Heel onverantwoord ook gedraagt zich de Nederlandse pers. Tenminste, als we de rap toenemende golf klaagverhalen moeten geloven die opstijgt uit het landsbestuur. Nadat eerder Jozias van Aartsen en Frits Bolkestein hun irritaties hadden laten blijken over het informatietijdperk, besloot Wim Kok tot het opstellen van een deltaplan ter regulering van het ongewenste woord. Kok beraamt een ware coup in medialand door de voorlichting van de ministeries voortaan in handen te geven van een groot centraal voorlichtingsapparaat, te besturen door de Rijksvoorlichtingsdienst. De toch al ongelijke verhoudingen tussen de voorlichtings- en pr-industrie (30.000 koppen sterk) en de journalistiek (9000 beoefenaars rijk) lijken zo helemaal scheef te worden getrokken. Afgelopen maandag werd in perscentrum Nieuwspoort gedebatteerd over dit nieuwe tijdperk van gereguleerde informatie. Dit ter ere van het afscheid van Henk Kool van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten. Kool maakte ooit naam als stadsverslaggever van NRC Handelsblad, maar vergooide zijn leven aan de Haagse stadspolitiek en organiserend werk bij de vakbond en het Haagse open forum De Debatterij. Ter ere van zijn definitieve overstap naar de politiek werd er in Nieuwspoort gedebatteerd over het boek Voetangels voor kopstukken, waarin onderzoekster Joyce Hes op grond van interviews met onder anderen Winnie Sorgdrager, Elizabeth Schmitz, Aad Kosto, Ernst Hirsch Ballin en Frits Korthals Altes een redelijk apocalyptisch beeld schetst van de invloed van de media op het politieke bestel, in eerste plaats op het terrein van Justitie. Hes meent dat zowel ministers, kamerleden als ambtenaren van Justitie veel te veel de oren laten hangen naar de Vierde Macht, die van de media, die ze beschuldigt van gewetenloosheid en gebrek aan moraal. Hes pleitte in Nieuwspoort voor het invoeren van een ‘kwaliteitskeurmerk’ voor fatsoenlijke media. Het toegenomen aantal televisiezenders zet de beleidsmakers in Den Haag in haar ogen onder steeds grotere druk, waardoor politieke initiatieven steeds meer dreigen te worden ingegeven door het gesundes Volksempfinden. Juist op het terrein van Justitie, dat als geen ander op de aandacht van de media mag rekenen, dreigen ‘de media’ een allesbesturende, maar nauwelijks gecontroleerde oppermacht te gaan vervullen, aldus Hes. Met name Winnie Sorgdrager - toen nog minister - stort in haar boek haar hart uit over de media. ‘Je kan het nooit goed doen’, aldus Sorgdrager. ‘Als je zegt: “Het ministerschap is een emotioneel vak”, ben je als persoon “niet stabiel genoeg”. Als je zegt: “Ik heb even geen zin in de pers”, ben je “gebroken”.’
Toch maakt Hes’ boek ook duidelijk dat het Justitie-bastion toe was aan verhoogde publicitaire druk. In de vroegere beslotenheid van dit bastion groeiden wel heel eigenaardige gewassen. Wat te denken bijvoorbeeld van de vroegere ministeriële topman Mulder, die de Maagdenhuisbezetting van 1969 naar geheel zelf gefabriceerd conspiratief gedachtegoed blijkt te hebben beschouwd als een complot van de Chinese heroïnemaffia? Dit soort ‘notoire gekken’ deelden lange tijd de lakens uit in en om het OM. Nog vers in gedachten liggen de pogingen van hetzelfde OM onder leiding van Docters van Leeuwen om het journalistenduo Krikke en Müter te benoemen tot RaRa-terroristen. De inmiddels naar de beurspolitie uitgeweken Docters van Leeuwen heeft dienaangaande overigens beterschap beloofd.
Tijdens het debat in Nieuwspoort kwam oud-minister Frits Korthals Altes overigens nog met een paar interessante ontboezemingen. Zo zou hij zijn privé-belangen nooit willen uitbesteden aan het Openbaar Ministerie. Ook nam de oud-minister, tegenwoordig voorzitter van de Senaat, het op voor drugstycoon Etiënne U., die zijns inziens ‘uiterst onheus’ is behandeld door het OM.
Publiciteitsgeile officieren van justitie, zoals het inmiddels gescheiden koppel Teeven en Witteveen die tijdens hun kruistocht tegen de Hakkelaar c.s. wekelijks hun bevindingen bijhielden in Vrij Nederland, kunnen ook op weinig waardering van Korthals Altes rekenen. In regulering van de pers ziet Korthals Altes al helemaal niets. Hij verklaarde iedere politicus een gang naar de Raad voor de Journalistiek te ontraden. ‘De pers is vrij, daar moet je niet over klagen.’ De verdrukte media krijgen in hun strijd om het naakte bestaan nog steun van onverwachte vrienden.