Hoofdcommentaar: Gedoogbeleid

Het einde van het gedogen

«Voorlopig blijf ik op 15 mei thuis», aldus de dreigende uitlui van Paul Scheffers lange boutade versus de «verloren jaren van Wim Kok» in de NRC van afgelopen zaterdag. Dat was even slikken. Was hier dezelfde Paul Scheffer aan het woord die de afgelopen twee decennia namens het wetenschappelijk bureau van de PvdA de ene na de andere studie schreef over burgerzin en «civil society»? Dezelfde Paul Scheffer die acht jaar geleden op een haar na op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer belandde namens diezelfde PvdA? En nu dan opeens niet meer stemmen op 15 mei, althans, «voorlopig» niet? Bange vragen dienden zich aan. Als zelfs deze vooraanstaande sociaal-democraat er na amper honderd jaar algemeen kiesrecht alweer tabak van heeft, hoe zou het dan in vredesnaam zijn gesteld met de rest? Spoeden de opkomstpercentages zich straks tot onder de miezerige tien procentgrens?
Het vreemde aan het stuk van Scheffer is dat het helemaal niet zo antiparlementair is als dat dramatische slotakkoord zou doen vermoeden. Zelfs met die «verloren jaren van Kok» blijkt het reuze mee te vallen. Scheffer spreekt zelfs van Koks «onmiskenbare verdiensten». Het grootste verwijt dat hij de scheidende premier maakt, is dat deze «geen bijdrage heeft geleverd aan de meningsvorming over de multiculturele samenleving». Maar legitimeert dat in een klap een radicale breuk met de parlementaire democratie? Bovendien: deed Kok toch niet geregeld zijn duit in het multiculturele zakje? Was de demonstratieve tulband op het hoofd van de premier op vredesmissie tijdens de bange dagen van de Afghaanse oorlog niet al een multicultureel statement op zich?
Daarnaast barst het land toch al uit zijn voegen van de opvattingen over de multiculturele samenleving, niet in de laatste plaats door toedoen van Scheffer zelf, die vorig jaar «de Multiculturele Tragedie» proclameerde en daarmee de aanzet gaf tot de etnocentrische revolte van Wilhelmus Fortuyn c.s. Ondertussen snakt men naar een politicus die géén opvattingen heeft over de multiculturele samenleving.
Dat Scheffer in zijn jongste pennenvrucht niet alleen Kok, maar de gehele parlementaire democratie de wacht aanzegt, is exemplarisch voor de tijdgeest die hij juist aan de kaak wil stellen. Nu de nadagen van de «purple reign» zijn aangebroken, wordt het geestelijk klimaat van het Koninkrijk der Nederlanden gekenmerkt door een ongekende behoefte aan pathos. Het is het nieuwe evangelie van de Duidelijkheid. Er is een acute allergie jegens het consensusmodel. Consensus is saai, strijd is sexy. Zo veranderde wat tot voor kort een van de meest slaapverwekkende naties ter wereld was in een uitzinnige politieke schiettent die tot ver over de landsgrenzen de aandacht trekt. Een voor een vallen de politici ten prooi aan een soort electorale razernij. Wie tegenwoordig wil meetellen, dient ten aanval te trekken. Dus daarom: weg met het gedogen! De multiculti’s overboord! Weg met de moslimscholen! Kankerpatiënten uit de WAO!
In zijn in Buitenhof behandelde essay omschrijft Scheffer deze Nieuwe Beeldenstorm plastisch als «onbehagen in de democratie». Dat onbehagen, zo schrijft hij, dient gehonoreerd. Hij pleit voor het op de helling zetten van het gedoogbeleid, dat «onzekere mensen» zou produceren. Scheffer: «Gedogen kan worden verdedigd als overgangsfase tussen een verbod van vroeger en een wettelijke regeling in de toekomst. Men kan zich wel tijdelijk in een schemerzone van de wet bewegen, maar het langdurig ontlopen van regels ondermijnt het vertrouwen in de rechtsbeginselen. (…) Het gedogen heeft een grens bereikt en maakt de samenleving onvrijer.»
Scheffer slaat zijn lezer met dat soort fatale paradoxen om de oren, maar gaat gemakshalve voorbij aan de politieke implicaties van zijn betoog. Een huis-, tuin- en keukenvoorbeeld: met meer dan een miljoen tevreden rokers is de Nederlandse cannabisbranche natuurlijk hard toe aan legalisering. Niet alleen de consument, ook de in de Bond voor Cannabis Detaillisten ver enigde coffeeshophouders zitten te snakken naar normalisering van hun bedrijfstak. Het is inderdaad van een tergende hypocrisie om mensen op te sluiten die handelen in een product dat zo massaal en zo probleemloos wordt geconsumeerd.
Realiteit is echter ook dat het Duitse en Franse drugsbeleid nog steeds uit het stenen tijdperk stammen en onherroepelijk maatgevend zullen zijn voor het Nieuw Europees Peil. Wettelijk heeft Nederland binnen de EU geen poot om op te staan voor een separate legaliseringspolitiek. Om Berlijn en Parijs te gerieven zullen die coffeeshops toch echt dicht moeten. Het CDA roept roomser dan de paus zelfs al om een algemeen blowverbod in de Hollandse huiskamer.
De enige speelruimte is en blijft gedogen. Als het gedogen niet meer wordt gedoogd, wordt alles wat sinds de jaren zeventig is bedacht om de drugsconsumptie te reguleren en te controleren in een klap bij het grof vuil gezet. De drugswereld gaat dan weer geheel ondergronds, met alle enorme gevaren — met name voor de jeugd — van dien. Tegen de tijd dat Nederland dan in de ban is van een tweede heroïne-epidemie (als in de jaren zeventig) zal Paul Scheffer in een groot essay het Derde Zakenkabinet-Fortuyn wellicht oproepen tot het «nieuwe gedogen». Wie weet geeft hij dan weer de schuld aan Kok. Die heeft het in zijn politieke testament tenslotte ook al over het «einde van het gedogen».