwam. Tegelijk geeft ze toe dat de AABN nauwe banden met de CPN onderhield. Maar ze toont geen begrip voor het feit dat er ook mensen buiten de kring van de CPN zich tegen de apartheid willen keren.’
ZOUDEN DE AABN en het KZA zonder hun voorlieden wel tot een goed lopende samenwerking of zelfs een fusie hebben kunnen komen? Het valt niet mee aan die indruk te ontkomen. Bosgraaf van het KZA ontkent het, en AABN'er Luirink noemt het 'een sim plificatie’. Maar wie vervolgens de scheldpartij aanhoort waarin Luirink ontsteekt, krabt zich toch achter de oren. 'Hier bij de AABN heerst een volstrekt andere cultuur dan bij het KZA. Het is genieten versus soberen, Bourgondie versus Friesland. En die culturen zijn natuurlijk voor een groot deel bepaald door Braam en Bosgra.’ Ter illustratie vertelt Luirink dat Bosgra jarenlang de wijn die hij voor spreekbeurten kreeg door de gootsteen spoelde.
Maar vervolgens breekt hij echt los. 'Natuurlijk is Bosgra een belangrijke blokkade geweest. Iedere creativiteit van andere KZA'ers wordt gedood. Hij is echt een Ceausescu die ervoor zorgt dat niemand een hoger niveau haalt dan hijzelf.’ Luirink 'dankt God’ dat hij nooit in een kantoor heeft hoeven werken met het KZA. En, zegt hij, natuurlijk is er een hoop energie verspild aan de onderlinge twisten, maar het gescheiden voortbestaan heeft ook voordelen gehad. 'Elke club had zo haar eigen vertakkingen in de maatschappij, en bij elkaar heeft dat misschien wel meer opgeleverd dan we in gefuseerde vorm hadden kunnen bereiken. We hebben elkaar ook lekker aan- en opgejaagd.’
Tot die relativering is ook Bosgraaf graag bereid. 'De laatste twee, drie jaar zijn de scherpe kantjes er een beetje af. En we hebben bij tijd en wijle ook goed samengewerkt. Soms zaten we wel eens in elkaars vaarwater, maar er waren ook stilzwijgende afspraken over wie wat zou doen. Met mensenrechten hebben wij ons nooit erg bezig gehouden, terwijl de AABN nooit veel gedaan heeft aan bijvoorbeeld zoiets als de olieboycot. Voor lokale anti-apartheidsgroepen was dat wel verwarrend, die moesten soms bij de een, dan weer bij de ander zijn.’
DAAR LIJKT NU enige verandering in te komen. De Boycot Outspan Actie is inmiddels alweer een paar jaar ter ziele, het Defense and Aid Fund en de Lota hebben zichzelf opgeheven en het Azania-komitee timmert ook al enige tijd niet meer aan de weg. Maar vanuit AABN-kringen wordt momenteel gewerkt aan de oprichting van een zogenoemd Instituut voor Zuidelijk Afrika (IZA), dat zich bezig moet gaan houden met documentatie en advies. 'Het is de bedoeling dat dat een soort vraagbaak wordt voor bijvoorbeeld journalisten of zakenmensen of mensen in het onderwijs’, vertelt Ineke van Kessel, lid van het IZA-bestuur.
Het instituut neemt de documentatie mee uit de nalatenschap van de AABN en er wordt nu onderhandeld met het KZA over de vraag of dat niet bij het IZA wil intrekken. Maar, zegt Van Kessel, 'het IZA is uitdrukkelijk niet bedoeld als voortzetting van de solidariteitsbeweging. De leden van het bestuur hebben doelbewust geen van allen banden met de AABN of met het KZA of met welke anti- apartheidsclub ook. Het moet een onafhankelijk instituut worden.’ Het valt niet mee dat voor elkaar te krijgen. Niet eens zozeer vanwege allerlei oud zeer, maar ook omdat het IZA af wil van de oude gezichten. Van Kessel: 'De mensen die het aanzien hebben bepaald van de verschillende anti-apartheidsclubs moeten geen vooraanstaande rol gaan spelen in het IZA.’ Is de rol van Sietse Bosgra dus een struikelblok? Van Kessel wil het niet gezegd hebben, maar duidelijk is dat de onderhandelingen met het KZA niet erg soepel verlopen.
Kairos noemt zich intussen niet meer 'christenen tegen apartheid’, maar 'oecumenisch advies- en informatiecentrum Zuid-Afrika’. Hun eerste reactie op de IZA-plannen: 'Maar zoiets bestaat toch al?’