Theater 

‘Het ergste is het ergste niet’

Theater Dochters van Lear

Het spel staat al een klein uur op de wagen als de acteur aan de zaal vraagt: welke afloop zullen we spelen, de goede of de slechte? De zaal stemt met handopsteken, de goede afloop heeft een kleine meerderheid. Maar de voorstelling is aangekondigd als een cold blood tragedy en op het podium is het ondertussen een rauwe dictatuur geworden. Dus beslist de toneelspeler: eindstand fifty-fifty, we spelen dus de slechte afloop. Als hij de lijkenberg die daarvan het resultaat is verlaat, roept hij ons zijn motto nog maar eens toe: ‘Het ergste is het ergste niet zolang je nog kunt zeggen: dit is het ergste.’ Slot van Dochters van Lear door Theatergroep Max, tekst en regie: Moniek Merkx, op basis van William Shakespeare’s King Lear, voor iedereen vanaf acht jaar.

Lear is in deze bewerking de eigenaar van een hotel-restaurant, gespecialiseerd in ‘koude schotels’. De oude Lear heeft zijn bezit op zijn zestigste verdeeld: Goneril het restaurant, Regan het hotel. Bedoeling was dat Cordelia het land en de paarden kreeg, maar Cordelia toonde onvoldoende liefde voor haar vader en werd de tent uit gebonjourd. Uiteindelijk wordt Lear zelf ook op straat gezet, hij gaat zwerven, net als zijn jongste dochter, en hij wordt gek. Zo komen ze elkaar weer tegen, hij als zot, zij als clown. Getweeën belegeren ze het restaurant. En alles loopt mis voor iedereen.

King Lear bewerken tot één uur toneel, het is de goden verzoeken. Die hebben hier het moede hoofd gebogen. Tegen zoveel intelligentie is geen kruid gewassen. Moniek Merkx heeft de fabel van het stuk helder tot de essentie teruggebracht: ijdelheid en machtshonger trekken aan het kortste eind, maar met naïeve zuiverheid wordt de wereld er ook niet echt beter op. Uiteindelijk is het een slimme manipulator die aan het langste end trekt. Dat is hier de regisseur Kent, die afwisselend optreedt als vertrouweling van Lear, loverboy van de twee oudste dochters en showmaster van zijn Cold Blood Tragedy Show. Die van griezelrealiteit op de speelvloer moeiteloos overgaat in koude televisiefictie. In Dochters van Lear valt alles op zijn plek. De twee boze dochters van Lear (Manon Nieuweboer en Bianca van der Schoot) hanteren een geweldige mimiek, gestiek en tekstbehandeling, die goed is, effectief en mooi, om de vingers bij op te eten. Hein van der Heijden is vooral in de eerste helft een onvoorspelbare Lear, een fragmentatiebom van door elkaar gierende emoties. Suzan Boogaerdt is het kind in de vertelling. Ze speelt het kind dat onder grote druk staat en dan moet kiezen. Voor de vlucht, voor de vermomming. En uiteindelijk voor de bescherming van haar vader, die haar ooit van zich af duwde, met wie ze zal sterven. Dat gruwelijke eind is prachtig geënsceneerd. We zien het op de speelvloer. We zien én horen het op groot geprojecteerd beeld. En we worden een slag in de rondte gemanipuleerd. Zelden zo’n mooi exempel gezien van wat Brecht ooit bedoeld moet hebben met ‘vervreemdingseffect’: je ondergaat het, je wordt er niet in weggezogen, het is om te lachen, je pinkt een traan weg en uiteindelijk denk je: tja, huiselijk geweld, het is allemaal dikke ellende!

Jeff van Gestel speelt Kent, huisvriend en duivel ineen, een toneelspeler die soms zeer afwezig is, en daarin bijzonder aanwezig: langzaam maar zeker trekt-ie alle wurgkoorden aan. Ik had hem nog nooit zien spelen. Wat hij hier laat zien, is groot, nee: groots. Hoe dan ook, in het verhaal vertegenwoordigt hij het ergste van het ergste.

Dochters van Lear, tournee tot en met 17 december, www.tgmax.nl