Het einde van het russische leger

Het gaat niet goed met het Russische leger. Het moreel is er even laag als de salarissen, maar Jeltsin weigert er iets aan te doen. Het nieuwe Rode Gevaar: oververmoeid personeel bewaakt de knop van de nucleaire installaties.
1998 WORDT CRUCIAAL voor het voortbestaan van het Russische leger. De overgrote meerderheid van de officierscontracten loopt af in mei van dat jaar. Deze contracten waren in 1993 ingevoerd om het leger een ruggegraat van beroepskrachten te geven en het moreel van de troepen weer op te krikken.

Het voormalige sovjetleger was in rap tempo uiteengevallen en het in 1992 ingestelde nieuwe Russische leger moest uit de resten daarvan worden opgetrokken. Een stabiele kern van honderdduizend contractmilitairen zou de alomtegenwoordige diefstal, corruptie en desertie tegengaan, zo meende het parlement. De toenmalige minister van Defensie Gratsjov liet hoera-propaganda verspreiden over de in gang zijnde verbeteringen. Alles was beter en zou nog beter worden, zo verzekerde hij.
Nu, vier jaar na dato, zijn de omstandigheden in het leger nog immer bar en boos. Een groot deel van de officieren overweegt volgend jaar het contract niet te verlengen. Een deel is reeds vertrokken, voor het merendeel jongeren. Van de overgebleven officieren meent 95 procent dat men onmogelijk van het salaris kan rondkomen, terwijl 96 procent geen andere bron van inkomsten heeft. De meer gelukkigen hebben een eigen volkstuin of houden varkens in hun garage, ongelukkigen zamelen flessen in of bedelen. Vijfhonderd officieren pleegden vorig jaar zelfmoord omdat zij de schande van armoede niet langer konden verdragen.
Het moreel binnen het officierscorps is momenteel buitengewoon laag, zo bevestigt de top van het ministerie van Defensie. Voormalig chef van de generale staf generaal Samsonov schat dat zeventig procent van de officieren op termijn weg wil, terwijl twintig een onmiddellijke uittreding zou overwegen. Ook zonder het dreigende rampjaar 1998 loopt het legerkader zo snel leeg dat er binnen een of twee jaar geen vervangers meer zullen zijn voor de grote groep veteranen die tegen hun pensionering aanhikken.
Ex-minister Igor Rodionov voorspelde begin dit jaar dat rond 2003 het leger als gevechtseenheid zal zijn opgehouden te bestaan. ‘Dat zou betekenen dat het land zijn verdedigingscapaciteit volledig verliest.’
Dit sombere beeld contrasteert hevig met de toekomstplannen van de politieke top. Jeltsin en de zijnen willen een leger dat na een periode van inkrimping en bezuiniging vanaf het jaar 2001 volledig bestaat uit gemotiveerde contractmilitairen. Na 2010 moet het leger volledig toegerust zijn om de militaire behoeften van Rusland te bevredigen.
Het ministerie van Defensie heeft vrijwel geen middelen om de dreigende legercrisis te bezweren. De tekorten lopen op met ongeveer 2 biljoen roebel per maand. De totale schuld van het ministerie in het fiscale jaar 1996 bedroeg 34 biljoen roebel, waarbij aangetekend moet worden dat het nog tien biljoen tegoed had van de door de staatsbegroting 1996 toegekende 104 biljoen roebel. De crediteuren bestaan voornamelijk uit leveranciers van goederen en diensten en eigen militair en burgerpersoneel. Het ministerie wijt dit aan het feit dat er zo weinig wordt uitbetaald uit de staatsbegroting. Zo werd voor het eerste kwartaal van 1997 slechts veertig procent van het voedselbudget en twee procent van het kledingbudget overgemaakt. Tegelijkertijd vindt het ministerie wel de middelen om de eigen top op reis te sturen van hot naar her. Het ministerie geeft toe dat vanuit een boekhoudkundig standpunt 'de budgetfondsen niet worden gebruikt als bedoeld’. Maar het ziet daar geen probleem in omdat de fondsen nog immer worden ingezet voor de heilige zaak: de verdediging van het moederland.
De achterstanden in het uitbetalen van de militaire inkomens hebben inmiddels geleid tot de instelling van legerstallen en legerkassen om in de voedselbehoefte te voorzien. Er zijn legerkwekerijen van exotische bloemen waarmee men contanten probeert te verwerven. In legerwinkels wordt allerhande materieel verkocht.
OOK DE VERHOUDINGEN in het leger zijn aangetast. Van hogerhand worden op informele bijeenkomsten 'niet-traditionele’ omgangsvormen met ondergeschikten aangeraden. Er dient een oogje te worden dichtgeknepen als het lagere personeel onder werktijd elders zwart bijwerkt zolang het zich in ruil daarvoor rustig houdt en zijn minimale taken blijft vervullen. Een groot aantal generaals doet ongeveer hetzelfde maar dan in het groot - en waarschijnlijk zonder expliciete toestemming van de hoogste leiding.
Spectaculaire gevallen van fraude komen dan ook met grote regelmaat aan het licht. Generaal Semjonov verwierf zich een huis voor een achtste van de prijs, onder meer middels valsheid in geschrifte. Zijn rechterhand generaal Teretjev was betrokken in een hele reeks schimmige deals met appartementen. Generaal Kobets wordt ervan verdacht steekpenningen te hebben aangenomen, waaronder een datsja ter waarde van 300.000 dollar. En in april werd een illegale wapenlevering van Rusland aan Armenië ontdekt ter waarde van ongeveer een miljard dollar. De levering bestond uit onder meer tanks en kernraketten (zonder kernkoppen) en wordt op het conto van corrupte legerbonzen geschreven. De wapentransacties in Tsjetsjenië, waarbij het materieel van gehele divisies tegelijk door Russische commandanten werd verkocht aan de rebellen, verbleken hier nog bij.
EX-MINISTER RODIONOV, aangesteld door Jeltsin om orde op zaken te stellen bij het ministerie, drong herhaaldelijk aan op ontslag van de rotte appels uit de legertop. Hijzelf ging slechts over lagere benoemingen. Jeltsin echter laat frauderende generaals in de regel op hun plek tot het moment dat hij het politiek opportuun acht hen te ontslaan en te laten vervolgen. Met deze aanpak dreef hij Rodionov tot wanhoop. Hij liet zich ontvallen: 'Wanneer werkelijk niemand dit soort onheil - speculatie, omkoping, diefstal - bevecht, heeft zelfs een eerlijk persoon nog maar twee keuzes: zich bij de dieven aansluiten of weggaan. Daarom is het gewoon een plicht ertegen te vechten.’
Volgens Rodionov zijn de gevolgen van de verloedering van het leger ontzettend. Hij deed vele pogingen Jeltsin te doordringen van zijn zwarte analyses, maar kreeg slechts mondjesmaat toegang tot de president. Rodionov klaagde publiekelijk dat de politieke top hem volledig negeerde. Zelfs de directe telefoonverbinding met Jeltsin functioneerde eenzijdig. Als Jeltsin belde, wat dus zelden gebeurde, nam de minister zelf de hoorn op; als de minister de president belde, kreeg hij steevast een willekeurige medewerker aan de lijn.
In februari luchtte Rodionov tijdens een persconferentie zijn hart, en zijn openbaringen logen er niet om. Naar zijn mening waren de strijdkrachten reeds zo gedesintegreerd dat in de zeer nabije toekomst de Russische raketten en nucleaire systemen oncontroleerbaar zouden zijn. Door een tekort aan satellieten kon het leger slechts enkele uren per dag buiten de Russische grenzen surveilleren, tegenover een non-stopbewaking door de Verenigde Staten. Het geavanceerde materieel dat in het voormalige Oostblok stond opgesteld, was bij de terugtrekking eenvoudigweg 'verdwenen’, evenals vele getrainde militairen. Ervoor in de plaats was laaggekwalificeerd personeel gekomen en sterk verouderd materieel. 'In deze situatie met betrekking tot moreel, financiën en materiaal kunnen oncontroleerbare processen ontstaan’, waarschuwde Rodionov. Als voorbeeld noemde hij de controlediensten, die gedraaid worden door mensen die niet zelden psychisch zijn gebroken door het systematisch uitblijven van hun salaris.
De krant Nezavisimaja Gazeta concludeerde na Rodionovs uitbarsting dat er nog slechts twee mogelijkheden restten: of Rodionov vloog eruit of Jeltsin zou eindelijk aandacht krijgen voor de noden van het Russische leger. Jeltsin ontsloeg de minister eind mei. In zijn plaats kwam als voorlopig minister generaal Sergejev, commandant van de nucleaire strijdkrachten, die dus volgens Rodionov uiteenvielen. Sergejev dient nu het leger tot de gewenste compacte eenheid te smeden, met de nucleaire wapens op de achterhand voor de afschrikwekkende uitstraling.
Het ontslag van Rodionov was overigens niet alleen te wijten aan zijn kritiek op Jeltsins laksheid. Het punt waar het om draaide, was eenvoudig geld. Jeltsin wilde dat Rodionov het leger zou laten afslanken en verbeteren zonder dat het de staat een kopeke extra zou kosten. Hij eiste dat het aandeel van het leger in de staatsbegroting terug moest van vijf procent naar minder dan vier procent, maar voor de daartoe benodigde ombuigingsoperatie weigerde hij middelen ter beschikking te stellen. Rodionov meende dat onder deze voorwaarden hervormingen onmogelijk waren. Jeltsin voerde vervolgens de druk op door te doen alsof het leger al was ingekrompen volgens plan: hij liet aan Defensie nog slechts dat bedrag uitkeren dat het na de beoogde afslanking zou hebben ontvangen. Ziehier een van de oorzaken van de financiële crisis in het leger, naast de spilzucht van het ministerie van Defensie zelf.
JELTSIN LAAT HET NIET bij financiële druk om het leger tot inkrimping te bewegen. Hij vernedert regelmatig de legerbonzen door ze af te schilderen als conservatieve obstakels die slechts uit zijn op eigen gewin, hij laat niet na daarbij namen te noemen van frauderende generaals. Door deze aanpak krijgt het leger een immer slechtere naam.
Ook de instelling van de Defensieraad in juli 1996, tegelijk met de benoeming van Rodionov, was een strategisch middel van Jeltsin. Het nieuwe orgaan had slechts één doel: afdwingen van de beoogde kostenbesparende hervormingen in het leger. Joeri Batoerin, secretaris van de Defensieraad, kwam herhaaldelijk in botsing met Rodionov. Rodionov stelde Jeltsin ook nog voor de Defensieraad op te heffen, maar werd zelf ontslagen. Hij concludeert dan ook dat Batoerin de feitelijke bestuurder van het ministerie is.
Jeltsin weet bovendien de traditionele vijandschap tussen het ministerie van Defensie en dat van Binnenlandse Zaken heel goed uit te spelen. Die animositeit dateert uit de sovjettijd en bereikte tijdens de oorlog in Tsjetsjenië een nieuw hoogtepunt. Beide ministeries verweten elkaar het mislukken van de operatie. In februari van dit jaar promoveerde Jeltsin de minister van Binnenlandse Zaken, generaal Koelikov, tot vice-premier onder Tsjernomyrdin, een stap die hij later gedeeltelijk terugdraaide door boven Koelikov in maart twee eerste vice-premiers te benoemen, Tsjoebais en Nemtsov. Niettemin was Koelikov door zijn benoeming boven de generale staf komen te staan. De generale staf reageerde ingehouden geïrriteerd, waarop eind mei de chef van de staf, Samsonov, tegelijk met Rodionov zijn ontslag aangezegd kreeg.
Een laatste hulpmiddel in Jeltsins strijd tegen het topzware leger bestaat uit zijn opwaardering van allerhande semi-militaire instanties, zoals de troepen van de ministeries van Binnenlandse Zaken, de Federale Veiligheidsdienst, de Federale Grensdienst en de Federale Dienst voor Overheidscommunicatie en Informatie. Vijftien ministeries hebben hun eigen troepen en daar zijn reeds 12.000 officieren uit het leger naartoe overgelopen. Een derde van de Russische generaals heeft intussen een plek gevonden bij deze pseudo-legers. De omvang van deze troepen bedraagt naar schatting achthonderdduizend man, terwijl het Russische leger zo'n twee miljoen soldaten en officieren telt. Deze instanties hoeven niet te bezuinigen, zij groeien gestaag. Zij betalen de salarissen op tijd uit en betalen bovendien meer. Bovendien mogen zij in het buitenland geavanceerde militaire apparatuur aanschaffen.
Al deze maatregelen moeten de legertop duidelijk maken dat het Jeltsin ernst is met zijn hervormingsdrang. Rodionov echter meent diepere bedoelingen te ontwaren bij de politieke leiding van Rusland: 'Als de politici het leger zo verwaarlozen, is er slechts één mogelijke conclusie: ze zijn bezorgder over interne bedreigingen dan over externe.’
Generaal Rochlin, voorzitter van de defensiecommissie van de Doema en lid van de regeringspartij van premier Tsjernomyrdin, schreef in een open brief in de Pravda eind juni dat hij onder de huidige voorwaarden niet kan instemmen met de bezuinigingen op het leger. Hij meent dat verzet geboden is. Hij waarschuwt ervoor dat Rusland binnen vijfentwintig jaar zijn Verre Oosten en Siberië tot aan de Oeral zal kwijtraken. Minister Sergejev beschuldigde Rochlin prompt van het aanzetten tot muiterij. Rochlin organiseerde vervolgens begin juli een vergadering met uitgesproken tegenstanders van Jeltsin, onder wie enkele coupplegers, en richtte een steuncomité op voor het leger. Het comité eist maatregelen die een eind maken aan het 'verval van het leger en de defensie-industrie’, en wel voor 15 september. Een meerderheid van het parlement verklaarde zich daarop solidair met het comité.
HET VERWIJT AAN het leger dat het te omvangrijk en te verkwistend is, bestaat in Rusland al sinds mensenheugenis. In de tijd van de Sovjetunie was een hervorming lange tijd echter onbespreekbaar. Het zogeheten militair-industrieel complex werd door de opeenvolgende secretarissen-generaal de hand boven het hoofd gehouden. Pas na de ineenstorting van het Rijk kwam een voorzichtige discussie op gang. Zo schreef de Nezavisimaja Gazeta in januari 1993: 'Het is òf het militair-industrieel complex òf het welzijn van het volk. Er is geen andere keuze. (…) Maar onze democratische leiders en vrije pers blijven bedeesd stil, klaarblijkelijk rekenend op een compromis met het militair-industrieel complex, de maatschappij verdoemend tot experimenten waarvan de onvruchtbaarheid reeds tevoren bekend is.’
Jeltsin lijkt nu eindelijk een serieuze poging te ondernemen om het leger te laten inkrimpen. Om dit te bewerkstelligen stelt hij echter zoveel nieuwe pseudo-militaire troepen in dat de begroting er per saldo niet zoveel mee op zal schieten, mocht zijn project al lukken. Daarnaast werkt zijn financiële druk averechts. Niet de top van het ministerie van Defensie lijdt onder de bezuinigingen maar het legerpersoneel, zodat de onvrede met de dag groeit. Een onvrede die verder toeneemt door Jeltsins stroom van schimpscheuten. Van het symbool van een trotse grootmacht is het leger nu het symbool van een ziekelijke armoedzaaier geworden.
Met rasse schreden nadert het jaar 1998 waarin de botsing tussen Jeltsin en het leger tot een climax dreigt te komen. In plaats van een ingekrompen leger lijkt er een ingestort leger zonder getrainde kaders uit de strijd te zullen komen. De door Jeltsin gewenste eenheid van gemotiveerde contractmilitairen is verder weg dan ooit, en de tijd die de Russische president rest om de situatie ten goede te buigen, is gering. De demoralisatie en onvrede in het leger zitten te diep om in enkele maanden op te lossen. Waarschijnlijk kan alleen een grote zak geld en een waslijst van onmiddellijke verbeteringen uitkomst bieden, maar dat zou betekenen dat Jeltsin moet erkennen het gevecht te hebben verloren - iets wat hij uiterst zelden doet. Wel heeft hij de regering opdracht gegeven om binnen twee maanden de achterstand in salarisuitbetaling van het leger, omgerekend 860 miljoen dollar, in te lopen.
Ex-minister Rodionov houdt het erop dat het leger zal verdwijnen. 'Niemand geloofde dat de Sovjetunie, het Warschaupact en het Sovjetleger uiteen zouden vallen, maar het gebeurde allemaal. En nu stevent het land af op het verlies van zijn defensieve vermogens.’
Volgens generaal Grisjin zal het niet tot een staking of een staatsgreep komen, omdat het leger zich gebonden voelt aan zijn eed. Hij voorziet wel een algeheel verval in de discipline die zich uit in nog meer corruptie, slemppartijen en zelfmoorden. De verdere verloedering zal ertoe leiden dat ook de laatste capabele militairen vertrekken naar de nieuwe stipt betalende eenheden of naar de maffia. Binnen de onderwereld bestaat inmiddels een netwerk van ex-officieren die voormalige collega’s aan een goedbetaalde baan helpen. De enige voorwaarde die aan de ex-militairen wordt gesteld, is dat ze bereid moeten zijn wapens te gebruiken, een bereidheid die velen in Tsjetsjenië reeds om even zinloze redenen hebben moeten tonen. De uitloop van het leger militariseert derhalve de reeds gewelddadige Russische samenleving almaar verder, en het gevaar van bendeoorlogen en burgeroorlogen op kleine schaal neemt alleen maar toe.
Voor het Westen zijn naast de groei van de internationaal opererende maffia met name de desintegrerende nucleaire strijdkrachten een bron van zorg. Het is niet onvoorstelbaar hoe oververmoeid personeel, dat zich afbeult met koeien melken en kassen bijhouden, na een inschattingsfout nucleaire raketten afschiet richting buitenland. Er zijn al enkele bijna-ongelukken bekend. De nucleaire raketten kunnen echter evengoed op hun basis in Rusland zelf exploderen. De installaties zijn bijvoorbeeld niet bestand tegen extreme temperatuurschommelingen, maar voor een permanente verwarming van de kazernes ontbreekt het het leger aan kolen. Omdat de rekeningen niet worden betaald, arriveert de brandstof zeer onregelmatig, zodat explosies voortdurend dreigen.
Generaal b.d. Lebed meent dat het atoomwapen een wapen voor de zwakken is. Hij vergelijkt het met een laatste handgranaat. 'Men trekt de ring eruit en men stelt hem op scherp met de vuist. Zo laat men zichzelf in de lucht vliegen, en de omstanders daarbij. Zodat men in het hiernamaals niet zo eenzaam is.’