Walter en João Salles op het IDFA

Het engagement van rijkeluiskinderen

In het land met de grootste verschillen tussen arm en rijk gaan bankierszoons het onrecht te lijf door films te maken. Volgende week staan de Brazilianen Walter en João Salles centraal tijdens het Idfa. Wat is hun engagement?

De film die op dit moment het gesprek van de dag is in Brazilië is niet van Walter Salles of João Salles. De broers hebben hem wel (mede)geproduceerd. Cidade de Deus (Stad van God) is onontkoombaar, zoals Central do Brasil, geregisseerd door Walter Salles, dat vier jaar geleden was. De speelfilm maakt kans op een Oscarnominatie voor beste buitenlandse film in 2003. Cidade de Deus speelt zich af in de gelijknamige favela in Rio de Janeiro, waar hij ook werd opgenomen. De acteurs zijn de bewoners zelf, voornamelijk kinderen zonder toneelervaring, geschoold door middel van workshops improvisatietechniek. In de jaren zestig werd de wijk opgezet als een huisvestingsproject voor de armen in de stad. Zet ze allemaal bij elkaar, laat het over aan God en je bent er vanaf, was de gedachte, waarna Cidade de Deus een van de gewelddadigste, gevaarlijkste favelas van Rio werd. De film vertelt over die ontwikkeling. Vanaf de jaren zestig, toen er in Brazilië nog een dictatuur van generaals was, naar de losse, romantische jaren zeventig, waarna Cidade de Deus eindigt in de jaren tachtig — de periode waarin de drugshandel professionaliseert, de drugsdealers de heuvels overnemen en zich de stille burgeroorlog aankondigt die Rio tegenwoordig in zijn greep houdt.

Rio de Janeiro is een schizofrene stad. Aan de ene kant de benedenstad, waar je van bar naar boutique naar strand flaneert; aan de andere kant — een kwestie van één blok verder lopen en dan een weggetje op, de heuvels in waar drugsbazen en hun soldaten van een jaar of tien met bivakmutsen op en mitrailleurs in de aanslag de dienst uitmaken. Niet dat je een favela gemakkelijk in komt. De belangrijkste opdracht van de politie is die twee werelden gescheiden te houden. Er wordt gekeken tot welk kamp je behoort en je wordt teruggestuurd naar je eigen wereld.

João Salles: «Dit is het grootste drama van de Braziliaanse maatschappij. Cidade de Deus houdt ons de spiegel voor waar we lang niet in hebben willen kijken. Het is een film die de realiteit beter weergeeft dan het dagelijkse televisienieuws. Cidade de Deus is zoals Apocalypse Now. Ik heb veel berichtgeving over Vietnam gezien, maar het Vietnam van mijn generatie is het Vietnam van Coppola. Zijn visie bleek de machtigste.»

Vier jaar geleden maakte João Salles, samen met Kátia Lund, een van de regisseurs van Cidade de Deus, zelf Notícias de uma Guerra Particular, een documentaire over hetzelfde onderwerp. Ook die film deed stof opwaaien. Voor het eerst werd de tragiek ten volle getoond. De kinderen die opscheppen over de moorden die ze hebben gepleegd, de gedemoraliseerde, corrupte politieagenten — meestal zelf afkomstig uit de sloppen, de bewoners die zo gewoon mogelijk met hun angst en onzekerheid proberen te leven. Voor hun film verbleven Salles en Lund enkele maanden in de favela Dona Marta. Ze werden geholpen door Marcinho VP, een mediagenieke drugsdealer die twee jaar eerder de opnamen voor een videoclip van Michael Jackson mogelijk had gemaakt. In 2000 lekte uit dat Marcinho van Salles over een periode van drie maanden vijftienhonderd euro had gekregen om zijn autobiografie te schrijven en de misdaad te verlaten. De politie, beledigd dat het contact tussen burgers en criminelen buiten haar om was gegaan, pakte Salles op op verdenking van banden met de misdaad. Salles moest zich verantwoorden in het Congres en kwam ten slotte met de schrik vrij.

Bij de voorpremière van Cidade de Deus, afgelopen augustus, ontstond een soortgelijke situatie. De politie manifesteerde zich door een kleine dealer op te pakken, die zich onder de genodigden bevond. De pers blies het incident op en de makers moesten zich haasten om te verklaren dat ze niets met de jongen of de drugshandel te maken hebben. Films maken over deze onderwerpen, zegt Kátia Lund, betekent dat je wordt afgeluisterd, verdacht gemaakt en bedreigd, zonder dat je weet of het uit de hoek van de politie, de pers of de onderwereld komt.

Lund is, net als de bankierszonen Walter en João Salles, een kind van de elite. Het is niet alleen gevaarlijk om buiten de geëffende paden van de eigen klasse te treden, maar ook, op z’n zachtst gezegd, ongebruikelijk. Waarom dan toch? «Dit gaat over óns land», zegt Lund zonder reserve. «João en Walter zijn intellectuelen met een sterk ethos. Zij willen in de praktijk barrières slechten en oplossingen zoeken. De boodschap van Notícias en Cidade de Deus is dat repressie niet werkt, dat het anders zal moeten. João en Walter willen daar hun bijdrage aan leveren, en dit is hun manier. Vergeet daarbij niet hoe beperkend het is om tot de elite te behoren. De druk uit eigen kring is enorm. De camera is een manier om je daaraan te onttrekken. Aan de andere kant: zonder die achtergrond zouden we deze films niet kunnen maken. Je moet de contacten hebben, geld kunnen genereren.»

João en Walter Salles starten hun carrières begin jaren negentig, op het moment dat de Braziliaanse economie instort en, in het verlengde daarvan, ook de filmindustrie. João is de pur sang documentairemaker; Walter kiest voor fictie. Samen zetten ze productiemaatschappij Videofilmes op. In 1995 is de bedrijfstak zo uitgehold dat er nauwelijks meer filmvakmensen te vinden zijn. Wie wil filmen, moet kunnen improviseren. Walter Salles maakt Foreign Land (1995, ook te zien op het Idfa) en Central do Brasil (1998) met een crew en acteursgroep waarvan de helft geen ervaring heeft. Het hartgrondige geloof in het medium geeft de drive om slim en creatief te zijn. «Ik zie filmen als een ontdekkingsreis», vertelt Salles in 1998 aan de Filmkrant: «Je gaat op pad en reageert op de dingen die je onderweg tegenkomt. Zo waren we getuige van een pelgrimage: honderden mensen die met toortsen en kaarsen een zee van licht in de nacht vormden. We besloten direct het tafereel in een scène in te passen. Het paste precies in onze zoektocht naar de Braziliaanse identiteit.»

Central do Brasil trok in eigen land 1,3 miljoen bezoekers en wereldwijd zeven miljoen, ontving 55 nationale en internationale prijzen en een Oscarnominatie in 1999. Improviseren lijkt het beste in Brazilianen naar boven te brengen. De belangrijkste Braziliaanse films van de afgelopen twintig jaar, vindt Walter Salles, zijn Pixote (1987) van Hector Babenco, Cidade de Deus en — vooruit — zijn eigen Central do Brasil. Alledrie gefilmd met beperkte budgetten — Cidade de Deus werd in anderhalf jaar gemaakt voor iets meer dan drie miljoen dollar. Alledrie improviserend tot stand gekomen met ongeschoolde acteurs waarvan het merendeel kinderen.

Kátia Lund: «De verleiding was groot om in elk geval voor de hoofdrollen echte acteurs te nemen. We hebben het niet gedaan. Acteurs komen uit de middenklasse, uit een andere realiteit. Mensen uit de favela spreken anders, denken anders, bewegen anders. Die authenticiteit zochten we.»

Begin december gaat de nieuwste film van Walter Salles in première: Abril Despedaçado (Behind the Sun). Het verhaal speelt in 1910 in het droge noordoosten. Twee traditionele families liggen in vete. Twee familieleden proberen zich daarvan los te maken. De kracht van de film is dat hij ook refereert aan hedendaagse vormen van bloedwraak, zoals bij de Palestijnen en de Israëliërs, de katholieke en protestantse Ieren. Ook Cidade de Deus heeft een grotere reikwijdte dan Rio alleen. Het gaat, zegt Lund, ook over de Derde Wereld, uitsluiting, Osama bin Laden, en net zo goed over de periferie van New York en Parijs als over die van Rio.

Walter Salles werkt nu aan Dagboek van een motorrijder, een film over de jonge Che Guevara, die een reis maakt door Zuid-Amerika voordat hij zich — noblesse oblige — zal moeten wijden aan een bestaan als arts. Reizend en schrijvend ontdekt hij zijn ware roeping: hij sluit zich aan bij de Cubaanse revolutie. Salles zal zich makkelijk met het thema hebben kunnen identificeren.

João Salles heeft net een maand lang de verkiezingscampagne gevolgd van Lula — die het van schoenpoetser tot metaalarbeider tot nu de eerste socialistische president van Brazilië heeft gebracht. João Salles: «Lula brengt een enthousiasme teweeg dat ik niet meer heb meegemaakt sinds de betogingen voor vrije verkiezingen in de jaren tachtig. Hij is enorm ambitieus. De Braziliaanse film is dat ook. Wij kunnen een nationaal debat genereren. Ons werk doet ertoe.»

Tijdens het Idfa, van 21 november tot 2 december in Amsterdam, zijn de tien favoriete documentaires van Walter en João Salles te zien, evenals vier eigen films. Op 23 november is er het samengestelde programma Door de ogen van Salles, in aanwezigheid van João. Op 25 november geeft João Salles een masterclass. Abril Despedaçado is vanaf begin december in de bioscoop te zien, Cidade de Deus vanaf februari 2003.