Voor wie is Al-Jazeera?

Het enfant terrible van de Arabische media

Het Arabische tv-station Al-Jazeera is minder objectief dan de professionele nieuwsvoorziening doet vermoeden. Dan weer bedient het geldschieter Qatar, dan weer kiest het de kant van al-Qaeda, Hezbollah en Hamas. En nu van de Moslimbroeders in Egypte.

Medium aljazeera

Al-Jazeera schreeuwt al maanden moord en brand. De Egyptische interim-regering voert een verbeten strijd tegen de bekendste pan-Arabische satellietzender ter wereld. Na invallen in juli in het kantoor in het mediapark van Caïro en de arrestatie en op borgtocht vrijlating van bureauchef Abdel Fattah Fayed werden op 31 augustus opnieuw vier journalisten van Al-Jazeera opgepakt en drie het land uitgezet. Het Egyptische kantoor werd gedwongen de deuren te sluiten. Diverse prominenten riepen de Egyptische satellietprovider Nilesat op om Al-Jazeera uit het zenderpakket te halen. Maar het 24-uurs-nieuwsnetwerk weet in Egypte toch nog steeds uit te zenden.

De berichten over de invallen en arrestaties gingen de hele wereld over en werden door Al-Jazeera aangevoerd als bewijs van het ondemocratische karakter van het ‘militaire bewind’ in Caïro. Wat Al-Jazeera naliet te vertellen was de aanleiding voor de uitzetting van de journalisten. Die gebeurde op aandringen van de Egyptische rechtbank na herhaaldelijke klachten van zowel de Egyptische overheid als Egyptische burgers over onheuse berichtgeving, ophitsende taal en het verdraaien van de feiten.

Concrete aanleiding was Al-Jazeera’s hitsige berichtgeving over de politieke ontwikkelingen in Caïro: het afzetten van de Egyptische president Mohammed Morsi, de installatie van de interim-regering onder leiding van hoge rechter Adly Mansour en het daarop volgende geweld tussen Moslimbroeders en het leger en de politie. Al-Jazeera sprak in termen van ‘bloedbaden’, ‘massamoorden’ en ander afschuwelijk geweld tegen ‘geheel vreedzame Moslimbroeders’.

Niet alleen de machthebbers keerden zich tegen de nieuwszender, begin juli deelden boze televisiekijkers folders uit rond het hoofdkantoor met daarop afbeeldingen van een hand die droop van het bloed en slogans als ‘De makers van het nieuws’ en ‘Opruiing en de andere opruiing’, een parafrase van Al-Jazeera’s motto ‘de opinie en de andere opinie’.

Tijdens de opstanden deze zomer werden de miljoenen anti-Morsi-demonstranten nauwelijks in beeld gebracht. Soms werd de microfoon, openlijk in beeld, bij demonstranten weggetrokken als zij kritiek op Morsi uitten of het voor het leger opnamen. Toen op 30 juni massaal tegen president Morsi en de Moslimbroederschap werd gedemonstreerd – volgens schattingen gingen 17 tot 25 miljoen Egyptenaren de straat op – onderbrak Al-Jazeera zijn berichtgeving voor een live gesprek met een Syrische dissident. De nieuwszender berichtte uitgebreid over aanvallen op vreedzame pro-Morsi-demonstranten, maar toonde niet de beelden van andere Arabische satellietzenders (zoals ontv, DreamTV, Sky News Arabic en bbc Arabic) waarop te zien was hoe sommige Morsi-aanhangers wel degelijk met mitrailleurs en messen door de straten trokken. Ook aan de aanvallen op kerken en de Koptisch-christelijke minderheid werd nauwelijks aandacht geschonken.

Niet zelden bleek het nieuws incorrect of zwaar overdreven, zoals in het geval van de emotionele berichten over het gebruik van zwaar geweld door Egyptische veiligheidsdiensten tegen aanhangers van de Moslimbroederschap op het Sfinxplein in Caïro. Op andere zenders toonden lokale burgerjournalisten via live beelden aan dat er op dat plein geen Moslimbroeder te vinden was. Omwonenden belden in met de boodschap dat de straten verlaten waren. Maar Al-Jazeera weigerde zijn fout te erkennen.

Het incident stond niet op zichzelf. Steeds meer Egyptische televisiekijkers waren openlijk verontwaardigd over de partijdige berichtgeving. Op internet werd gediscussieerd en verschenen spotprenten en YouTube-filmpjes waarop de partijdigheid van Al-Jazeera vaak op ludieke wijze aan de kaak werd gesteld. Op 11 juli publiceerde het toonaangevende blad Foreign Policy een artikel met als kop Al Jazeera’s Awful Week: How the Voice of Arab Freedom Became a Shill for Egypt’s Islamists. Daarin werd Fadi Salem aangehaald, een in Dubai wonende deskundige op het gebied van Arabische media, die openlijk stelt dat ‘veel redacteuren en presentatoren van Al-Jazeera Arabi (het Arabische kanaal van Al-Jazeera – ms) de facto sympathisanten van de Moslimbroederschap zijn’. Volgens Salem is dit terug te zien in ‘de pro-islamistische berichtgeving van de zender van de afgelopen twee jaar, waarin zwaar geleund wordt op een combinatie van opwinding, bloedige scènes en islamitische commentatoren’. Ruim twintig stafleden van Al-Jazeera vertrokken in de weken na de val van Mohammed Morsi uit onvrede over de koers van hun werkgever. Al-Jazeera-correspondent Haggag Salama legde zijn positie neer en beschuldigde de nieuwszender van ‘het uitzenden van leugens en het misleiden van kijkers’. Ook Al-Jazeera’s populaire gezicht Karem Mahmoud zegde zijn baan op, uit onvrede over de redactionele voorschriften ten aanzien van de duiding van de ontwikkelingen in Egypte.

In feite is Al-Jazeera sinds zijn prille oprichting omstreden. Hoewel de zender in de westerse wereld is gelauwerd om zijn professionaliteit en hoogstaande journalistieke bijdragen (dit geldt vooral voor het in 2006 opgerichte Al-Jazeera English) wordt ze door Arabische vorsten en regeringsleiders als een steeds grotere bedreiging beschouwd.

De zender moest in zijn selectie van het nieuws rekening houden met Qatars buitenlandbeleid

Eerder dit jaar verbroken de Verenigde Arabische Emiraten onder lichte dwang van Saoedi-Arabië alle diplomatieke banden met Qatar nadat er onenigheid was ontstaan over steun aan jihadistische organisaties in Syrië, maar veel meer nog uit onvrede over de berichtgeving van de door de vorige emir van Qatar opgerichte en gefinancierde nieuwszender.Syrië bleek hoe dan ook een probleemkindje voor de Qatarese nieuwszender. Was Al-Jazeera in eerste instantie opvallend terughoudend met berichtgeving over de ontluikende Syrische opstand, toen de emir van Qatar besloot de Syrische opstandelingen te steunen was er geen houden meer aan. De zender schaarde zich volledig achter de Syrische opstand. Bij de beelden van heldhaftige Syrische strijders en woelige gevechten rond steden als Aleppo en Homs waren commentaren als ‘Allah al-akbar’ niet van de lucht.

Al-Jazeera werd de stem van de revolutionaire wind die de afgelopen twee jaar door het Midden-Oosten en Noord-Afrika trok. Sommige analisten stelden zelfs dat de huidige politieke omwentelingen te danken zijn aan het Arabische televisiestation. Bij de uitbraak van de eerste opstanden was Al-Jazeera de held van de Arabische media. De zender wist digitale activisten een platform te geven door vrijwel non-stop Twitter- en Facebook-berichten uit te zenden en de meest prominenten onder hen in programma’s aan het woord te laten. Door Facebook-berichten op televisie uit te zenden overbrugde Al-Jazeera de lage internetdichtheid van 5 procent in Libië tot 34 procent in Tunesië (in Egypte 24,5 procent). In landen waar de krantencirculatie niet hoger ligt dan één miljoen exemplaren per dag (in Egypte op een totaal van 84 miljoen inwoners) en 86 procent van de burgers toegang heeft tot televisie vormen nieuwszenders de primaire bron van nieuwsvoorziening. Geruime tijd stond Al-Jazeera op nummer één.

Na de eerste revolutionaire piek keerden steeds meer Arabische televisiekijkers zich echter af van het tv-station. Ze verkiezen nu het snel groeiende aanbod van commerciële satelliet-tv. Al-Jazeera werd door steeds meer burgers als de spreekbuis van de regerende Al-Thani-familie van Qatar beschouwd – en daarmee ook als Arabisch platform van de Amerikanen. De Verenigde Staten en Qatar onderhouden nauwe banden en voeren een zelfde buitenlandbeleid inzake het Midden-Oosten. Washington beschouwt Qatar als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen Iran.

Slechts weinigen kennen de achtergrond van een van de grootste spelers op de internationale nieuwsmarkt. De 24-uurs-nieuwszender werd in 1996 opgericht als onderdeel van de democratische hervormingen van emir Hamad bin Khalifa Al-Thani. Een jaar na zijn aantreden in 1996 schafte hij de censuur in Qatar af en veranderde daarmee de hoofdstad Doha plotsklaps in een journalistieke vrijhaven waar de ene na de andere satellietzender zich vestigde. Al-Jazeera kreeg een persoonlijke kapitaalinjectie van 140 miljoen dollar en het mandaat van de emir om een ‘onafhankelijk, zelfstandig televisiestation te vormen, los van overheidscontrole en manipulatie’. Toch werden ook voor deze zender twee rode lijnen getrokken: de zender mocht niet negatief berichten over de positie van de emir en moest in zijn selectie van het nieuws rekening houden met Qatars buitenlandbeleid.

De legendarische doorbraak van Al-Jazeera had plaats in september 2000, aan het begin van de tweede intifada waarbij Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook en in Oost-Jeruzalem in opstand kwamen tegen de Israëlische bezetting. Al-Jazeera’s beelden van de dood van de twaalf jaar oude Mohammed al-Durra – afgeschermd door zijn vader die hem wanhopig voor de kogels probeert te beschermen – zette het netwerk in één klap op de wereldkaart. Terwijl de meeste Arabische zenders de omvang en impact van de Palestijnse opstand bagatelliseerden, in de hoop daarmee de aandacht af te leiden van de passieve houding van de Arabische regeringsleiders, en westerse media vaak de Israëlische positie verdedigden, veroorzaakten de beelden van de stervende jongen in zijn vaders armen een publieke woede-uitbarsting.

Het amateuristische videofragment vormde de definitieve doorbraak van het nieuws vanuit Arabisch perspectief. Tot halverwege de jaren negentig waren Arabische burgers voor hun nieuwsvoorziening afhankelijk van propagandistische en gecensureerde staatsomroepen. Hoger opgeleiden met toegang tot satelliet-tv keken cnn of bbc World, maar deze nieuwsbronnen hadden een sterke westerse focus. Minderbedeelden luisterden voor enigszins objectiever maar opnieuw ‘westers’ georiënteerd nieuws naar de Arabischtalige radio-uitzendingen van de bbc, The Voice of America, the Middle Eastern Radio Broadcast vanuit Beiroet en Radio Monte Carlo-Middle East. De introductie van Arabische satellietzenders was een poging van Arabische overheden om iets van de controle terug te winnen over hoe de Arabische wereld wordt afgespiegeld in de westerse media. In feite namen Arabische overheden een risico door deze zenders veel meer vrijheid te geven dan hun gewone staatsomroepen ooit hadden gehad. De noodzaak van een beter en meer genuanceerd beeld van het Midden-Oosten en Noord-Afrika was voor Arabische landen echter zo belangrijk dat ze zelfs bereid waren het risico te lopen dat lang onderdrukte ideeën een podium zouden krijgen.

De doorbraak van Al-Jazeera resulteerde in de komst van tientallen meer of minder onafhankelijke nieuwszenders en tv-stations. De beelden van Mohammed al-Durra wierpen een nieuw licht op het Palestijns-Israëlische conflict en zorgden voor een heroriëntatie op het verhaal dat tientallen jaren klakkeloos door journalisten en geschiedschrijvers was herhaald. Niet langer waren Palestijnen de grote terroristen en de Israëliërs louter onschuldige burgers die slechts handelden uit zelfbescherming. Journalisten hengelden voor nieuws uit de Arabische wereld niet alleen meer bij de Israëlische persbureaus, ze legden nu ook hun oor te luisteren bij de groeiende luis in de pels uit Doha.

Daarnaast was het uitzenden van amateurbeelden, opgenomen door ooggetuigen met simpele handycams, een omslagpunt in de visie op nieuwsgaring. De schokkerige beelden die wereldwijd door vrijwel elke nieuwsrubriek werden uitgezonden, luidden de opmars in van de burgerjournalistiek. Iets waar geen andere nieuwszender zo goed op inspeelde als Al-Jazeera, dat hevig leunt op amateurbeelden opgenomen met smartphones, vaak uit de meest afgelegen of gevaarlijke gebieden. De keerzijde is dat de zender regelmatig beelden van YouTube gebruikt, zonder de maker of bron te verifiëren, waardoor dode drugsbazen in Mexico doorgingen voor gesneuvelde Syriërs.

Voor het eerst kregen burgers de kans actief te reageren via telefoon en sms, en later via het webforum Al-Jazeera Talk

De tweede grote doorbraak van Al-Jazeera volgde in de zomer van 2006, toen Israëlische bommen insloegen in de buitenwijken van de Libanese hoofdstad Beiroet. De Arabische media bleven geruime tijd angstvallig stil ten aanzien van de nieuwste oorlog, wachtend op instructies van hogerhand. De Israëlische aanvallen kwamen als een complete schok en brachten de Arabische regeringsleiders in grote problemen. Officieel hebben de lidstaten van de Arabische Liga een overeenkomst dat ze elkaar te allen tijde zullen bijstaan, zeker bij een aanval door grote vijand Israël. Maar geen regeringsleider voelde ervoor de strijd aan te binden met de veel sterkere Israëlische krijgsmacht.

Slechts één groep vocht verbeten door tegen Israël: Hezbollah, de ‘Partij van God’, de sjiitische militie die het bergstaatje Libanon al jarenlang ontwricht en strijd voert tegen de ‘Israëlische bezettingsmacht’. Hezbollah’s eigen propagandakanaal was Al-Mahar, maar al snel doken ook Al-Jazeera en de private Lebanon Broadcasting Corporation (lbc) er bovenop. Geruime tijd volgde Al-Jazeera in zijn berichtgeving nauwgezet de politieke koers van Qatar, maar nu koos de zender openlijk de kant van Hezbollah, door als enige nieuwszender de vorderingen aan ‘het front’ te belichten, zijn woordvoerders een podium te geven en over de Israëliërs te spreken als de ‘agressors’ die de ‘Arabische broeders’ aanvallen.

De uitgebreide berichtgeving pro Hezbollah en de nadruk op de vele Libanese burgerslachtoffers dwongen Al-Jazeera’s grootste regionale concurrent, de Saoedische nieuwszender Al-Arabiyya, ten slotte ook om over de Israëlische bombardementen te berichten. Massale pro-Hezbollah-demonstraties van Marokko tot Jemen waren het gevolg. Van de ene op de andere dag was de zo gehate ‘Partij van God’ geaccepteerd en haar leider Hassan Nasrallah een pan-Arabische volksheld die met open armen werd ontvangen door emir Al-Thani van Qatar. Overigens was de liefde van korte duur: nu Hezbollah zich als hulp van president Assad in de Syrische burgeroorlog ontpopt, staan beide partijen weer lijnrecht tegenover elkaar.

De derde doorbraak van Al-Jazeera werd veroorzaakt door de verschuiving van de focus van hard geopolitiek nieuws naar meer maatschappelijk soft news. In de dagelijkse talkshow Al-Ittijah Al-Mo’akis (‘De tegenovergestelde richting’, vergelijkbaar met cnn’s Crossfire) schonk Al-Jazeera steeds meer aandacht aan corruptie, islamisering, arbeidsrechten en de positie van de vrouw. Het werd snel de populairste talkshow van de Arabische wereld. Voor het eerst kregen burgers de kans actief te reageren via telefoon en sms, en later via het beroemde webforum Al-Jazeera Talk en andere sociale media.

Bij oprichting kreeg Al-Jazeera vooral kritiek vanuit de conservatief-islamitische hoek. De emir van Qatar, die de basis legde voor Al-Jazeera, had voormalig bbc-personeel aangetrokken om de nieuwszender te ontwikkelen. Met de glimmende haren van ongesluierde presentatrices en de westerse journalistieke inslag was de zender volgens conservatieve islamisten on-Arabisch en vooral on-islamitisch. Maar al snel werd Al-Jazeera het hoofdpijndossier van de Amerikanen en de Israëliërs, en niet veel later van de Arabische leiders die zich geconfronteerd zagen met een steeds negatievere publieke opinie in eigen land, nu openlijk geuit op de populairste nieuwszender van de regio.

Nadat de Amerikanen het jarenlang hadden moeten ontgelden met hun war on terror en de inval in Afghanistan en Irak betoonde de zender zich ook steeds kritischer over de Arabische wereld, vooral over Egypte en Saoedi-Arabië, groeiende politieke rivalen van het oliestaatje Qatar. De diplomatieke relaties tussen die landen en Qatar werden onmiddellijk opgeschort toen Al-Jazeera prominente Egyptische islamisten in ballingschap had uitgenodigd in een talkshow. Een aantal van hen was veroordeeld voor terreuraanslagen in Egypte.

De spanningen liepen dusdanig op dat Egypte en Saoedi-Arabië in 2008 in de Arabische Liga de Satellite Charter introduceerden. In dat verdrag werd gewaarschuwd voor de teloorgang van ‘sociale vrede, nationale eenheid, publieke orde en algemene beleefdheid’ en werd zenders opgedragen ‘de uitzonderlijke belangen van de Arabische landen’ te beschermen. Hierna viel Egypte de kantoren van Al-Jazeera in Caïro herhaaldelijk binnen. Naar verluidt bracht de Egyptische ex-president Hosni Mubarak bij een bezoek aan Qatar zelfs een bezoekje aan de hoofdkantoren van het netwerk in Doha.

Met het talkshowoptreden van de Egyptische Moslimbroeders en jihadisten was het overigens niet voor het eerst dat de zender radicale islamisten een podium gaf. Nog geen maand na de aanslagen van 11 september 2001 had Al-Jazeera een scoop door een kort interview met Osama bin Laden uit te zenden. In 1999 zond het tv-station ook al een lange discussie met Osama bin Laden uit. Verschil was dat toen slechts weinigen zich realiseerden hoe gevaarlijk deze man was. Na de aanslagen op de Twin Towers was Bin Laden de meest gezochte man ter wereld.

Er werden steeds luider vragen gesteld over Al-Jazeera’s wel zeer brede opvattingen over hoor en wederhoor. Was de nieuwszender door regelmatig zendtijd te verlenen aan kopstukken van al-Qaeda niet in feite een propagandakanaal voor radicale terreurorganisaties als al-Qaeda, Hezbollah en Hamas? Keer op keer wist Al-Jazeera als eerste – en vaak als enige – audiotapes van Bin Laden te bemachtigen. Ook het feit dat Al-Jazeera lang als enige vrijelijk in Afghanistan kon opereren en correspondenten aan de grond had in het Thora Bora-gebergte, creëerde argwaan bij de Amerikaanse overheid.

Al-Jazeera mag door zijn professionele nieuwsvoorziening objectief lijken, toch is hij dat minder dan sommigen graag zouden zien. Zolang de zender in handen is van de regerende Al-Thani-familie, dient hij rekening te houden met de politieke belangen van Qatar. Hoewel Qatar zijn censuurwetten afschafte om een regionaal journalistiek mediacentrum te creëren, kruipt het land slechts langzaam omhoog op de International Freedom of Press Index. In 2013 stond het land op positie 110 van de 179 opgenomen landen. Andere Arabische satellietzenders, zoals Al-Jazeera’s grootste concurrent Al-Arabiyya, dat in handen is van enkele prominente prinsen van het Saoedische koningshuis, zijn net als Al-Jazeera onderhevig aan vormen van omgekeerd cliëntelisme. Oftewel: het op gepaste wijze bedanken voor de diensten die aan de zender zijn verstrekt. Al-Jazeera leeft bij de goedgunstigheid van de emir van Qatar. Een samenwerking die alleen maar nauwer is geworden nu Moslimbroeder Wadah Khanfer als ceo van het nieuwsnetwerk is opgestapt en een lid van de Al-Thani-familie benoemd werd als nieuwe roerganger.


Beeld: Martin Parr / Magnum Photos