Hoofdcommentaar

Het eten en de moraal

Medium hoofdcommentaar bos

Toen het gros van de Nederlanders vorige week woensdag net het avondeten had genuttigd, kwam vice-premier Wouter Bos van Financiën in de Tweede Kamer met de moraal. Het was tijdens het spoeddebat over de ‘graaicultuur’ in de top van het bedrijfsleven, een cultuur waarin bonussen die in de miljoenen lopen aan de orde van de dag zijn. Bos deed een moreel beroep op de topbestuurders zich te matigen. In van hogerhand ingrijpen ziet hij niks, het kan volgens hem ook niet.

Tijdens de recente verkiezingscampagne dacht PVDA-lijsttrekker Bos nog dat hij CDA-partijleider Jan Peter Balkenende knock-out had geslagen toen deze tijdens het eerste televisiedebat niet in staat was drie of zelfs maar twee maatregelen te noemen die de topinkomens hadden getroffen in hun portemonnee. In zijn nieuwe rol als minister van Financiën vindt Bos dat een moreel beroep juist sterk is als het over de over-de-topinkomens gaat. Letterlijk zei Bos tijdens het debat: ‘Mijn stelling is: juist omdat je eerlijk toegeeft dat je niet alles met wet- en regelgeving in de richting van het wenselijke kunt brengen, is een beroep doen op de moraal sterk.’ Hij voegde daar nog aan toe dat een beroep op de moraal niet sterk is als de overheid tegelijkertijd wet- en regelgeving afkondigt.

Het lijken diepzinnige woorden. Ze wekken de indruk dat hier een rechtsfilosoof aan het woord is, maar het is de tekst van een politicus in de problemen. Bos’ stelling is met gemak om te draaien. Sterker, dat wordt in de praktijk al eeuwen gedaan: juist omdat je eerlijk toegeeft dat je niet alles met een beroep op de moraal in de richting van het wenselijke kunt brengen, komt de overheid met wet- en regelgeving. Of zoals kamerlid Kees Vendrik (GroenLinks) tijdens het debat terecht zei: het is én-én.

Op het gebod ‘gij zult niet doden’ is ook een wettelijke straf gekomen. Omdat in de negentiende eeuw kinderarbeid niet spontaan verdween met alleen een beroep op het geweten van de heren fabrikanten kwam er een wettelijk verbod. Omdat er rokers zijn die een vriendelijk verzoek hun sigaret in een restaurant te doven beantwoorden met een grote mond en het aansteken van de volgende is er uiteindelijk zelfs een rookverbod gekomen.

De moraal in de samenleving komt overigens niet alleen tot uiting in wetten die verbieden, maar ook in wetgeving die moet prikkelen tot het goede. Wie een milieuvriendelijke auto koopt, hoeft minder belasting te betalen.

Nu het de vrije jongens van het grootkapitaal betreft, wordt deze én-én-aanpak door Bos ineens afgeschaft. De kleine graaier is blijkbaar een mens die niet kan leven met een beroep op zijn moraal alleen. De grote graaier kan die luxe volgens Bos wel aan. De kleine graaier krijgt daarom straf als hij het gebod overtreedt. De grote graaier wordt slechts indringend verzocht het met een onsje minder te doen. De overheid zou zelfs zwak zijn als ze voor deze groep daarnaast nog met wetgeving zou komen.

Er bestaan echter geen twee soorten mensen. Als de kleine graaier een stok achter de deur nodig heeft, dan ook de grote. Bos denkt dat zelf eigenlijk ook. Hij zegt immers dat een belastingverhoging in het toptarief niet werkt, omdat de managers dan hun bruto-inkomen navenant verhogen om er netto niet op achteruit te gaan. Daaruit blijkt dat hij ze voor geen cent vertrouwt. Bos mag dan niet geloven in een graaitax, hij verdenkt de top wel van een graaimoraal. Zozeer zelfs dat hij voor die topbestuurders op wie hij wel enige grip heeft – die in de publieke en semi-publieke sector – wél maatregelen zal treffen. Terecht, want het morele beroep van zijn voorganger in de PVDA, Wim Kok, die zich in de jaren negentig uitsprak tegen ‘exhibitionistische zelfverrijking’, heeft niks uitgehaald. Kok zelf geeft er niet eens gehoor aan.

Bos’ woorden waren nog geen etmaal oud of er kwam naar buiten dat bestuursvoorzitter Rijkman Groenink van ABN Amro veertien miljoen gaat verdienen als de bank wordt verkocht. Dat is dan een premie op ondermaats presteren, zoals vorige week tijdens een hoorzitting over hedgefunds in de Tweede Kamer werd betoogd. Ook de bestuurders van uitgever PCM kregen een bonus, nadat het bedrijf was leeggeroofd door het private equity fund Apax. Ambtenaren moeten daarentegen tevreden zijn met drie procent loonsverhoging. Hun wachten bovendien onzekere tijden omdat er vijftienduizend uit moeten, ongeacht hun prestaties. Bij welke looneis van de bonden gaat de overheid het morele beroep de lonen te matigen vervangen door de dreiging dat er dan nog meer mensen uit moeten?

Bos zei tijdens het spoeddebat zelf dat ‘de problemen groot zijn en dat de zorg om wat er aan de orde is terecht is’. Maar bij die grote zorg steken zijn daden vooralsnog schril af. Eenvoudig zal de oplossing niet zijn. De wereld van het grote en internationale bedrijfsleven is complex. Maar de eigen onmacht en onwil oppoetsen door een louter moreel beroep te verkopen als sterk, en een combinatie daarvan met wet- en regelgeving zelfs als niet sterk, is vreemd. Het leidt tot een behandeling van topbestuurders door de overheid die wezenlijk verschilt van de behandeling die alle andere burgers krijgen bij moreel ongewenst gedrag.

Ook een graaimoraal laat zich niet verleiden door indringende woorden alleen. Daar weten milieu- en kinderrechtenorganisaties alles van. Nu Bos nog.